Regelgeving over kunstmatige optische straling

De bescherming van werknemers tegen kunstmatige optische straling wordt geregeld door de Codex Welzijn op het werk. Een overzicht van de belangrijkste regels.
Onderwerpen:
©:
Geactualiseerd op:

Europese omzetting

De bepalingen over kunstmatige optische straling zijn opgenomen in de Codex Welzijn op het werk, Boek V Omgevingsfactoren en fysische agentia, Titel 6 Kunstmatige optische straling. Het gaat over de omzetting van een Europese richtlijn, m.n. richtlijn 2006/25/EG van 5 april 2006 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan risico’s van fysische agentia - kunstmatige optische straling, PB van 27 april 2006. De omzetting gebeurde in 2010 op basis van een konklijk besluit (22 april 2010, BS 6 mei 2010) dat opgenomen werd in de officieuze codex. In 2017 werden de teksten gecoördineerd in de Codex Welzijn op het werk. 

Wat is optische straling?

De optische straling betreft alle elektromagnetische straling waarvan de golflengte tussen 100 nanometer (nm) en 1 millimeter ligt.
Het spectrum van de optische straling bevat niet alleen het zichtbare licht (380 nm - 780 nm), maar ook de ultraviolette straling (100 nm - 400 nm) en de infrarode straling (780 nm - 1000 nm). Het ultraviolette gebied wordt ingedeeld in UVA (315 - 400 nm), UVB (280 - 315 nm) en UVC (100 - 280 nm). Optische straling die niet tot de laserstraling behoort, wordt aangeduid met de term niet-coherente straling.
Onderstaande tabel toont een aantal toepassingen waarbij kunstmatige optische straling wordt gebruikt.

Kunstmatige optische stralingenGebruik
- ultraviolette straling (laserstraling inbegrepen)Booglassen, waterzuiveringsinstallaties, UV-verharders (verharden van inkt, vernis,…), UV-fluorescentie detectoren, laserapparaten,…
- infrarode straling (laserstraling inbegrepen)Warmtebron: smelten van metaal, vervaardiging van glas, laserapparaten,…


De bepalingen gaan over de risico’s voor de ogen en de huid die het gevolg zijn van de blootstelling aan kunstmatige optische straling.

Risicoanalyse 

De werkgever moet de risico’s opsporen en evalueren. Indien nodig moet hij de blootstelling van de werknemers meten of berekenen, zodat hij eventueel maatregelen kan nemen om de blootstelling te beperken. De berekeningsmethode moet voldoen aan de normen van de Internationale Elektrotechnische Commissie (laserstraling), de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor Verlichtingskunde en de Europese Commissie voor Normalisatie (niet-coherente straling) (art V.6-5).
De beoordelingen, metingen en/of berekeningen moeten uitgevoerd worden door deskundige diensten of personen en de resultaten moeten bewaard worden, zodat ze later nog kunnen opgevraagd worden. (art. V.6-6 en V.6-7).

Aandachtspunten

Bij deze risicoanalyse moet de werkgever ook aandacht besteden aan het stralingsniveau, de golflengtegebieden en de duur van de blootstelling. Hij moet rekening houden met de mogelijke gevolgen voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers.
Verder moet ook aandacht besteed worden aan het feit dat gelijktijdige blootstelling aan optische straling en fotosensibiliserende scheikundige stoffen kan leiden tot huidbeschadiging.
De risicobeoordeling moet ook oog hebben voor mogelijke indirecte effecten zoals tijdelijke blindheid, ontploffing of brand. Ook het feit dat werknemers aan verscheidene bronnen van kunstmatige optische straling blootgesteld kunnen worden mag niet uit het oog verloren worden.
Verder moet de werkgever ook de informatie uit het gezondheidstoezicht van de werknemers mee in rekening brengen. Hij mag zich ook baseren op de informatie over de bronnen van optische straling en aanverwante arbeidsmiddelen overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines (art. V.6-5 - V.6-8).
De risicoanalyse moet vastgelegd worden in een geschreven document dat bijgewerkt moet worden telkens er ingrijpende veranderingen plaatsvinden of wanneer de resultaten van het gezondheidstoezicht dit vereisen (art. V.6-11).

