Anderstaligen op de werkvloer

Allochtone werknemers hebben het op de Vlaamse arbeidsmarkt niet altijd makkelijk, noch bij de aanwerving, noch op de werkvloer zelf. De verklaring daarvoor is een samenspel van verschillende aspecten waar de taalbarrière er alleszins één van is. Ook voor de veiligheid binnen het bedrijf is de talenkennis een cruciaal punt. Een goed begrip van instructiekaarten en procedures, het kunnen melden van problemen en incidenten, onderling overleg,..., het zijn allemaal bouwstenen van een veiligheidsbeleid. Recent zijn in Vlaanderen initiatieven opgestart om vooruitgang te boeken in deze problematiek.

Het verschil
Vlaams Minister van Werk en Onderwijs Frank Vandenbroucke wil het gelijkekansenbeleid nieuw leven inblazen. De positie van de allochtonen op de arbeidsmarkt is immers nog nooit zo slecht geweest (zie marge). Maar ook voor wie aan de slag kan, is de situatie op de werkvloer niet altijd evident. Ook op veiligheidsvlak laat zich dat voelen. Een onderzoek naar vraag en aanbod van de Nederlandse arbodiensten naar de allochtonen toe maakte al duidelijk dat op dat vlak een en ander schort. Op papier lijkt het alsof de allochtone werknemers steeds goed bereikt worden, maar in de praktijk durft het al eens anders verlopen. Het arbopersoneel schrijft dit in de eerste plaats toe aan taalproblemen maar ook aan cultuurverschillen, het vaak lagere opleidingsniveu van de allochtone cliënten en het feit dat deze vaak geen weet hebben van de plaats en functie van de arbodienst en de bedrijfsarts. Zelf ervaren de arbowerknemers dat zij te weinig kennis hebben van en ervaring met het omgaan met allochtone werknemers. Er zijn initiatieven opgestart om arbeidsgeneesheren en verzekeringsartsen op te leiden voor de sociaal-medische begeleiding van allochtonen. Een complexe materie dus, waar nog veel bij te sturen valt.

Communicatie
Communicatie is sowieso een thema dat in de interpersoonlijke relaties een prominente plaats inneemt, zelfs als er geen sprake is van een taalbarrière. Een goede communicatie is een basisvereiste om tot effectief gedrag met het gewenste resultaat te komen en dat is voor het veiligheidsthema niet anders. Een goed contact is daarbij een basisvereiste. Maar communicatie is meer dan verbaal contact alleen. Referentiekaders verschillen bijvoorbeeld. Wat voor de ene volkomen normaal is, kan voor een ander totaal onbegrijpelijk zijn. Ook signalen of tekens hebben nooit een universele betekenis. Al deze zaken zijn nog nadrukkelijker aanwezig als het gaat over mensen van verschillende culturen. Intonatie, mimiek, houding, oogcontact,... het zijn elementen die een niet te onderschatten rol spelen en bij interculturele relaties makkelijk tot verkeerde interpretaties leiden. Zo is het bij vele culturen absoluut ongepast dat een ondergeschikte een meerdere in de ogen kijkt. Het is in de eerste plaats een teken van respect, en niet van onverschilligheid of schuld.
Het zou te ver leiden om dit alles uit te diepen. Daarom richten we ons op datgene waar het allemaal begint: de taal.

