Overtredingen van niveau 4 met verzwarende factor
De wet verstrengt ook de boetes in geval van een verzwarende factor. Een verzwarende factor houdt in:
- de inbreuk wetens en willens plegen, of
- fysiek of psychologisch geweld gebruiken tegen een sociaal inspecteur of hem/haar bedreigen.
Als de rechter een verzwarende factor vaststelt, is er de mogelijkheid om het sanctieniveau te verhogen. Een inbreuk van niveau 3 wordt dan bestraft met een boete van niveau 4. Voor inbreuken van niveau 4 (= hoogste sanctieniveau) was dit niet mogelijk. Daarom voorziet de nieuwe wet dat in geval van niveau 4 en een verzwarende factor, het bedrag van de geldboete ten minste 50% moet bedragen van het vastgelegde maximumbedrag.
Voorbeeld: Een inbreuk op de wet welzijn, die aanleiding geeft tot een ernstig arbeidsongeval, wordt bestraft met een sanctie van niveau 4.
Voor natuurlijke personen betekent dit mogelijk volgende straffen:
- tot en met 31 januari 2026: een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en/of een geldboete van € 4.800 tot € 56.000 (incl. opdeciemen)
- vanaf 1 februari 2026 is er nog steeds een mogelijke gevangenisstraf maar de geldboete ligt tussen € 6.000 en
€ 70.000 (incl. opdeciemen). Werd de inbreuk ‘wetens en willens’ begaan, dan wordt de minimale strafrechtelijke boete opgetrokken tot € 35.000 (incl. opdeciemen).
Rechtspersonen kunnen niet bestraft worden met een gevangenisstraf maar in dat geval wordt een conversiemechanisme toegepast waardoor de geldboete kan oplopen van € 30.000 tot € 720.000 (incl. opdeciemen). Pleegt een rechtspersoon de inbreuk bovendien ‘wetens en willens’, dan wordt de minimale geldboete opgetrokken tot € 360.000 (incl. opdeciemen).
Bij sommige inbreuken moeten deze bedragen nog vermenigvuldigd worden met het aantal betrokken werknemers.
Bronnen
- Wet van 19 december 2025 betreffende de verhoging van opdecimes en de verzwaring van de geldboete voor inbreuk op het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor
- Cautius, De tanden van het sociaal strafrecht werden bijgeslepen