Zwaailicht en sirene? Blijf kalm!

Wie een voertuig met zwaailicht en loeiende sirene ziet naderen, slaat soms in paniek. Het is net belangrijk om kalm te blijven en juist te handelen zodat je jezelf en de andere weggebruikers niet in gevaar brengt.

Prioritair voertuig
Prioritaire voertuigen worden in het verkeersreglement omschreven als voertuigen “die uitgerust zijn met één of meerdere blauwe knipperlichten en een speciaal geluidstoestel” Het gaat om dienstvoertuigen van de politie, brandweer en ambulances, maar er bestaan nog andere prioritaire voertuigen:
- voor vervoer van gedetineerden
- dienstvoertuigen van provinciegouverneurs
- voertuigen van inspectiediensten van de gewesten en van de openbare vervoersmaatschappijen
- voor hulpverlening bij een ernstig incident veroorzaakt door water, gas, elektriciteit of radioactieve stoffen.

Worden niet beschouwd als prioritair voertuig:
- persoonlijke voertuigen van dokters
- als medische urgentiewagen uitgeruste personenwagens die geen ziekenwagen zijn
- voertuigen die begeleid worden door een prioritair voertuig, zoals bijvoorbeeld een geldtransport.

Wanneer reageren?
In feite moet je enkel voorrang verlenen aan een prioritair voertuigen wanneer de blauwe zwaailichten én de sirene in werking zijn. Een politiewagen met enkel blauwe zwaailichten geeft niet per se te kennen dat hij een dringende opdracht uitvoert en moet je dus geen voorrang verlenen.
Wie echter geen voorrang verleent aan een prioritair voertuig met zwaailichten en sirene, is in overtreding en riskeert een boete.

Hoe reageren?
Veel automobilisten gaan meteen op de rem staan wanneer ze een prioritair voertuig zien naderen. Dat is niet altijd de juiste reflex. Hoe reageer je dan best wel?
- Blijf kalm en probeer het voertuig te lokaliseren.
- Maak ruimte zonder jezelf en andere weggebruikers in gevaar te brengen. Respecteer de verkeersregels.
- Stop om het prioritair voertuig door te laten, ook al heb je voorrang. Ook als fietser en voetganger. Steek zeker niet nog snel over.
- In een stilstaande file: maak plaats tussen de twee meest links gelegen rijstroken. Prioritaire voertuigen rijden liever niet over de pechstrook.
- Op een rotonde: blijf rijden tot het prioritair voertuig is afgeslagen, ook al moet je daardoor je afslag voorbij rijden.
- Aan een kruispunt voor een rood licht of stopbord: kijk goed naar de verkeerssituatie voor en achter je. Geef het prioritair voertuig door een klein stukje vooruit te rijden of door uit te wijken in dezelfde richting als andere voertuigen. Je mag niet zomaar door het rode licht rijden.
- Het prioritair voertuig wil je inhalen op een helling of in een bocht: blijf verder rijden aan de maximaal toegelaten snelheid. Maak pas plaats als je veilig kunt uitwijken op een parkeerstrook of verharde berm. Maak je uitwijkmanoeuvre tijdig kenbaar met de richtingaanwijzer.


Bronnen: BIVV, VAB

: PreventActio 02/2016