Nederlands op de werkvloer
Bij de VDAB loopt sinds 1996 het project ‘Nederlands op de werkvloer’, legt Tilly Troost van VDAB uit. Het is opgestart i.s.m. het departement Taal en Migratie van de KUL dat instaat voor de vorming van de instructeurs. Het project is erkend voor betaald educatief verlof. Er zijn twee modellen: de maatgerichte aanpak in grotere bedrijven en de projecten in KMO’s (zie verder).
Wanneer een bedrijf interesse heeft voor een cursus Nederlands op de werkvloer, neemt de VDAB contact op met het bedrijf. De bedoeling is een zo correct en volledig mogelijke doorstroming van alle informatie rond de opleiding te garanderen. Daartoe wordt er een begeleidingsgroep samengesteld die bestaat uit de lesgever, de vertegenwoordiger van de directie, de sociale partners, de VDAB-verantwoordelijke en een vertegenwoordiger van de cursisten.
Daarna doet de VDAB-instructeur een behoeftebezoek in het bedrijf zelf. Dit houdt in dat de instructeur meeloopt met de anderstalige en zo zicht krijgt op zijn werksituatie: welke knelpunten kunnen zich voordoen? Welke veiligheidssymbolen moet hij kennen? Welke instructies moet hij begrijpen? Welke communicatie is nodig als er zich een probleem voordoet? Vaak is het nodige jargon beperkt, maar het kan ook zijn dat de betrokkenen in staat moeten zijn om met klanten te telefoneren of een gesprek te voeren over koetjes en kalfjes (bv. in de verzorgingssector). Het spreekt voor zich dat dit een compleet andere en diepgaandere aanpak vraagt. De doelstellingen worden opgelijst en voorgelegd aan de werkgever. Hoe meer input er komt van het bedrijf zelf, hoe gerichter het pakket kan samengesteld worden.

De cursus wordt dan volledig op maat gemaakt. De groepjes zijn klein en worden, afhankelijk van het bedrijf, bij voorkeur tijdens de uren en op de werkvloer zelf gegeven. Bedrijfsspecifieke situaties staan centraal en, indien opportuun, wordt er gewerkt met praktijkopdrachten. Zo is er een project bij sociaal werkers die in staat moeten zijn om brieven op te stellen of een deel van het jaarverslag te schrijven. Dergelijke opdrachten worden dan opgenomen in het pakket. Het cursuspakket bevat ook een communicatietraining met aandachtspunten als hoe omgaan met culturele verschillen en anderstaligheid, hoe taalzwakke collega’s ondersteuning bieden in hun leerproces,...

Meer dan woorden alleen
Het gaat om meer dan taal alleen. De werknemer moet niet alleen kunnen uitdrukken wat hij wil meedelen. Hij moet vooral strategieën ontwikkelen om situaties te kunnen hanteren. Zo moet hij weten wat te doen als een probleem zich voordoet: welke stappen moet hij ondernemen? Wie moet hij waarschuwen? Hoe? Hoe moet hij verder reageren? Het is belangrijk te weten hoe communicatieproblemen op te vangen (durven duidelijk maken dat je iets niet begrijpt, en zo het eindeloze probleem van de dialecten opvangen), de essentie van de boodschap proberen te vatten zonder alles tot in detail te verstaan,…

Fundamenteel is dat het project geschraagd wordt door een brede groep personen: het management, de sociale partners, de ploegbaas,… Daarom is de begeleidingsgroep zo uitgebreid. Het vraagt ook openheid van de ploegbaas. Die moet erkennen dat communicatie een proces tussen verschillende spelers is. Hij moet er bijvoorbeeld aan denken dat het een probleem kan zijn dat hij te snel spreekt, te veel informatie ineens geeft (dus regelmatig checken of iedereen het begrepen heeft), dialect spreekt,… Communicatie is een complex gegeven en het vraagt de bereidheid van de ander om de eigen manier van communiceren onder de loep te nemen of stil te staan bij mogelijke struikelblokken zoals verkeerde interpretaties van een houding of een gebaar. Ook de collega’s moeten enige goodwill aan de dag leggen. Terwijl de anderstaligen les volgen, moet het werk wel gebeuren. Als de collega’s weten waarom de anderstalige plots een paar uur verdwijnt, kan dit de solidariteit verhogen, ook omdat ze zien dat hun collega een inspanning levert om beter mee te kunnen draaien.
Op algemener niveau is de ‘ambtenarentaal’ waarin veel algemene memo’s en nota’s in bedrijven zijn opgesteld, niet bepaald een uitgestoken hand naar anderstaligen toe. Te veel tekst, moeilijk woordgebruik en verwrongen zinnen, het is voor niemand een pretje die geschriften onder ogen te krijgen.

