Een cao voor de bouw
De regels voor sociale voorzieningen zijn ingeschreven in de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) van 10 maart 2016 betreffende de humanisering van de arbeid. De cao werd bindend verklaard door het KB van 02 mei 05 2017 en gewijzigd door de cao van 9 november 2017, bindend verklaard door KB van 13 juni 06 2018. De cao heeft een vorige cao van 10 februari 2005 vervangen. De cao is van toepassing op alle bedrijven die aangesloten zijn bij het Paritair Comité voor het bouwbedrijf (PC 124). De overeenkomst ging op 1 april 2016 in werking voor onbepaalde tijd.
De inhoud ervan is enkel van toepassing op de werven (tijdelijke of mobile bouwplaatsen). In de kantoren en werkplaatsen van de bouwbedrijven gelden de algemene regels voor sociale voorzieningen zoals vastgelegd in de Codex welzijn op het werk (Boek III, Titel 1).
De cao omschrijft de bepalingen rond de sociale voorzieningen voor de werknemers op de bouwplaats (kleedkamers, refters, wasplaatsen, toiletten, verzorgingslokalen). De wettelijke bepalingen inzake tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, bijlage III minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid van toepassing op bouwplaatsen blijven ook van toepassing op de werven.
De tekst van de cao moet uitgehangen worden op een plaats die voor de werknemers zichtbaar en toegankelijk is.
Hoofdaannemer = verantwoordelijk
De cao gaat uit van de situatie waarbij een hoofdaannemer één of meerdere onderaannemers inschakelt op de werf. De hoofdaannemer krijgt de verantwoordelijkheid om schriftelijke afspraken vast te leggen over de installatie, het gebruik en het onderhoud van de sociale voorzieningen. De hoofdaannemer moet er ook op toezien dat de gemaakte afspraken nageleefd worden. Is dat niet het geval, dan moet hij de onderaannemer hiervan op de hoogte brengen.
Indien de onderaannemer hier geen gevolg aan geeft, moet de hoofdaannemer (op kosten van de onderaannemer) ervoor zorgen dat de afspraken toch nageleefd worden. Indien er geen sprake is van hoofdaannemers en onderaannemers, dan moet iedere werkgever zelf instaan voor de sociale voorzieningen van zijn werknemers.
Wat wordt bedoeld met sociale voorzieningen?
Met het begrip ‘sociale voorzieningen’ worden de kleedruimtes, refters, verzorgingsruimtes, wasplaatsen, toiletten en opbergkasten bedoeld. De cao bevat heel precieze, duidelijk omschreven technische eisen voor al deze voorzieningen. Onder andere de constructie, de inrichting en uitrusting, het onderhoud, het rookverbod, de verlichting en brandbeveiliging komen aan bod.
De sociale voorzieningen moeten steeds ondergebracht worden in één of meerdere lokalen die gescheiden zijn van de werkpost. Kleedkamers en wasplaatsen moeten in één lokaal of in aangrenzende lokalen komen.
Het aantal sociale voorzieningen wordt bepaald in functie van het aantal gelijktijdig tewerkgestelde werknemers. In de sociale voorzieningen geldt steeds een algemeen rookverbod.
Adviezen
De cao mag dan de belangrijkste voorschriften bevatten, iedere werkgever moet voor de toepassing ervan nog steeds het voorafgaandelijk het advies vragen aan het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging.
Voor het nemen van een aantal beslissingen is bovendien ook het voorafgaand advies van de preventieadviseur-arbeidsarts nodig. Dat is onder andere het geval bij
- het bepalen van de toegangen tot de sociale voorzieningen,
- beslissen of al dan niet een afgescheiden verzorgingslokaal nodig is,
- de keuze of de wastafels in de toiletten over zowel warm als koud water moeten beschikken,
- de selectie van de zepen die in de wasplaatsen worden aangeboden, en
- de beslissingen over het aanbieden van koude of warme dranken naargelang de klimatologische omstandigheden.
Indien het gevaar bestaat dat de huid van de werknemers aangetast wordt door giftige, besmettende of bijzonder bevuilende stoffen, moet de arbeidsarts ook zijn advies geven over de hygiëne. Hij kan bijvoorbeeld de werknemers opleggen om aan het eind van elke werkdag een douche te nemen. Wanneer het risico bestaat dat het drinkwater vergiftigd of besmet raakt, dan moet de preventieadviseur-arbeidsarts zijn advies geven over de drinkwatervoorziening op de werf.
De cao bevat slechts de basisvereisten voor sociale voorzieningen. De arbeidsarts kan ook adviseren om dit basispakket verder aan te vullen met bijkomende maatregelen en voorzieningen, afhankelijk van de activiteiten, de aanwezige risico’s, het aantal aanwezigen en de duur van de werken.
De veiligheidscoördinator moet de adviezen van de arbeidsarts en m.n. deze over de inplanting van de toegangen tot de voorzieningen, opnemen in het veiligheids- en gezondheidsplan.