Praktijkrichtlijn binnenluchtkwaliteit

De Federale Overheidsdienst voor Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg heeft een praktijkrichtlijn binnenluchtkwaliteit ter beschikking gesteld. De praktijkrichtlijn biedt ondersteuning bij het in de praktijk brengen van de codexbepalingen over binnenluchtkwaliteit.

Context
Door een KB van 2 mei 2019 zijn in de Codex welzijn op het werk bepalingen toegevoegd en gewijzigd over de binnenluchtkwaliteit (Boek III Arbeidsplaatsen, Titel 1 Basiseisen betreffende arbeidsplaatsen, Hoofdstuk 4 Luchtverversing) (lees ook Regels over binnenluchtkwaliteit toegevoegd aan de codex). Om de werkgevers te helpen bij het toepassen van deze regels heeft de Federale Overheidsdienst voor Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg een praktijkrichtlijn uitgebracht. Deze praktijkrichtlijn is geen wettelijk voorschrift maar zoals het document zelf zegt moet het beschouwd worden als een soort professionele standaard: "als men hieraan voldoet zal men in het algemeen aan de wetgeving voldoen". De inhoud van de praktijkrichtlijn is gebaseerd op de stand van de wetenschap en van de techniek in 2018 en de FOD plant een eerste herziening in 2021.

Werklokaal
De praktijkrichtlijn verduidelijkt dat de bepalingen over binnenluchtkwaliteit gelden voor werklokalen. Een werklokaal is "een lokaal waarin zich een werkpost bevindt" (codex, art. I.1-4, 29°). Voorbeelden van dergelijke werklokalen zijn kantoren, vergaderzalen, labo’s, werkplaatsen in gesloten ruimten, klaslokalen, ... Plaatsen zoals archieven, gangen of toiletten vallen niet onder deze definitie, maar er moet steeds rekening gehouden worden met de concrete omstandigheden. Een voorbeeld is een archieflokaal met een werkplek voor de archivaris. In dat geval gaat het toch om een werklokaal.

Risicofactoren
De praktijkrichtlijn legt de nadruk op de risicoanalyse. Er wordt een overzicht gegeven van de

factoren die de binnenluchtkwaliteit beïnvloeden en waarmee rekening moet gehouden worden in de risicoanalyse.

Tabel - Risicofactoren voor de binnenluchtkwaliteit

Risicofactoren 

Aandachtspunten

Ventilatie in het lokaal 
- Wat is de hoeveelheid verse lucht per persoon die typisch in de ruimte aanwezig is (nominale bezetting)? Om te voldoen aan de eisen van de codex (art. III.1-37) is een minimale ventilatie van 25 of 40 m3/h per persoon vereist, afhankelijk van de aanwezigheid van verontreinigingsbronnen;
- Wat is de hoeveelheid verse lucht per mvloeroppervlakte;
- Hoe verloopt de sturing van de luchtverversingsinstallatie? Werkt de installatie permanent? Automatische sturing? Hoe is deze afgesteld?
Verontreiniging door de aanwezige personen 
- CO2-productie van de aanwezige personen (i.f.v. de bezetting en type werk (licht, zwaar));
- Andere aspecten: volume van het werklokaal, al dan niet eten in het lokaal.
Verontreiniging door aanwezige materialen en toestellen
- Meubilair, bouwmaterialen, vloer- en muurbekleding;
- Fotokopietoestellen en printers;
- Dampen en geuren vanuit keukens;
- Bevuilde verwarmingstoestellen;
- …
Verontreiniging gelinkt aan onderhoud van de werklokalen
Rekening houden met aspecten zoals:
- Het reinigen van de lokalen voor of tijdens de werkuren kunnen dampen van schoonmaakproducten, detergenten, ontsmettingsmiddelen, luchtverfrissers... veroorzaken;
- Onvoldoende reiniging van de vloer kan zorgen voor stofverspreiding vooral bij vloertapijt.
Verontreiniging afkomstig van het ventilatie-, luchtbehandelings- en verwarmingssysteem
 
Slijtage, defecten en lekken brengen de werking van de systemen in het gedrang. Volgende aspecten nagaan:
- Wordt de globale luchtverversingsinstallatie periodiek gecontroleerd op een goede werking en is er voldoende onderhoud?
- Worden de aanwezige filters van de luchtverversingsinstallatie regelmatig vervangen?
Kwaliteit van de toegevoerde (buiten)lucht 
Buitenlucht kan reeds verontreinigd zijn voor deze in het werklokaal binnenkomt. 
Waar komt buitenlucht binnen? Kwaliteit?
- Nabijheid van luchtuitlaten van ventilatie, dampkappen en verwarmingstoestellen met verbranding
- Nabijheid van uitlaatgassen van voertuigen
- Nabijheid van industriële uitstoot (spuitcabine, garagewerkplaats, stofproductie)
- Geuren van afvalcontainers, riool, voedselproductie
- Pollen en stof van schimmelsporen van natuurlijke herkomst 
- Globale luchtverontreiniging. 

 

Risicoanalyse
Voor de risicoanalyse zelf wordt een stappenplan aangereikt uitgaande van een snelle screening, en indien nodig het uitvoeren van berekeningen en/of metingen. De screening kan gebeuren op basis van documentatie, visuele inspectie en de bevraging van werknemers. Indien op basis van deze screening mogelijke problemen worden gedetecteerd kunnen berekeningen uitgevoerd worden om CO2-concentraties te berekenen. De praktijkrichtlijn verwijst hiervoor naar de webapplicaties van de Belgian Society for Occupational Hygiene (BSOH). Ook metingen kunnen noodzakelijk zijn, m.n. ventilatiedebieten, CO2-concentraties, luchtvochtigheid, vluchtige organische stoffen.

Maatregelen
Om te voldoen aan de eisen inzake binnenluchtkwaliteit zijn zowel technische maatregelen (gebouw, installaties) als organisatorische maatregelen nodig. De praktijkrichtlijn schrijft voor hoe er tewerk kan gegaan worden bij nieuwe en bij bestaande gebouwen.

Bron: FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Praktijkrichtlijn ‘Binnenluchtkwaliteit in werklokalen’ 

Lees ook de gecoördineerde codex-bepalingen over binnenluchtkwaliteit (preventLex)

: preventMail 2019/27