Achtergrond
De Europese Commissie heeft sinds 2017 reeds verscheidene richtlijnen uitgevaardigd met strengere regels voor kankerverwekkende chemische agentia. Bedoeling is om werkgerelateerde kankers terug te dringen. Deze aanpak past in het Europees strategisch kader voor veiligheid en gezondheid op het werk 2021 - 2027 en in het Europees kankerbestrijdingsplan.
Richtlijn 2024/869/EU brengt wijzigingen met zich mee voor twee chemische agentia: lood en diisocyanaten, en past twee Europese richtlijnen aan:
- Richtlijn 98/24/EG van de Raad van 7 april 1998 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico's van chemische agentia op het werk (omgezet in de Codex, boek VI, titel 1).
- Richtlijn 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan carcinogene, mutagene of reprotoxische agentia op het werk (omgezet in de Codex, boek VI, titel 2).
De lidstaten hebben tot 9 april 2026 de tijd om de bepalingen om te zetten in nationale regelgeving. In België is de richtlijn omgezet door het KB van 25 mei 2026 (BS 3 juni 2026).
Lood
Voor lood waren grenswaarden opgelegd in de Europese richtlijn over chemische agentia (98/24/EG), maar sinds 2022 ook in Richtlijn 2004/37/EG over kankerverwekkende stoffen. In 2022 is het toepassingsgebied van deze richtlijn immers uitgebreid en is ze niet alleen van toepassing op kankerverwekkende en mutagene stoffen, maar ook op reprotoxische stoffen (carcinogenic, mutagenic reprotoxic – CMR) (wijzigingsrichtlijn Richtlijn 2022/431/EU). Aangezien lood een reprotoxische stof is, werden de grenswaarden voor lood toegevoegd aan de bijlage van de CMR-richtlijn.
Richtlijn 2024/869/EU schrapt de grenswaarden in de richtlijn over chemische agentia en verstrengt de grenswaarden in de CMR-richtlijn. De aangepaste grenswaarden zullen ook voor België wijzigingen met zich meebrengen (zie tabel).
Voor lood wordt de grenswaarde voor het loodgehalte in de lucht naar 0,03 mg/m3 gebracht en de notatie 'reprotoxisch agentia zonder drempelwaarde' toegevoegd. Het is immers wetenschappelijk niet mogelijk een niveau vast te stellen waaronder blootstelling aan lood veilig zou zijn voor de ontwikkeling van een foetus. Daarom moeten werkgevers ervoor zorgen dat de beroepsmatige blootstelling van werknemers aan lood, en dan vooral vrouwelijke werknemers in de vruchtbare leeftijd, wordt beperkt tot een niveau dat zo laag als technisch mogelijk is.
Ook de bindende biologische grenswaarden voor lood en de bijhorende bepalingen inzake gezondheidstoezicht worden uit de richtlijn over chemische agentia geschrapt en overgebracht naar de CMR-richtlijn. De bepalingen zijn bovendien verstrengd. De Europese Commissie is er ook toe gehouden om ten laatste op 9 april 2026 richtsnoeren te publiceren met een advies over de bepalingen inzake het bloedloodgehalte. In dat advies wordt rekening gehouden met het feit dat lood het lichaam slechts traag verlaat, en met de extra bescherming die nodig is voor vrouwelijke werknemers in de vruchtbare leeftijd.
Tabel Grenswaarden voor lood en zijn anorganische verbindingen
| | Richtlijn 2024/869/EU |
|---|
| grenswaarde, acht uur tijdgewogen gemiddelde | 0,03 mg/m3 (*) |
| biologische grenswaarde | t.e.m. 31/12/28: 30 µg/100 ml bloed |
| vanaf 1/1/29: 15 µg/100 ml bloed |
| gezondheidstoezicht voorzien indien blootstelling loodgehalte groter dan | 0,015 mg/m3 lucht; of |
- 9 µg/100 ml bloed individuele werknemers
- 4,5 µg/100 ml bloed vrouwelijke werknemers in de vruchtbare leeftijd
|
(*) met aanvullende notatie 'reprotoxisch agentia zonder drempelwaarde'
Diisocyanaten
Naar schatting 4,2 miljoen werknemers zouden in Europa blootgesteld zijn aan diisocyanaten. In 2020 is er op basis van de REACH-verordening (2006/1907/EU) een gebruiksbeperking uitgevaardigd voor diisocyanaten. Vanaf 24 augustus 2023 moeten professionele gebruikers van die stoffen een verplichte opleiding gevolgd hebben als ze diisocyanaten gebruiken (als stoffen, of in mengsels waar hun concentratie gelijk aan of groter is dan 0,1 gewichtsprocent).
Een grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling was nog niet opgenomen in de Europese (en ook niet in de Belgische) wetgeving en daar brengt de richtlijn verandering in door de volgende grenswaarden toe te voegen aan de bijlage van de richtlijn over chemische agentia (98/24/EG):
- grenswaarde, tijdgewogen gemiddelde, 8u: 6 µg/m³
- korte tijdswaarde: 12 µg/m³
Er wordt voor diisocyanaten wel een overgangsperiode tot eind 2028 voorzien met grenswaarden van respectievelijk 10 en 20 µg/m³ om de sectoren de kans te geven om de blootstelling terug te dringen.
Vinger aan de pols
Richtlijn 2024/869/EU voegt ook een aantal bepalingen toe aan de CMR-richtlijn (2004/37/EG) die de Europese Commissie verplichten om verschillende initiatieven op te zetten om de beroepsmatige blootstelling van werknemers nauwlettend op te volgen en indien nodig de regelgeving bij te sturen. Het gaat met name om beoordelingen van:
- de effecten van de blootstelling aan een combinatie van stoffen, en daarvoor eventueel richtsnoeren uitwerken (vanaf 1 juli 2024)
- hormoonontregelende stoffen, om na te gaan of deze in het toepassingsgebied van de CMR-richtlijn moeten gebracht worden (vanaf 9 april 2026);
- de grenswaarden van lood, om die eventueel aan te passen (uiterlijk op 9 april 2029).
Bronnen/meer weten