Werken aan een betere bescherming

Op 23 maart 2005 vierde Febelsafe haar 30 jaar bestaan. Tijd om even terug te kijken met Gilbert Vandeputte. De voorzitter die ook al 30 jaar aan het roer staat van Febelsafe.
Met een zetje van buitenaf
Febelsafe verenigt de fabrikanten en invoerders van industriële veiligheids- en beschermingsuitrustingen. De oprichting situeert zich in 1973 en is eigenlijk tot stand gekomen met een zetje van buitenaf. Voorzitter Gilbert Vandeputte herinnert zich nog levendig hoe één en ander in zijn werk ging: “De aanleiding voor de oprichting was de aanwezigheid van een aantal fabrikanten, vooral van veiligheidskleding, op de textielbeurs Textirama. De toenmalige Commissaris-generaal van het ‘Commissariaat-generaal der Regering’ bij de nationale arbeidstentoonstellingen, dhr. Fourmoy, vond dit een interessante gelegenheid om een gezamenlijke aanpak op touw te zetten en de standhouders bij elkaar te brengen. Ikzelf trad op als spreekbuis voor de fabrikanten. Toen in opvolging van het Textiramagebeuren, het commissariaat-generaal een specifieke veiligheidsbeurs wou organiseren, werd het snel duidelijk dat een meer formele aanpak nodig was onder de vorm van een officiële gesprekspartner. De aanleiding om de vereniging Febelsafe op te richten was gevonden!”

Kennis en ervaring delen
Na 30 jaar is de vereniging nog steeds even actief en wordt ze ook nog steeds geleid door de eerst verkozen voorzitter Gilbert Vandeputte. Bedoeling van de vereniging is uiteraard de belangen verdedigen van de sector maar het is ook meer dan dat. Gilbert Vandeputte: “Febelsafe heeft in het verleden en doet dit nog steeds, actief gewerkt aan de opwaardering van het veiligheidsgebeuren. Ik zie het als onze opdracht om onze kennis en ervaring ter beschikking te stellen van anderen, zoals de sociale partners, preventieadviseurs, verzekeraars,... en op die manier te helpen bij de bewustmaking en een betere informering van de eindgebruikers. Enkel op die manier kunnen eindgebruikers de juiste beschermingsmaatregelen kiezen.”

CE-markering avant la lettre?
Kwaliteit verhogen bij de eindgebruiker is één zaak maar ook een hoog kwaliteitsniveau bij de fabricatie is belangrijk. Op dit vlak heeft Febelsafe ook een voortrekkersrol gespeeld. In de beginjaren van de vereniging kon het logo gehanteerd worden als een kwaliteitskeurmerk. Gilbert Vandeputte licht toe: “Leden die het logo wilden hanteren op hun persoonlijke beschermingsmiddelen, moesten een verklaring ondertekenen. In deze verklaring moesten ze aangeven dat de pbm’s die door hen werden afgeleverd, de nodige kwaliteit boden. En het bleef niet bij een verklaring. De pbm’s die dit kwaliteitsmerk meekregen moesten getest worden. Destijds verzorgde vooral AIB deze testen. En pas later is de CE-markering gekomen maar dat is weer een heel ander verhaal.”

Transparante markt
De invoering van de CE-markering voor het op de markt brengen van pbm’s is inderdaad één van de markantste wijzigingen die zich heeft voorgedaan tijdens het bestaan van Febelsafe. Een evolutie die volgens Gilbert Vandeputte zowel goede als slechte kanten heeft: “De CE-markering heeft er in ieder geval voor gezorgd dat de markt werd opengegooid. Een fabrikant kan zich op een veel grotere markt bewegen maar moet er meteen ook heel wat concurrentie bij nemen. De CE-markering heeft ook vele extra kosten met zich meegebracht die niet altijd op de klanten konden verhaald worden. Positief voor eindgebruikers is zeker en vast dat ze beter weten waar ze aan toe zijn. De informatie die bij een pbm wordt gegeven, is er op vooruit gegaan. Maar langs de andere kant biedt een CE-markering slechts een vermoeden van overeenstemming met conformiteit der essentiële vereisten en is het CE teken zeker geen kwaliteitsmerk. Het is inderdaad het resultaat van de risicoanalyse die de juiste en volledige elementen aanbrengt nodig voor het bereiken van de conformiteit. En dat zet gebruikers soms op het verkeerde been. Hier is er zeker nog een taak weggelegd voor de fabrikanten, maar ook voor de wetgever en de normalisatiewereld. Hierin tracht Febelsafe een belangrijke rol te spelen. Onze vereniging is lid van de Europese vakorganisatie, ESF, en neemt bovendien ook dat secretariaat waar. Op die manier zijn we op Europees niveau betrokken bij de besluitvorming en bij de normalisatiewerkzaamheden.”

