Het Sociaal Strafwetboek: boetes sterk gestegen

Vanaf 1 februari 2026 liggen de boetes in het Sociaal Strafwetboek hoger en wordt de sanctie verzwaard bij sociale overtredingen van niveau 4 met een verzwarende factor.
Onderwerpen:
©:

gepubliceerd op 12.01.26 door de redactie, prevent.be

Geactualiseerd op:

Wettelijk kader

Het Sociaal Strafwetboek gaat over inbreuken op het arbeidsrecht en de sociale zekerheid. Het is dus ook van toepassing op inbreuken op de wetgeving inzake welzijn op het werk
Op 30 december 2025 verscheen de wet van 19 december 2025, waardoor de opdeciemen en de boetes bij overtredingen van niveau 4 met een verzwarende factor verhoogd worden. De bepalingen treden in werking op 1 februari 2026 en zijn van toepassing op overtredingen die vanaf die datum worden begaan.

Verhoging van de boetes

Vanaf 1 februari 2026 worden de opdeciemen verhoogd (de vermenigvuldigingscoëfficiënt stijgt van 70 naar 90). Het gevolg daarvan is dat de boetes die zijn opgenomen in het Sociaal Strafwetboek nu met tien worden vermenigvuldigd in plaats van met acht. Het daadwerkelijk verschuldigde bedrag voor een boete van bijvoorbeeld € 1.000 bedraagt voortaan € 10.000 in plaats van € 8000, wat neerkomt op een stijging van 25%.

Overtredingen van niveau 4 met verzwarende factor

De wet verstrengt ook de boetes in geval van een verzwarende factor. Een verzwarende factor houdt in:

  • de inbreuk wetens en willens plegen, of
  • fysiek of psychologisch geweld gebruiken tegen een sociaal inspecteur of hem/haar bedreigen.

Als de rechter een verzwarende factor vaststelt, is er de mogelijkheid om het sanctieniveau te verhogen. Een inbreuk van niveau 3 wordt dan bestraft met een boete van niveau 4. Voor inbreuken van niveau 4 (= hoogste sanctieniveau) was dit niet mogelijk. Daarom voorziet de nieuwe wet dat in geval van niveau 4 en een verzwarende factor, het bedrag van de geldboete ten minste 50% moet bedragen van het vastgelegde maximumbedrag. 

Voorbeeld: Een inbreuk op de wet welzijn, die aanleiding geeft tot een ernstig arbeidsongeval, wordt bestraft met een sanctie van niveau 4. 
Voor natuurlijke personen betekent dit mogelijk volgende straffen:

  • tot en met 31 januari 2026: een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en/of een geldboete van € 4.800 tot € 56.000 (incl. opdeciemen)
  • vanaf 1 februari 2026 is er nog steeds een mogelijke gevangenisstraf maar de geldboete ligt tussen € 6.000 en 
    € 70.000 (incl. opdeciemen). Werd de inbreuk ‘wetens en willens’ begaan, dan wordt de minimale strafrechtelijke boete opgetrokken tot € 35.000 (incl. opdeciemen). 

Rechtspersonen kunnen niet bestraft worden met een gevangenisstraf maar in dat geval wordt een conversiemechanisme toegepast waardoor de geldboete kan oplopen van € 30.000 tot € 720.000 (incl. opdeciemen). Pleegt een rechtspersoon de inbreuk bovendien ‘wetens en willens’, dan wordt de minimale geldboete opgetrokken tot € 360.000 (incl. opdeciemen).
Bij sommige inbreuken moeten deze bedragen nog vermenigvuldigd worden met het aantal betrokken werknemers.


Bronnen
- Wet van 19 december 2025 betreffende de verhoging van opdecimes en de verzwaring van de geldboete voor inbreuk op het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor
- Cautius, De tanden van het sociaal strafrecht werden bijgeslepen

Lees ook