Biologische agentia en Covid-19

De specifieke bepalingen over biologische agentia zijn opgenomen in de Codex welzijn op het werk. De codex deelt biologische agentia in vier gevarengroepen in en legt beheersingsmaatregelen op in functie van deze gevarengroepen. Door een wijziging van de Europese richtlijn over biologische agentia wordt het SARS-CoV-2-virus (ook wel Covid-19 of coronavirus genoemd) ingedeeld in groep 3.

Risicoanalyse
De belangrijkste bepalingen inzake biologische agentia op het werk zijn terug te vinden in Boek VII Biologische agentia, Titel 1 Algemene bepalingen. Hierin wordt aangegeven op welke wijze de werkgever moet omgaan met het gevaar van biologische agentia in de werkomgeving. Uitgaande van een degelijke analyse zijn gepaste maatregelen noodzakelijk. Dit geldt voor werkzaamheden waarbij werknemers ten gevolge van het werk worden of kunnen worden blootgesteld aan biologische agentia. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen werksituaties waarbij er bewust (bv. kweek in labo) of niet bewust een blootstelling is aan biologische agentia.
 
Vier gevarengroepen
De biologische agentia worden in vier gevarengroepen ingedeeld. Hierbij wordt rekening gehouden met de pathogene aard van het micro-organisme, de ernst van de ziekte, de gemakkelijkheid waarmee het organisme zich verspreidt onder de bevolking en de beschikbaarheid van preventieve maatregelen of de mogelijkheid van medische behandeling (Codex, art. VII.1-3).
 
Tabel 1 – Indeling van biologische agentia volgens gevarengroep
Gevarengroep
 
Veroorzaakt een infectieziekte
Verspreidt zich onder de bevolking
 
Vaccinatie of efficiënte behandeling voorhanden
Beheersingsniveau
 
Voorbeelden
1
Onwaarschijnlijk
 
 
principes voor een goede arbeidsveiligheid en hygiëne
Penicillium notatum (schimmel gebruikt bij de productie van penicilline), niet-infectieus micro-organisme maar kan evt. allergische reactie veroorzaken
2
ja
neen
ja
2
Legionella pneumophila, influenzavirus types A, B en C
3
ja, ernstig
ja
ja
3
Humane immunodeficiëntievirussen (aids)
4
ja, ernstig
ja
neen
4
Ebolavirus
 
Classificatie
Bijlage VII.1-1 bevat een lijst met biologische agentia van de gevaargroepen 2, 3 en 4. De lijst is opgedeeld in bacteriën, virussen, parasieten en schimmels. Aangezien de bepalingen in de codex de omzetting vormen van een Europese richtlijn (2000/54/EG) is deze lijst gebaseerd op de Europese indeling. In deze lijst worden ‘coronaviridae’ vermeld in de lijst met virussen en ingedeeld in gevarengroep 2.
In 2019 verscheen er een EU-richtlijn (2019/1833/EU) met wijzigingen aan de Europese richtlijn 2000/54/EG over biologische agentia (Richtlijn biologische agentia: aanpassing van de bijlagen). Door deze wijziging werd de bijlage met de Europese indeling van biologische agentia vervangen door een volledig nieuwe, meer gedetailleerde, lijst. In deze lijst worden niet alleen de coronaviridae in het algemeen vermeld, maar ook specifieke virussen (SARS en MERS). De uitbraak van het coronavirus in 2020 heeft de Europese Commissie aangezet om een bijkomende wijziging van de richtlijn over biologische agentia door te voeren (publicatie van wijzigingsrichtlijn 2020/739 op 4 juni 2020), waardoor ook SARS-CoV-2 aan de lijst wordt toegevoegd. Het SARS-CoV-2-virus wordt ingedeeld in gevarengroep 3. De Europese lidstaten moeten de gewijzigde Europese regelgeving ten laatste op 20 november 2021 omzetten in nationale regels, maar voor het toevoegen en het indelen van SARS-CoV-2 in de lijst met biologische agentia hebben de lidstaten slechts tijd tot 24 november 2020. In tabel 2 staan de vermeldingen in verband met coronaviridae uit de geactualiseerde EU-classificatielijst.
 
Tabel 2 – Indeling van Coronaviridae volgens Bijlage III van Richtlijn 2000/54/EG
Nidovirales (O)
- Coronaviridae (F)
   - Betacoronavirus (G)
 
Aan het ernstig acuut ademhalingssyndroom gerelateerd coronavirus (SARS-virus)
3
Severe acute respiratory syndrome coronavirus 2 (SARS-CoV-2)
3
Middle East respiratory syndrome coronavirus (MERS-virus)
3
Andere als pathogeen bekendstaande coronaviridae
2
Virussen zijn in de lijst opgenomen naar orde (O), familie (F) en geslacht (G).
 
Beheersingsmaatregelen
De codex voorziet naast de algemene maatregelen (collectieve bescherming, hygiënemaatregelen) ook bijkomende beheersingsmaatregelen voor biologische agentia van gevarengroep 2, 3 of 4. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden met een al dan niet bewuste blootstelling. Bijlagen VII.1-2 en VII.1-3 beschrijven de beheersingsmaatregelen in functie van de vier gevarengroepen. Afhankelijk van welk biologisch agens aanwezig is, moet de werkgever maatregelen nemen uit de overeenstemmende groep. Zo gelden bijvoorbeeld voor de agentia van gevarengroep 3 de maatregelen van beheersingsniveau 3. Indien er nog geen definitieve beoordeling van een biologisch agens mogelijk is geweest, maar er wel aanwijzingen zijn dat het agens een ernstig risico inhoudt, dan is steeds een beheersingsniveau 3 vereist.
 
Aanbevelingen Belgian Biosafety Server
De Belgian Biosafety Server (SBB, een onderdeel van Sciensano, FOD Volksgezondheid) publiceert de Richtlijn biologische veiligheid voor diagnostiek en onderzoek inzake het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2). Hierin wordt een risicobeoordeling gemaakt van het virus. In dit document schreef de BBS in april 2020: "Op basis van de huidige kennis over SARS-CoV-2 stellen de SBB en de dienst Welzijn op het Werk van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg voor om het virus te classificeren onder risicoklasse 3 (of risicogroep 3)”. De SBB-richtlijn bevat, naast de verwijzing naar de maatregelen uit de codex, bijkomende maatregelen die genomen moeten worden door laboratoria die SARS-CoV-2 manipuleren. Ook in andere landen werd de indeling van SARS-CoV-2 in gevarengroep 3 vooropgesteld. Duitsland nam bijvoorbeeld op 27 februari 2020 een besluit om het virus als zodanig in de delen. De Europese indelingslijst bevestigt en uniformiseert de indeling voor de hele Europese Unie. 
 
Bronnen en meer informatie:
: preventActua 11/2020