Ecolo-Groen en cdH lanceerden dit voorjaar een opmerkelijk wetsvoorstel: een beroepsloopbaandossier waarin alle blootstellings- en gezondheidsgegevens van een werknemer worden bijgehouden, dat meereist van werkgever naar werkgever en deel uitmaakt van het globaal medisch dossier.
Sinds 1 januari 2016 is het periodiek gezondheidstoezicht op beeldschermwerkers niet langer verplicht. Welke regels gelden dan wel nog voor beeldschermwerkers?
In De Standaard van 6 juli 2015 verscheen een opiniestuk van dokter Luc Bonneux. Deze epidemioloog, die zijn overtuigingen sterk baseert op Evidence Based Medicine, hekelt in zijn tekst de preventieve geneeskunde. Professor Jan Van Peteghem maakt de vergelijking met het gezondheidstoezicht op de werknemers, een vorm van preventieve geneeskunde die het leeuwenaandeel uitmaakt van de activiteiten van de Belgische preventieadviseurs-arbeidsgeneesheren. Ook het gezondheidstoezicht slorpt veel tijd en middelen op, en ook hier bestaat discussie over het nut ervan.
Tijdens je beroepsloopbaan kan je in contact komen met drie soorten geneesheren: de arbeidsgeneesheer, de adviserend geneesheer en de controlearts. Wanneer komen zij tussenbeide en welke rol spelen ze?
In bepaalde gevallen kan een arbeidsgeneesheer een werknemer doorverwijzen om een specialist te raadplegen voor bijkomende onderzoeken. Zijn die onderzoeken altijd ten laste van de werkgever?
In een prejudiciële vraag werd het Europese Hof van Justitie gevraagd een standpunt in te nemen over discriminatie op het werk op grond van zwaarlijvigheid. Het Hof antwoordde dat zwaarlijvigheid in bepaalde omstandigheden kan worden beschouwd als een handicap waarop de richtlijn 2000/78/EG tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep van toepassing is.
De werkgroep wetenschappelijk advies van de Vlaamse wetenschappelijke vereniging voor arbeidsgezondheidskunde (VWVA) raadt aan om zwangere kinderverzorgsters in kinderdagverblijven of crèches zo snel mogelijk uit hun werksituatie te verwijderen. Voor andere risicogroepen klinkt het advies gematigder.
Bij biomonitoring, of het opsporen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen via klinische tests, moet men met verschillende zaken rekening houden. Daarbij mag men het menselijk aspect niet uit het oog verliezen wanneer men beslist of men biomonitoring toepast of niet. Steven De Vriese, arbeidsgeneesheer bij Securex, licht de complexiteit van biomonitoring toe.
Als gevolg van de bezuinigingen, zal het aantal inspecties en onderzoeken afnemen van 17.500 tot 16.000 in 2015. Er zullen ook meer zogenaamde ‘bel-inspecties’ gebeuren, waarbij er telefonisch contact wordt opgenomen met de bedrijven om de preventiemaatregelen te controleren.