Meest voorkomende fouten bij een risicoanalyse

In het kader van een samenwerkingsproject met het Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk boog Prevent zich over de meest voorkomende fouten die worden begaan tijdens het risicoanalyseproces. Dit artikel is gebaseerd op het onderzoeksrapport en geeft een kort overzicht van de te vermijden valkuilen.

Europees kader
De Europese Unie stimuleert het preventieprincipe in haar regelgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk. De sleutelrol van de risicoanalyse werd vastgelegd in de richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk. In haar handleiding voor risicobeheer op het werk (2) definieert de Europese Commissie de risicoanalyse als “een risico-evaluatieproces met het oog op de gezondheid en de veiligheid van de werknemers voortkomend uit de omstandigheden inzake de aanwezigheid van een gevaar op de werkplaats”. Met andere woorden, een risicoanalyse bestaat uit een systematisch onderzoek van alle aspecten van het werk, met als doel het identificeren: 1) van alles wat verwondingen of schade kan veroorzaken, 2) of de vastgestelde gevaren kunnen worden uitgeschakeld, en indien dit onmogelijk is, 3) wat de preventieve of beschermende maatregelen zijn die zouden kunnen worden toegepast om de risico’s te beheersen. De risicoanalyseprocedure omvat 5 fasen: de identificatie van de gevaren en risico’s, de evaluatie en rangschikking van de risico’s, de bepaling van de preventie-acties, de tenuitvoerlegging en ten slotte de controle en revisie van de risicoanalyse.

Planning van de risicoanalyse
Het risicoanalyseproces begint al veel vroeger dan de analyse zelf. Hier moet de nodige voorbereiding aan voorafgaan: men moet de procedure uitwerken en organiseren, de bevoegde personen selecteren, de vertegenwoordigers van de werknemers van meet af aan raadplegen, de evaluatoren informeren en opleiden met de garantie op optimale werkomstandigheden (termijn, ondersteuning en hulpmiddelen). Het is van belang dat zowel de directie als het personeel worden betrokken, en dit van bij het begin van het proces. Een van de meest voorkomende fouten in deze fase is precies het onvoldoende betrekken van de werknemers. Een goede risicoanalyse is immers niet het resultaat van een onafhankelijk door de werkgever (of zijn vertegenwoordiger) uitgevoerde arbeid, maar wel van een samenwerking met de werknemers en hun vertegenwoordigers. Dit geldt trouwens voor alle fasen van de analyse. Op grond van hun ervaring kennen de werknemers beter dan wie ook het werk en werden zij reeds geconfronteerd met zeer diverse situaties. Ze zijn dus zeer goed geplaatst om een beeld te geven van alle arbeidsomstandigheden.

Bij het aanduiden van bevoegde personen gaat het om personen die in staat zijn het geheel van de taken en de werkposten te analyseren. Een gekwalificeerde ingenieur elektriciteit heeft vaak niet de opleiding noch de kennis die noodzakelijk zijn voor het evalueren van de risico’s verbonden aan een complexe chemische procedure. Daarom moeten zowel de personen belast met de evaluatie als de werkgever de grenzen van hun competenties kennen en tijdig een beroep doen op aanvullende expertise indien dit noodzakelijk blijkt. Het werken met een externe deskundige omvat echter ook risico’s: deze persoon kent misschien het bedrijf niet of beheerst onvoldoende de context waarin het bedrijf actief is. Om ervoor te zorgen dat dergelijke samenwerking resultaten afwerpt, moet men deze externe persoon dus vertrouwd maken met de onderneming en hem voorzien van alle nuttige informatie zowel als een helder overzicht van de doelstellingen, de middelen,...

