Brandreactie van bouwproducten: naar een uniforme Europese regelgeving

De brandveiligheid van een gebouw hangt voor een groot deel af van de materialen die er gebruikt worden. In de EU wordt er gewerkt aan een uniform systeem.

Reactie bij brand
De “reactie bij brand” van een bouwproduct is het geheel van eigenschappen die een invloed hebben op het ontstaan en de uitbreiding van een brand. Met andere woorden: hoe draagt het materiaal bij tot het ontstaan of de verspreiding van brand in een gebouw? Dat heeft te maken met zaken zoals de brandbaarheid van het materiaal, vlamuitbreiding, de warmteafgifte en de snelheid waarmee dit alles gebeurt.
Wand- en plafondproducten die bij brand (brandende) druppels afgeven, kunnen namelijk het brandproces sterk versnellen, de rookproductie heeft een grote invloed op de overlevingskansen van de aanwezigen,….

In België
De verouderde Belgische wetgeving deelt bouwmaterialen in in de klassen A0, A1, A2, A3 en A4. Deze 5 klassen werden oorspronkelijk ingevoerd door de norm NBN S21-203 in 1980. Deze norm werd nadien overgenomen in bijlage 5 van het KB van 7 juli 1994 tot vaststelling van de Basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen (BS 26 april 1995 – KB Basisnormen). Voor de rangschikking in deze klassen worden vier verschillende proefmethoden gebruikt (zie kader). Aan de hand van de resultaten van deze proeven, wordt een materiaal dan in een klasse ondergebracht.

Kader 1: Proefmethoden voor indeling in brandklassen

De klassering in België gebeurt aan de hand van een Britse (BS), Franse (NF) en een ISO-norm.
1. De niet-brandbaarheidsproef ( ISO 1182) deze proef deelt de materialen op in 2 klassen de niet-brandbare en de brandbare, op basis van de calorische waarde van het materiaal. De eerste groep krijgt de klasse A0.
2. De ontvlambaarheidsproef: NF P 92-501: deze proef gaat na of een zeer beperkte en lokale warmtebron een materiaal kan doen ontvlammen.
3. De ontvlambaarheid van smeltende materialen: NF P 92-504. De bedoeling is identiek aan de eerste ontvlambaarheidsproef maar de testopzet verschilt door de eigenschap van het materiaal.
4. De vlamuitbreidingsproef BS 476 – deel 7: deze proef meet de laterale vlamuitbreiding over het oppervlak van een verticaal geplaatst proefstuk.

 

Naar een geharmoniseerd systeem in Europa
De andere Europese lidstaten hanteren een gelijkaardig systeem, hoewel proefmethoden verschillen. Dat maakt vergelijkingen tussen verschillende landen bijzonder moeilijk en vormt ook een rem op de internationale handel. Elk product moet in het invoerende land immers opnieuw getest en ingedeeld worden.
Deze handelwijze is uiteraard strijdig met de idee van vrij verkeer van goederen. Daarom heeft men op Europees niveau een geharmoniseerd systeem uitgewerkt op basis van geüniformiseerde proeven en testomstandigheden.

Uniforme classificatiemethodes
Dit resulteerde in een beschikking 2000/147/EG van de Europese Commissie van 8 februari 2000 ter uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad wat de indeling van voor de bouw bestemde producten in klassen van materiaalgedrag bij brand betreft (PB 21 juni 2000). De inhoud ervan wordt verder uitgewerkt in de norm EN 13501-1, Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen – Deel 1: Classificatie op grond van resultaten van beproeving van het brandgedrag. Beschikking 2000/147 is ondertussen ingetrokken en vervangen door Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/364 van de Commissie van 1 juli 2015 betreffende de indeling van bouwproducten in klassen van materiaalgedrag bij brand. 
De Europese classificatie van bouwproducten op hun reactie bij brand is gebaseerd op 5 testmethoden. Daarvan zijn er 4 bestaande ISO-normen en één is een nieuwe Europese norm (NBN EN 13823). Met behulp van deze 5 testmethoden die door CEN werden geharmoniseerd, is het mogelijk om bouwproducten in te delen volgens het classificatiesysteem van gedelegeerde verordening 2016/364.
De gedelgeerde verordening klasseert de bouwmaterialen in 7 “Euroklassen”: A1, A2, B, C, D, E en F. Klasse A bevat de producten die het best scoren op het vlak van brandreactie, klasse F de materialen met de slechtste scores. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vloeren en de andere materialen. Zo wordt de index aangevuld met de letters FL voor vloeren (bijvoorbeeld AFL, BFL, enz.).


Rookontwikkeling en druppelvorming
In de klassen A2 tot E zijn er nog aanvullende classificaties voor twee bijkomende aspecten die bijdragen tot de ontwikkeling van brand.
Een eerste zaak is de rookontwikkeling. Hiervoor wordt de kleine letter ‘s’ gebruikt, gevolgd door een cijfer van 1 tot 3. Materialen uit categorie s1 zorgen voor een beperkte rookontwikkeling, s3-materialen veroorzaken net heel veel rook. Ook druppelvorming is een belangrijke factor. Druppelvorming zorgt er immers voor dat een brand zich sneller verspreidt. In de Europese klassering wordt de druppelvorming aangeduid met de hoofdletter ‘D’, gevolgd door een cijfer van 0 tot 2. Bouwproducten uit categorie ‘D0’ geven bij brand geen druppels vrij, in categorie ‘D1’ gaat het om druppels die minder dan 10 seconden blijven branden. Materialen uit categorie ‘D2’ geven druppels die langer dan 10 seconden blijven branden. Rekening houdend met de zeven hoofdklasseringen (A1 tot F) en de zes bijkomende klasseringen komt men tot ongeveer 51 mogelijke combinaties.

Op weg naar uniforme klassering(-smethode)
De invoering van de Europese brandreactie klassering en de bijhorende testmethoden is een belangrijke stap naar een Europese eenheidsmarkt. Voor België betekent dit concreet dat op termijn de bijlage 5 van het KB Basisnormen zal moeten aangepast worden.
De huidige tabel in bijlage 5 zal op termijn vervangen worden door 4 nieuwe tabellen waarbij de reactie bij brand van de gebruikte bouwmaterialen en producten in het gebouw zal bepaald worden in functie van het type lokaal, de bezetting en de aanwezigheid van branddetectie. Voor onder andere sociale voorzieningen zullen daardoor strengere eisen gesteld worden dan voor pakweg kantoorgebouwen.

Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/364 van de Commissie van 1 juli 2015 betreffende de indeling van bouwproducten in klassen van materiaalgedrag bij brand

KB Basisnormen Brand (gecoördineerde teksten - PreventLex)


Gebaseerd op een artikel van Dieter Brants (Brandweer Leuven)

: PreventActua 18/2009