Het westnijlvirus
Het virus verspreidt zich op natuurlijke wijze tussen muggen en vogels.
- Muggen zijn de vectoren: zij verspreiden het virus van de ene vogel naar de andere.
- Vogels fungeren als reservoirs: ze dragen het virus en zorgen voor de virusvermeerdering.
Mensen, paarden en andere dieren kunnen ook besmet raken, maar zij zijn toevallige gastheren. De hoeveelheid virus in hun bloed blijft te gering om een mug te besmetten die hen zou steken. Daarom kunnen ze de ziekte niet overdragen.
Hoe wordt het westnijlvirus overgedragen?
In België wordt het virus overgedragen door de gewone huismug (Culex). Deze mug heeft twee kenmerken die bepalen welke maatregelen nuttig zijn: ze steekt na zonsondergang en ’s nachts, en ze steekt meestal binnenshuis. De maatregelen die u in uw woning neemt, zijn daarom het meest doeltreffend. Maatregelen buitenshuis blijven nuttig, maar zijn een aanvulling.
De overdracht is seizoensgebonden: deze vindt plaats tijdens de periode waarin muggen actief zijn, van de lente tot de herfst. De meeste gevallen in Europa doen zich voor tussen juli en september.
Een besmet persoon is niet besmettelijk. Er vindt geen overdracht plaats via aanraking, hoesten of voorwerpen.
Er zijn echter enkele zeldzame overdrachtswijzen:
- door middel van een bloedtransfusie, of door een transplantatie van cellen, weefsels of organen afkomstig van een besmette donor;
- van de moeder naar het kind tijdens de zwangerschap, de bevalling of de borstvoeding.
Symptomen
Het westnijlvirus is een arbovirus, dat wil zeggen een ziekte die door muggen wordt overgedragen.
Na de steek verschijnen de symptomen doorgaans binnen twee tot veertien dagen.
- In ongeveer 80% van de gevallen veroorzaakt de infectie geen symptomen.
- Ongeveer 20% van de besmette mensen krijgt griepachtige klachten. Naast koorts gaat de ziekte gepaard met hoofdpijn, vermoeidheid, zwakte, spier- en gewrichtspijn, huiduitslag en soms spijsverteringsstoornissen met misselijkheid en braken, wat tot uitdroging kan leiden.
- Minder dan 1% van de besmette personen ontwikkelt een ernstige neuro-invasieve vorm: meningitis, encefalitis of acute slappe verlamming.
Tot de risicogroepen voor een ernstig verloop behoren ouderen en mensen met onderliggende aandoeningen zoals diabetes, hoge bloeddruk of een immuundeficiëntie.
Behandeling
Er bestaat geen specifieke antivirale behandeling tegen het westnijlvirus. De behandeling bestaat uit het verlichten van de symptomen wanneer deze zich voordoen.
Er bestaat ook geen vaccin voor mensen.
Blootstelling van werknemers
De beet van een besmette mug is de belangrijkste besmettingsweg. Sommige werknemers lopen hier beroepsmatig risico op: met name degenen die vaak buiten werken op momenten dat muggen het actiefst zijn (bv. in de schemering).
Bij bepaalde specifieke werkzaamheden, zoals laboratoriumwerk of autopsies, kunnen infecties ook optreden na contact met besmet biologisch materiaal.