Risico’s voorkomen of verminderen

De nadruk ligt op de voorkoming of vermindering van risico’s van kunstmatige optische straling door een brongerichte aanpak. De algemene stelregel is dat de in de risicoanalyse vermelde risico’s geëlimineerd of tot een minimum beperkt moeten worden. Wanneer blijkt dat de blootstellingsgrenswaarden overschreden worden, moet de werkgever een actieplan opstellen en uitvoeren. Dit plan moet bestaan uit technische en/of organisatorische maatregelen. Maatregelen die in het actieplan vermeld kunnen worden, zijn bijvoorbeeld:
- alternatieve werkmethodes die het risico van optische straling verminderen;
- de keuze van arbeidsmiddelen die minder optische straling uitzenden;
- technische maatregelen om de emissie van optische straling te beperken (eventueel door het gebruik van vergrendeling, afscherming);
- beperking van de duur en het niveau van de straling;
- beschikbaarheid van passende persoonlijke beschermingsmiddelen;
- …

Ook de werkplaats kan zodanig ingericht of ingedeeld worden dat de risico’s tot een minimum beperkt worden. Wanneer uit de risicobeoordeling blijkt dat werknemers kunnen blootgesteld worden aan hoge stralingsniveaus, moet er een passende signalering aangebracht worden. De risicozones moeten afgebakend worden en de toegang ertoe moet in de mate van het mogelijke beperkt worden (art. V.6-11). Werknemers mogen in geen geval blootgesteld worden aan straling boven de grenswaarden (art. V.6-12). De grenswaarden voor blootstelling van werknemers aan niet coherente straling ( = optische straling die geen laserstraling is) zijn vastgelegd in bijlage V.6-I. Bijlage V.6-II bevat de grenswaarden voor laserstraling.

Voorlichting en opleiding van de werknemers

De werknemers die aan kunstmatige optische straling blootgesteld worden, moeten voorgelicht en opgeleid worden (art. V.6-14). Zo hebben de werknemers het recht om te weten:
- welke maatregelen er genomen zijn;
- welke de grenswaarden voor blootstelling zijn en de gerelateerde potentiële gevaren;
- wat zijn de resultaten van de risicoanalyse;
- wanneer zij recht hebben op gezondheidstoezicht;
- wat veilige werkmethodes zijn;
- hoe persoonlijke beschermingsmiddelen veilig te gebruiken.

Gezondheidstoezicht

Het gezondheidstoezicht heeft als uitgangspunt de preventie en vroegtijdige diagnose van aandoeningen die het gevolg zijn van blootstelling aan optische straling. De blootgestelde werknemers worden daarom onderworpen aan een passend gezondheidstoezicht, uitgevoerd volgens de bepalingen van titel I.4 van de Codex (gezondheidstoezicht).
Van elke werknemer die onder gezondheidstoezicht staat moet een individueel medisch dossier opgemaakt worden, dat regelmatig geactualiseerd wordt (art. V.6-16 - V.6-21).
Indien de blootstelling boven de grenswaarden ligt, moet de werknemer ook een medisch onderzoek ondergaan. Dit geldt eveneens wanneer een werknemer aan een ziekte lijdt, of schadelijke gezondheidseffecten ondervindt die het gevolg kunnen zijn van blootstelling aan optische straling.
In beide gevallen wordt de werknemer hierover geïnformeerd door de arts en wordt de werkgever tegelijkertijd hiervan op de hoogte gesteld. De werkgever moet dan de risicobeoordeling opnieuw bekijken, eventueel het advies van een deskundige inroepen, voorzien in een voortgezet gezondheidstoezicht en zorgen voor een evaluatie van de gezondheidstoestand van alle andere werknemers die op een soortgelijke manier werden blootgesteld (art. V.6-21).

Meer info

Upgrade jouw abonnement

Deze tekst is momenteel niet toegankelijk binnen jouw abonnementsformule. 
Ontdek onze verschillende formules.