Fase 1: Identificatie van gevaren en risico’s
Onder gevaar verstaan we de intrinsieke eigenschap (bv. gereedschap, uitrusting, werkmethode,…) om schade te veroorzaken. Deze gevaren kunnen personen, goederen of processen treffen. Ze kunnen ongevallen, ziekten, rendementsverlies, schade aan machines, … veroorzaken. Sommige risico’s verbonden aan een gevaar zijn duidelijk, andere zijn minder duidelijk zichtbaar. Een typische fout is het verwaarlozen van de psyschosociale en organisatorische factoren. Niettemin leidt de evolutie van het arbeidsmilieu tot meer en meer risico’s van dit type: reorganisatie van de werkplaats, invoering van nieuwe technologieën, permanente herstructureringen,… Deze risico’s, voornamelijk gerelateerd aan de sociaal-economische context, versterken nog het stressniveau en kunnen een zeer negatieve invloed hebben op de geestelijke en fysieke gezondheid van de werknemers. Daarom is het belangrijk dat ze al in de eerste fase van de risicoanalyse worden opgenomen.

Niet alle risico’s zijn onmiddellijk duidelijk
Bij een oppervlakkige of te schematische risicoanalyseprocedure heeft men de neiging te focussen op de best zichtbare risico’s. Toch vinden we de risicofactoren of ongevalsoorzaken vaak in verschillende risicocategorieën. Daarom moeten we rekening houden zowel met de risico’s op de lange termijn (bv. psychische factoren) als met de moeilijk waarneembare risico’s (bv. chemische stoffen, langdurige blootstelling aan lawaai,…).

Net zoals het ook belangrijk is zich niet te beperken tot de analyse van een werkpost op basis van een werkhandboek, mag men ook niet alleen uitgaan van een checklist voor het opsporen van de verschillende risico’s. Het concept gevaar moet worden gezien in een ruimere betekenis: het gaat niet alleen om de diverse gevaren vermeld in de checklist, maar ook om de manier waarop de werknemers inspelen op de gevaren tijdens hun werk en in welke mate dit het risiconiveau beïnvloedt. In de eenvoudige situaties kunnen de gevaren worden geïdentificeerd via een observatie van de arbeidsomstandigheden en door ze te vergelijken met de elementen vermeld in de checklist. In de meer complexe gevallen moet de risico-identificatie worden aangevuld met meer gerichte metingen of technische handelingen (bv. chemische stoffen).

In deze fase bestaat de fout er dus in de minder duidelijke risico’s te verwaarlozen of te beschouwen als onbeduidend. Een auditor kan bijvoorbeeld, in een bedrijf waar de werknemers reeds beschikken over gehoorbescherming, de risico’s verbonden aan lawaai onderschatten. Dit zou een vergissing zijn, vooral als men rekening houdt met de (veelvoorkomende) mogelijkheid dat de werknemers de gehoorbescherming niet altijd dragen of er niet tevreden over zijn. Een andere fout zou zijn dat men de buiten gebruik gestelde of verouderde uitrusting niet in de analyse opneemt, onder het voorwendsel dat ze niet meer wordt gebruikt: alle arbeidsmiddelen die aanwezig zijn in het bedrijf, oud of nieuw, kunnen vroeg of laat worden gebruikt en mogen dus niet ontsnappen aan de aandacht van de auditor(en).

De inzameling van informatie over de verschillende werkposten en/of uit te voeren taken en over de betrokken werknemers kan helpen bij het identificeren van de gevaren en de ermee samenhangende risico’s. Men mag niet vergeten dat elke werkpost in een bedrijf kan worden verdeeld over meerdere werkposten en arbeidstaken naast elkaar. Geen enkel van deze aspecten mag worden verwaarloosd, zoals vaak het geval is voor bijvoorbeeld onderhoudstaken of de schoonmaak van werkposten, die worden beschouwd als “secundaire” taken.

Risico’s verbonden aan personen
Er zijn niet alleen verschillende taken per werkpost, er zijn ook verschillende types werknemers of personen die zich op de werkplaats bevinden. De aanwezigheid van werknemers, bezoekers of onderaannemers in de nabijheid kan leiden tot nieuwe risico’s. Enerzijds lopen deze personen zelf een risico, anderzijds kunnen zij op grond van hun activiteiten ook de oorzaak zijn van nieuwe risico’s voor de permanente werknemers. Wanneer er onderaannemers actief zijn op de bedrijfslocatie, kan het gebeuren dat zij de arbeidsorganisatie of de werkruimte wijzigen, bijvoorbeeld doordat ze materiaal meebrengen en dat op ongebruikelijke plaatsen zetten (gang, doorgang,…). Een goede communicatie tussen de werkgever en de onderaannemers is noodzakelijk om deze risico’s aan te pakken.