Elke medaille heeft 2 zijden
Het inzetten van pbm’s staat niet altijd goed aangeschreven onder de preventiemaatregelen. “En terecht,” zegt Gilbert Vandeputte. “Als fabrikanten van pbm’s moeten ook wij de eerlijkheid hebben om aan te geven wanneer andere oplossingen, bijvoorbeeld technische maatregelen, meer aangewezen zijn dan persoonlijke bescherming. Dat hoort bij een kwaliteitsvolle dienstverlening. Langs de andere kant moet er ook een besef zijn dat niet alles opgelost kan worden met technische maatregelen en dat pbm’s in meerdere omstandigheden de enige en dé beste oplossing zijn. En om voor dit laatste standpunt wat erkenning te krijgen, hebben we echt wel moeten vechten. In sommige middens, onder andere in sommige vakbondsmilieus, heerste de opvatting dat een pbm iets was dat maar beter kon gemeden worden. Een standpunt dat allesbehalve de bescherming van de werknemers in de hand werkt. Het gevolg is immers dat er bij werknemers een weerstand groeide tegen het gebruiken van pbm’s. Gelukkig is hierin de laatste jaren een duidelijke verandering gekomen en er is echt wel een mentaliteitswijziging merkbaar.”

Die mentatiliteitswijziging wijt Gilbert Vandeputte aan verschillende factoren: “In de samenleving is er een evolutie merkbaar naar een kwaliteitsvol leven. Mensen hechten dan ook meer dan vroeger belang aan de bescherming van hun gezondheid en hun veiligheid en tolereren bepaalde zaken niet meer. Dit heeft zich ook voor een stuk doorgezet in de wetgeving. Het beschermingsniveau is er de afgelopen decennia enkel op verbeterd. Daar bovenop komt dan nog dat de pbm’s ook een grote evolutie hebben doorgemaakt. Het gebruik van nieuwe technologieën en materialen, samen met toegepast onderzoek, hebben er voor gezorgd dat pbm’s van nu in niets meer te vergelijken zijn met pbm’s van vroeger. De pbm’s zijn er veel comfortabeler op geworden zonder op bescherming in te leveren. Ook het design is dermate aangepast dat pbm’s er veelal modieus uitzien. Het gevolg is dat het dragen van pbm’s in bepaalde gevallen als een statussymbool en een teken van vakmanschap wordt beschouwd. Neem nu de wegenwerkers. Als je nagaat hoe deze er nu bijlopen tegenover 10 of 20 jaren geleden, dan zie je toch een groot verschil. Nu dragen ze, maar goed ook, bijna allemaal signalisatiekleding. En ze hebben er alle belang bij want die kleding verhoogt niet alleen hun zichtbaarheid maar zorgt ook voor een aangepaste bescherming tegen regen en koude.”

Op naar de toekomst
Hoewel Gilbert Vandeputte momenteel nog volop aan de kar van Febelsafe trekt, begint hij toch al stilletjes aan de toekomst te denken. “Over enkele jaren hoop ik de scepter aan een andere voorzitter te kunnen doorgeven. Het is tijd om iemand anders aan het roer te plaatsen. Ik hoop wel dat de vereniging verdergaat op de ingeslagen weg. Vooral het doorgeven van onze ervaring en kennis aan anderen, aan eindgebruikers maar ook aan intermediairen, vind ik heel belangrijk voor onze vereniging. Verder denk ik dat we ook werk moeten maken van onze eigen opleiding en er bijvoorbeeld een moeten voorzien voor de medewerkers van onze leden. Dat kan enkel maar de kwaliteit ten goede komen.”
Zo zie je maar dat de voorzitter meer dan ooit werk wil maken van een betere bescherming.
: PreventFocus nr. 2005/3