Richtlijn legt strengere regels op voor kankerverwekkende agentia

Door een aanpassing van de Europese richtlijn over de bescherming van werknemers tegen kankerverwekkende agentia zijn er strengere regels voor 8 agentia. Deze richtlijn is in Belgische wetgeving omgezet door het KB van 19 november 2020.
Laatste wijziging:
©:
preventActua 04/2019

Wettelijk kader

Richtlijn 2019/130/EU verscheen op 31 januari 2019 in het Publicatieblad. Deze richtlijn wijzigt richtlijn 2004/37/EG betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (omgezet in Belgisch recht door de Codex, VI.2-1 tot VI.2-15).

De wijzigingsrichtlijn past in een beleid van de Europese Commissie om werkgerelateerde kankers door blootstelling aan chemische agentia terug te dringen. Een volledig overzicht van de opeenvolgende wijzigingen is beschikbaar op Strengere grenswaarden kankerverwekkende agentia.

8 agentia

De strengere regels die ingevoerd worden door richtlijn 2019/130/EU behelzen:
- Epichloorhydrine, cas nr. 106-89-8 (1-chloor-2,3-epoxypropaan)
- Ethyleendibromide, cas nr. 106-93-4 (dibroomethaan)
- Ethyleendichloride, cas nr. 107-06-2 (1,2-dichloorethaan)
- 4,4'-methyleendianiline, cas nr. 101-77-9
- Trichloorethyleen, cas nr. 79-01-6
- Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) die benzo[a]pyreen bevatten
- Gebruikte minerale motoroliën
- Uitlaatgassen van dieselmotoren
Voor de 5 chemische stoffen is een grenswaarde vermeld in bijlage III van de richtlijn. Deze bijlage bevat de grenswaarden voor kankerverwekkende agentia. Voor PAK's en gebruikte minerale motoroliën is de notatie "huid" vermeld. Voor uitlaatgassen van dieselmotoren is de grenswaarde vermeld op basis van koolstof.

Gebruikte minerale motoroliën

Gebruikte minerale motoroliën zijn bij procedés gegenereerde stoffen en worden dan ook niet ingedeeld volgens de CLP verordening (1272/2008/EU). Minerale oliën die eerder in interne verbrandingsmotoren zijn gebruikt om de bewegende delen in de motor te smeren en af te koelen, zijn echter kankerverwekkend. Beroepsmatige blootstelling vindt vooral plaats via de huid. Vandaar de 'huidnotatie' in bijlage III in de richtlijn om aan te geven dat aanzienlijke opname via de huid mogelijk is.
Verder zijn werkzaamheden waarbij er huidblootstelling is aan gebruikte minerale motoroliën toegevoegd aan bijlage I van de richtlijn. Deze bijlage omschrijft kankerverwekkende werkzaamheden waarvoor de werkgever strikte beschermingsmaatregelen moet nemen.

Uitlaatgassen van dieselmotoren

Ook werkzaamheden waarbij sprake is van blootstelling aan uitlaatgassen van dieselmotoren zijn toegevoegd aan bijlage I van de richtlijn. Deze werkzaamheden vinden plaats in heel wat sectoren en de Commissie geeft zelf aan dat tussen de 8 à 19 mio werknemers mogelijk blootgesteld zijn aan dieseluitlaatgassen. 
Uitlaatgassen van dieselmotoren zijn ook niet ingedeeld op basis van de CLP-verordening aangezien het gaat om stoffen die gegenereerd worden bij procedés. Op basis van aanbevelingen van het IARC wordt echter koolstof gebruikt als merkstof voor de blootstelling aangezien koolstof een aanzienlijk deel van de emissie uitmaakt. De grenswaarde voor uitlaatgassen van dieselmotoren is in bijlage III vermeld als 0,05 mg/m3, gemeten als elementair koolstof. In sommige sectoren is deze grenswaarde moeilijk haalbaar op korte termijn. Daarom is er voor deze grenswaarde nog een algemene overgangsperiode van 2 jaar en voor de sectoren ondergrondse mijnbouw en tunnelbouw van 5 jaar (resp. tot 20/02/2023 en tot 20/02/2026).

Omzetting in Belgische wetgeving

De richtlijn is omgezet door het KB van 19 november 2020 (BS 8 december 2020).


Richtlijn 2019/130/EU tot wijziging van Richtlijn 2004/37/EG betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
 

Upgrade jouw abonnement

Deze tekst is momenteel niet toegankelijk binnen jouw abonnementsformule. 
Ontdek onze verschillende formules.