Bovendien kan een groep werknemers bestaan uit subgroepen die specifieke risico’s lopen bijvoorbeeld zwangere vrouwen, oudere werknemers, tijdelijke werkkrachten of personen met een handicap. Het spreekt dan ook voor zich dat men deze meer kwetsbare groepen niet over het hoofd mag zien.

Alle informatie is welkom
Alle gegevens zijn welkom als aanvulling bij de identificatie van de gevaren en risico’s. De gegevens over de ongevallen en ziektes die zich in het verleden hebben voorgedaan, indien de onderneming daarover beschikt, moeten in elk geval in deze fase worden geïntegreerd. Het kan immers gaan om belangrijke informatie over de gevaren, de gevaarlijke zones of de meest kwetsbare personen (bv. werknemers die lijden aan allergieën).

Fase 2: Evaluatie van de risico’s
In deze fase van de risicoanalyseprocedure gaat het erom een inschatting te maken van het risiconiveau, dit wil zeggen de waarschijnlijkheid en de ernst van de schade die het gevolg kan zijn van een gevaar. Om de risico’s correct in te schatten, stelt men zich alle mogelijke gevolgen voor die verbonden zijn aan een gevaarlijke gebeurtenis (scenario). Een realistische aanpak veronderstelt dat men zich het ergst denkbare voorstelt en zo afdaalt naar de kleinere risico’s. Wanneer het gaat over het behandelen van alle aspecten van een gebeurtenis, dan bedoelen we zowel de onmiddellijke gevolgen als de gevolgen op de langere termijn. Dit laatste is onder meer van belang voor de evaluatie van beroepsziekten.

Andere valkuilen bij de risicoanalyse zijn een vals gevoel van veiligheid, de groepering van verschillende scenario’s of de integratie van preventiemaatregelen in de eerste evaluatie (3), of ook de neiging om af te wijken van het oorspronkelijke scenario bij de inschatting van het effect, de blootstellingsfrequentie of de waarschijnlijkheid. Wanneer de auditor eenmaal een te onderzoeken scenario gekozen heeft, is het van belang dat hij dit in de loop van de evaluatie ook aanhoudt, want elk scenario kan verschillende resultaten geven. Het geval van een werknemer die op het werk zware lasten moet tillen in de productiezone is bijvoorbeeld niet identiek aan het geval van een werknemer die tijdens zijn werk zware lasten moet tillen in andere werkzones.

Fase 3: Bepaling van preventieacties
Bij het kiezen van de preventieacties, mag men de prioriteiten van de preventiehiërarchie niet uit het oog verliezen, namelijk: uitschakeling van het risico, beperking van het risico aan de hand van organisatorische maatregelen, bescherming tegen het risico via collectieve beschermingsmaatregelen of zo nodig persoonlijke beschermingsmiddelen. Bij de uitschakeling van het risico of de uitvoering van maatregelen voor de risicobeheersing, moet men er ook op toezien dat het risico niet wordt verplaatst, met andere woorden dat men geen oplossing kiest die een nieuw probleem veroorzaakt. Het zou bijvoorbeeld verkeerd zijn in een werkruimte ramen met dubbel glas aan te brengen als bescherming tegen lawaai, als men niet tegelijkertijd maatregelen treft voor het verbeteren van de ventilatie.

Bovendien moeten de beslissingen inzake dergelijke preventiemaatregelen worden genomen in samenwerking met de werknemers. Het zou ook hier een vergissing zijn de werknemers of hun vertegenwoordigers niet te betrekken of te raadplegen. De werkgever moet hen integendeel aanmoedigen hun ervaringen te delen: wanneer het gaat om het evalueren van de toepassing van de preventiemaatregelen, kunnen zij immers nuttige opmerkingen en adviezen geven voor verbeteringen, bijvoorbeeld op het vlak van het ontwerp van een gereedschap of machine.

