Wat vinden jongeren van veiligheid en gezondheid op het werk?

Het Britse Health and Safety Laboratory deed in 2002 onderzoek naar de houding van jongeren ten opzichte van veiligheid en gezondheid op het werk. We zetten de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek op een rijtje.

Methodologie
Vijf groepen van jongeren tussen 15 en 22 jaar kregen een aantal vragen voorgeschoteld over veiligheid en gezondheid op het werk. De eerste groep bestond uit zes jongeren tussen 17 en 19 jaar die al full time op een boerderij hadden gewerkt. De tweede groep was samengesteld uit vijf jongeren tussen 20 en 22 jaar die voor burgerlijk ingenieur studeerden. Zij hadden al in de bouw, de groothandel of voor een cateringdienst gewerkt. In de derde groep zaten vijf jongeren tussen 15 en 19 jaar van een jeugdclub in een Afro-Caribische gemeenschap. De vierde groep bestond uit vijf leerlingen uit ingenieurs- en bouwrichtingen. De laatste groep was samengesteld uit zes jongeren van 17 of 18 jaar drie dagen per week werkten als metselaars en twee dagen per week naar school gingen. Aan de hand van de antwoorden van deze 27 jongeren werd het rapport “Young People’s Attitudes to Health and Safety at Work” opgesteld.

Onderwerpen
De jongeren kregen vragen voorgeschoteld over acht onderwerpen: opleiding over veiligheid en gezondheid, communicatie over veiligheid en gezondheid, de aangifte van een arbeidsongeval, de risicoanalyse, de website ‘young worker’, problemen met veiligheid en gezondheid in kmo’s, overheidscampagnes over veiligheid en gezondheid.

Resultaten
* Geen enkele ondervraagde jongere had op school les gekregen over veiligheid en gezondheid en ze vonden allemaal dat een basis over veiligheid en gezondheid moet meegegeven worden op jonge leeftijd.
* Verouderde boeken en video’s gebruiken in opleidingen over veiligheid en gezondheid is uit den boze. Interactieve opleidingspakketten spreken jongeren het meest aan. Internetcursussen over veiligheid en gezondheid zouden hun intrede moeten doen in de klaslokalen.
* Bijna alle jongeren vonden dat er brochures moesten bestaan die speciaal naar hen gericht waren (en dus niet naar werkgevers of leraars). Het gebruik van kleuren, grote foto’s, diagrammen en in het oog springende logo’s leek hen daarbij belangrijk.
* De meeste jongeren kenden de overheidscampagnes rond veiligheid en gezondheid, vooral diegenen die een schokeffect beoogden.
* De jongeren vonden in het algemeen dat de massamedia (radio, posters, kranten,…) een goede manier was om de boodschap rond veiligheid en gezondheid naar hen over te brengen.
* De meeste jongeren vonden dat beroemdheden de promotiecampagnes rond veiligheid en gezondheid moeten dragen. Een alternatief is een animatiefilmpje met de stemmen van beroemdheden.
* Slechts één van de ondervraagde jongeren kende de website ‘young worker’.
* De jongeren die al op een boerderij hadden gewerkt, haalden de slechte financiële situatie in de sector aan als reden waarom ze bijna geen aandacht besteedden aan veiligheid en gezondheid op het werk. Als ze daarvoor oog moesten hebben, zou dat hun werk vertragen.

HSL, Young People’s Attitudes to Health and Safety at Work, 2002

: PreventActua Nr 18, 2006