Beleidsverklaring Economie en Werk

In zijn beleidsnota van november 2020 stelt minister van Economie en Werk Pierre-Yves Dermagne dat de bestrijding van het coronavirus prioriteit zal krijgen om de veiligheid en de gezondheid van iedereen te waarborgen. Geen enkel deel van de nota draagt de titel ‘Welzijn op het werk’, maar de minister verzekert dat de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van de werknemers extra aandacht zullen krijgen. 

Overleg en creatie van banen
Om de crisis en de gevolgen ervan te bestrijden, zal de regering bijzondere aandacht schenken aan samenwerking en overleg: “We zullen nauw samenwerken met de sociale partners (vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers), de gefedereerde entiteiten, het maatschappelijk middenveld, […] De creatie van banen is een prioriteit van de regering […] We zullen hindernissen op weg naar de werkgelegenheid uit de weg ruimen en de strijd aangaan tegen de verscheidene vormen van discriminatie […] We zullen ook een actief beleid voeren inzake gendergelijkheid, dat zal ingaan tegen de aanhoudende ongelijkheid. We zullen zo bijvoorbeeld de strijd aangaan tegen de loonkloof tussen mannen en vrouwen.”
 
Arbeidsvoorwaarden
De regering zal toezien op de arbeidsvoorwaarden en de kwaliteit van het werk: “De verscheidene vormen van arbeidsovereenkomsten [zullen] herzien worden, rekening houdend met de impact ervan op de lonen en de werkzekerheid. We willen ook voorkomen dat de uitzendkrachten gedurende lange periodes opeenvolgende dagcontracten voorgeschoteld krijgen. Het misbruik en buitensporig gebruik van deze dagcontracten zal worden opgespoord en bestreden. Het welzijn van de werknemers moet bijzondere aandacht krijgen, vooral in de sleutelsectoren en in de gezondheidszorg.”
 
Sociale verkiezingen, symbool van sociaal overleg
“De rol van de sociale partners zal cruciaal zijn op alle onderhandelingsniveaus, zowel intersectoraal, sectoraal als binnen de ondernemingen”, benadrukt de minister. “De rol van de lokale overlegorganen wordt dit jaar nog extra in de verf gezet door de sociale verkiezingen. We zullen ook zeker met de sociale partners een evaluatie maken van deze editie, die in zeer moeilijke omstandigheden plaatsvond, met de nodige aandacht voor de gevolgen van de coronacrisis op de sociale verkiezingen, maar ook voor onder andere wat de man-vrouwverhouding in de overlegorganen betreft.”
 
Opleiding, langdurig zieke en oudere werknemers
“[Er zal] veel belang worden gehecht aan de opleiding van de werknemers gedurende de volledige loopbaan, maar ook bij omscholingen en voor wie zijn loopbaan een andere wending wil geven”, zegt de minister verder in zijn beleidsnota. “Met de sociale partners zullen we de langdurig zieke werknemers de mogelijkheid bieden de weg naar de arbeidsmarkt makkelijker terug te vinden door alle actoren op hun verantwoordelijkheid te wijzen, opdat ze deze mensen een aangepaste baan aanbieden. We zullen ook veel aandacht besteden aan de oudere werknemers. In overleg met de sociale partners zullen we de werkgevers en de werknemers helpen werkbare arbeidsvoorwaarden in te voeren, zodat de werknemers hun loopbaan in goede omstandigheden kunnen beëindigen tot hun pensionering.”
 
Focus op telewerk 
“Tijdens de crisis van het coronavirus werd de arbeidsmarkt grondig gewijzigd. Het telewerk werd verplicht, aangeraden, ten zeerste aangeraden of de regel. De ondernemingen en de werknemers moesten zich aanpassen aan deze nieuwe organisatie van het werk
die ze tot dan bijna niet kenden”, noteert de minister. Hij wijst op de voor- en nadelen hiervan: “Hoewel het telewerk de werknemers vele voordelen biedt, zoals flexibiliteit, een mate van zelfstandigheid en selfmanagement die hun welzijn en voldoening verbeteren, houdt het ook nadelen in, zoals het risico op isolement of een zwaardere mentale last. De digitale kloof mag evenmin onderschat worden. De opleiding van de werknemers tijdens hun volledige loopbaan is op dit vlak ook belangrijk. Samen met de sociale partners zal de regering nagaan hoe het kader van het telewerk verbeterd kan worden. Er zal ook een discussie worden gevoerd over het afmeldingsrecht. De regering wenst alle mogelijkheden toe te passen om de nieuwe werkmethodes en alle kansen die ermee gepaard gaan, volledig in te voeren.” 
 
Psychosociale risico’s 
“We zullen ook bijzondere aandacht schenken aan de psychosociale risico’s, stress en burn-out. Er zijn immers steeds meer werknemers die te kampen hebben met stress die leidt tot burn-out of pijnlijke aandoeningen. De cijfers waren reeds alarmerend vóór de crisis […], maar nu zijn ze het nog meer, vooral in de essentiële sectoren, zoals de gezondheidszorg”, kondigt de minister ook aan. 
“Na overleg met de sociale partners zal een plan voor welzijn en tegen stress en de gevolgen ervan voor de gezondheid van de werknemers worden voorgesteld, onder meer binnen de Hoge Raad voor de Preventie en de Bescherming op het Werk. Dit plan zal zeer concrete acties en meetbare kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen bevatten, alsook een monitoring die het mogelijk maakt zeer concreet de vooruitgang te meten die gemaakt werd. Het zal een transversaal en multidisciplinair plan zijn. In dit opzicht is de combinatie van werk en privéleven belangrijk. We wensen de werknemers de mogelijkheid te bieden hun beroepsleven en hun privéleven [beter] op elkaar af te stemmen.” 
 
Controle van de regels versterken
“[De] crisis […] heeft aangetoond dat het belangrijk is de controle te versterken van de regels die het mogelijk maken het welzijn, de veiligheid en de gezondheid op het werk te waarborgen […] De inspectiediensten en het arbeidsauditoraat spelen een essentiële rol in de opsporing en de vervolging van de inbreuken”, zegt de minister, die een opwaardering van het kader voor deze diensten aankondigt: “Deze diensten zullen worden versterkt en het aantal inspecteurs zal geleidelijk worden verhoogd, zodat dit conform de normen van de Internationale Arbeidsorganisatie is.”
 
Bron: dekamer.be
 
: preventActua 22/2020