KMO’s
Voor KMO’s is het systeem moeilijk realiseerbaar. Er is per definitie minder personeel beschikbaar over wie het werk verdeeld kan worden, het is dus veel moeilijker om een lessenreeks in te plannen. Daarom is er een speciaal programma voor KMO’s uitgewerkt. Vorig jaar is er een pilootproject opgestart door UNIZO, de KUL, de VDAB en de Vlaamse Gemeenschap. De bedoeling is om een alternatieve formule van Nederlands op de werkvloer te ontwikkelen. Enerzijds werkt men op de specifieke kennisoverdracht van het Nederlands om beter te kunnen communiceren, anderzijds werkt men ook op de attitudes van collega’s die de communicatie kunnen bevorderen. De trainingen gaan werkelijk door op de werkvloer terwijl het werk zo min mogelijk onderbroken wordt. Er wordt gestreefd naar een activiteitsgraad van minstens 80%. Om dit te verwezenlijken staat de trainer letterlijk naast de werknemers.

Vier bedrijven hebben deelgenomen aan het proefproject en zijn lovend over het resultaat. De intense begeleiding en de louter bedrijfsgerichte input werpt vruchten af. De instructeur werkt mee in de dagtaken, in de zaken waar de werknemer bij betrokken is (bestelling plaatsen, briefing in het magazijn,…). Bijkomend voordeel van deze aanpak is dat de anderen op de werkvloer zien bij welke punten de instructeur stilstaat. Zo kunnen zij ook ontdekken waar mogelijke communicatieproblemen liggen bij hun anderstalige collega (bv. dialectische woorden, te veel achtergrondlawaai en dus de uitleg in een rustige plaats herhalen) en in de toekomst daar aandacht aan besteden. Een aangenaam ‘neveneffect’ is dat de algemene sfeer erop vooruitgegaan is in de KMO’s. Het respect voor elkaar is gegroeid, de samenwerking tussen allochtonen en autochtonen is hartelijker geworden en dat is in het huidige klimaat alleen maar toe te juichen.

In de schoolbanken bij Hayes Lemmerz
Prevent ging langs bij de VDAB en trok met NT2-instructeur Sofie Caluwaerts naar het leslokaal bij aluminiumgieterij Hayes Lemmerz België in Hoboken. Het bedrijf werkt in een ingewikkeld ploegensysteem en de cursisten krijgen daarom les buiten de werkuren. Wie in de weekendploeg zit, moet tijdens de week naar het bedrijf komen om les te volgen. Het vraagt een niet te onderschatten inspanning om vóór en na de werkdag nog enkele uren les te volgen. Iedereen krijgt twee keer twee uur les per week, met een totaalpakket van 80 uur (oktober tot mei). Ze krijgen twee weken les en dan een week ‘vrij’. Tijdens de ramadan liggen de lessen stil.
De groepen tellen 4 tot 10 cursisten, waarvan uiteraard niet iedereen hetzelfde niveau heeft. Dit maakt het er voor de lesgever niet makkelijker op, die moet dan zorgen voor gedifferentieerde taken in de les.
Bij Hayes Lemmerz België worden velgen voor de automobielindustrie geproduceerd. Hierbij wordt aluminium vloeibaar gemaakt in smeltovens, om na het smelten het vloeibare metaal met heftrucks te transporteren naar de verschillende gietmachines. Na het boren en draaien worden de velgen gelakt in een automatische lakstraat. Tijdens dit proces worden de operators blootgesteld aan een aantal risico’s, inherent aan de activiteiten van het bedrijf, zoals het transport van vloeibaar metaal, gebruik van solventen, manipuleren van lasten,... Voldoende thema’s om de medewerkers op vlak van veiligheid te sensibiliseren en op te leiden.