Fase 4: Uitvoering van acties
Bij het bepalen van de preventie- en beschermingsmaatregelen moet de rangorde gebaseerd zijn op de ernst van het risico, de waarschijnlijkheid dat een incident zich voordoet, het aantal personen dat kan worden getroffen en de tijd die nodig is voor het uitvoeren ervan. Bepaalde problemen kunnen onmiddellijk worden opgelost, zonder grote investeringen. Daarom moet het programma in stappen worden uitgevoerd en voorrang worden gegeven aan acties die op de korte termijn mogelijk zijn, met tegelijk reeds een positief effect op de langetermijnrisico’s.

Wanneer er nieuwe preventiemaatregelen worden uitgewerkt,is het mogelijk dat ze niet voor iedereen duidelijk zijn. Zowel de hiërarchische lijn als de werknemers kunnen behoefte hebben aan informatie, ondersteuning of advies. Alle potentiële problemen moeten worden geïdentificeerd zodra er een maatregel wordt ingevoerd, en geïntegreerd in het algemeen welzijnsbeleid.

Ten slotte is het ook hier, net als in de voorgaande fasen, van groot belang dat de werknemers deelnemen bij de keuze van de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). De werkgever moet er zeker van zijn dat de uitrusting perfect is afgestemd op het werk, dat ze beantwoordt aan de prestaties vereist voor de bescherming van de personen die ze dragen, en dat deze laatsten een speciale opleiding voor het gebruik en het onderhoud krijgen. Van hun kant moeten de werknemers signaleren of de PBM comfortabel zijn en of ze niet hinderen tijdens de uitvoering van het werk.

Fase 5: Controle en revisie
De laatste fase van de risicoanalyse bestaat vooral uit het verifiëren of de genomen maatregelen overeenstemmen met de resultaten van de evaluatie en doeltreffend blijven in de tijd. De risico-evaluatie is geen eenmalige verplichting. Zij moet integendeel worden herhaald telkens als er een verandering plaatsvindt in het bedrijf (nieuw productieproces, nieuwe uitrusting of materiaal, reorganisatie van het werk,…).

Vermijd fouten en denk aan:

Allereerst: Planning van de risicoanalyse Zorgen voor de inbreng van alle betrokkenen, waaronder de werknemers die een praktische kennis hebben van het terrein
Aanduiden van een bevoegde persoon
Werken met deskundigen die het bedrijf kennen
Fase 1: Identificatie van gevaren en risico’s Bepaalde risicocategorieën integreren
Rekening houden met de langetermijngevaren voor de gezondheid
Verder gaan dan alleen het werkhandboek of de checklist
Betrekken van de werknemers
Identificatie van de gevaren die onbeduidend lijken
Rekening houden met “secundaire” taken
Rekening houden met de aanwezigheid van derden (bezoekers, onderaannemers,…)
Toezien op de coördinatie tussen werkgevers en onderaannemers
Groepen van risicopersonen integreren
Inventariseren van occasioneel gebruikte uitrusting
Gebruik maken van beschikbare gegevens over ongevallen en ziektes
Fase 2: Evaluatie van risico’s Uitvoerig evalueren van risico’s
Vals gevoel van veiligheid tegengaan
Onderscheid maken tussen verschillende scenario’s
Reeds bestaande preventiemaatregelen opzij schuiven
Eén enkel scenario aanhouden tijdens de inschatting van de risicoparameters
Fase 3: Bepaling van preventie-acties Rekening houden met de preventiehiërarchie
Vermijden dat het risico wordt verplaatst
Werknemers betrekken/raadplegen
Fase 4: Uitvoering van acties Vaststellen van prioriteiten
Voldoende toezicht houden op de toepassing van de maatregelen
Werknemers betrekken/raadplegen
Fase 5: Controle en revisie Risicoanalyse bekijken als een permanente taak
Voldoende controle op doeltreffendheid van de maatregelen

 

(1) Common errors in the risk assessment process, M. Verjans, R. Op De Beeck, K. Muylaert, L. Eeckelaert, T. Koukoulaki, S. Dontas et X. Kominos, Prevent en ELINYAE, december 2007, http://osha.europa.eu/en/publications/e-facts/e-fact32/view

(2) Guidance on risk assessment at work, Europese Commissie, Luxemburg: Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen, 1996.

(3) Lees ook “Kinney-methode: reeds achterhaald?

: PreventFocus 1/2009