Van ARAB-ist tot Preventieadviseur

Hieronder leest u de getuigenis van een preventieadviseur die de overgang meemaakte van ‘ARAB-ist’ naar ‘beoefenaar’ van de Codex. Serge Marlier is directeur van de IDPB van de Provincie Henegouwen.

Het ARAB: 1946-47
Na de Tweede Wereldoorlog zag de wetgever zich genoodzaakt orde te scheppen in alle wetteksten over de veiligheid en de gezondheid van de werknemers – die versnipperd waren in tal van besluiten – en deze te bundelen. Deze bundeling, het zogenaamde Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, werd goedgekeurd door de besluiten van de Regent van 1946 en 1947.
Het was een uitgebreid geheel van wettelijke bepalingen bestaande uit ongeveer 850 artikels verdeeld over 5 titels.
 
Gedetailleerde voorschriften
Deze bundel bevatte vooral verbodsbepalingen en gedetailleerde technische voorschriften.
Het ARAB bepaalde niet enkel hoe een toestel of apparaat gebouwd moest worden, maar ook hoe men dat toestel of apparaat moest gebruiken om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te vrijwaren. Een schoolvoorbeeld hiervan zijn ladders.
Deze à priori zeer duidelijke – maar weinig flexibele – aanpak was moeilijk toe te passen op de dagelijkse werking van een bedrijf.

De wet van 10 juni 1952
De wet van 10 juni 1952 betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers, alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen creëerde een stevige wettelijke basis.
Deze wet was van toepassing op iedereen die werknemers tewerkstelde op grond van een arbeidsovereenkomst. De wet was – gelukkig – ook van toepassing op de Staat, de provincies, de gemeenten, de openbare instellingen, de instellingen van openbaar nut, op al wie met een openbare dienst was belast, alsook op het door hen tewerkgestelde personeel.
Het diensthoofd VGV (veiligheid- gezondheid-verfraaiing van de werkplaatsen) zat echter in zeker zin in een comfortabele positie. De wetgeving reikte hem een aantal pasklare antwoorden aan, bijvoorbeeld: er is een valbeveiliging nodig vanaf werken op een hoogte van 2 m, ladders met meer dan 25 sporten moeten bovenaan worden vastgemaakt,…

1975: een preventiebeleid in kinderschoenen
De voorloper van de filosofie die de huidige wetgeving kenmerkt, is het KB van 20 juni 1975, beter bekend onder de benaming "het artikel 54 quater2 van het ARAB".
Dit artikel legde werkgevers de algemene verplichting op om elk risico te voorkomen dat de veiligheid of de gezondheid van de werknemers kon aantasten, en om de nodige maatregelen te treffen om het werk aan te passen aan de mens.

1992: algemene preventiebeginselen
Artikel 28bis, ingevoegd in het ARAB via het KB van 14 september 1992, zet verschillende bepalingen van de Europese kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid op het werk om in Belgisch recht. Het is dit artikel 28bis dat de werkgever verplicht algemene preventiebeginselen toe te passen.

1996: de wet en de codex over het welzijn op het werk
Het feit dat bepaalde voorschriften van het ARAB niet meer actueel waren enerzijds, en dat een hele resem Europese richtlijnen in Belgisch recht moesten worden omgezet anderzijds, noopte de wetgever ertoe de wetgeving onder handen te nemen.
De publicatie van de wet van 4 augustus 1996 en de koninklijke uitvoeringsbesluiten die opgenomen zijn in een codex over het welzijn op het werk, hebben de ‘ARAB-isten’ in de richting van een volledig nieuw systeem geduwd.
Belangrijkste kenmerken:
- De wet en de codex over het welzijn op het werk maken deel uit van de sociale wetgeving
- Het is een hoofdzakelijk preventieve wetgeving die van toepassing is op de werkgevers en werknemers zodra er een band van ondergeschiktheid bewezen is
- Het is een ‘kneedbaar’, flexibeler recht dat beter kan worden afgestemd op de realiteit in de bedrijven
- Het gaat meer over resultaatsverbintenissen dan over middelenverbintenissen.

Van ‘diensthoofd VGV’ tot ‘Preventieadviseur’
Het diensthoofd VGV beleefde een Copernicaanse omwenteling en is voortaan ‘preventieadviseur’.
In de meeste beschrijvingen van de taken van de IDPBW, wordt zijn rol als adviseur benadrukt:
- Deelnemen aan…
- Advies geven over…
- Voorstellen formuleren voor…
- Meewerken aan…
- Advies verlenen aan de werkgever en het comité…
De IDPBW is er niet meer om ‘uit te voeren’ of ‘te laten uitvoeren’. De taak van deze dienst bestaat erin ‘op te sporen, advies te verstrekken, aanbevelingen te formuleren’ en eventueel om ‘te helpen uit te voeren’…

Colloquium van de ARCoP, Association royale des Conseillers en Prévention, ‘La loi sur le bien-être fête ses 20 ans’, Namen, 29 november 2016

: PreventFocus 10/2016
: Wet