De les die PreventFocus bijwoonde, had als thema ‘gevaarlijke producten’. De doelstelling van de les was het begrijpen van geschreven instructies op een veiligheidskaart en de instructies snel kunnen vinden op de veiligheidskaart die in het bedrijf gebruikt wordt. Sofie heeft daarbij veel aandacht besteed aan de werkwoorden: moeten, kunnen, mogen, niet mogen, niet moeten,...
Ook algemene zaken worden ingeoefend: waar kan je specifieke PBM’s krijgen, wie verwittig je bij een ongeval? De vragen zijn specifiek gericht op de producten waarmee de cursisten te maken krijgen en de procedures die in het bedrijf van kracht zijn. Deze les was een voorbereiding op het concreet leren handelen en bellen als zich een gevaarlijke situatie zou voordoen. De volgende les werd er praktisch geoefend in het voeren van telefoongesprekken (bv. met de 100).


Concrete tips voor het communiceren over veiligheid en gezondheid in een bedrijf met allochtonen.

- De veiligheidsvideo’s die vaak aan de receptie van grote chemische bedrijven worden getoond zijn dikwijls heel erg ingewikkeld. Ze zouden sterk vereenvoudigd kunnen worden.
- Hou communicatie simpel. Vermijd moeilijke woorden en constructies. Gebruik korte en duidelijke zinnen. Je kan bijna alles heel eenvoudig uitleggen zonder in kindertaal te vervallen. Geef weinig nieuwe informatie in één keer en herhaal vaak. Iets onthouden in een andere taal is niet zo gemakkelijk als het lijkt.
- Maak dingen visueel. Als het mogelijk is om bijvoorbeeld te laten zien wat voor schade een corrosief product aanricht zal dat veel beter onthouden worden. Corrosief is ‘bijtend’. Het maakt gaten. Kijk maar eens goed naar het oranje symbool. Als je goed kijkt kan je het zien op de tekening. Een corrosief product maakt gaten in verschillende materialen, bv. in deze tafel. Het maakt ook gaatjes als het op je hand of arm komt. Ga naar de kraan en laat heel veel water over je hand lopen. Als je dit product op je kleren morst, doe je kleren dan uit en ga onder de douche staan enz.
- Hou er rekening mee dat op analoog taalniveau gemakkelijk verwarring ontstaat als een woord meerdere betekenissen heeft. Bij wijze van voorbeeld: als je tegen een anderstalige zegt dat je hoopt dat je het goed zal kunnen vinden met elkaar dan zal de man of vrouw in kwestie zich mogelijk afvragen wat je kwijt bent. Vermijd in elk geval beeldspraak (die collega's zijn twee handen op één buik).
- Hou er rekening mee dat ook op digitaal taalniveau verschillen bestaan en zeker tussen verschillende culturen. Als iemand je niet aankijkt terwijl je spreekt, kan dit juist een teken zijn van respect. Ook andere gebaren kunnen gemakkelijk fout geïnterpreteerd worden.
- In sommige culturen is het niet beleefd om ‘nee’ te zeggen. Een anderstalige zegt soms ‘ja’ uit respect maar bedoelt eigenlijk ‘nee’. Verder kan het ook zijn dat een anderstalige gezichtsverlies probeert te vermijden. Als je vraagt of wat je gezegd hebt duidelijk is dan knikt hij of zij en probeert later van een collega te weten te komen wat je nu precies bedoelt. Een mogelijke tactiek om dit te vermijden is aan je gesprekspartner te vragen om te herhalen wat je hebt verteld.
- Praat traag en duidelijk, probeer goed te articuleren en dialectische termen te vermijden tenzij juist dit de termen zijn die op de werkvloer gebruikt worden - dan kan je ze juist beter wel gebruiken.


Meer info: http://vdab.be/hraanbod/nederlands.shtml
 

: PreventFocus 03/2005