Versie 4 van de generieke gids: aanpassingen

Meer dan een jaar geleden verscheen de eerste versie van de ‘Generieke gids om de verspreiding van Covid-19 op het werk tegen te gaan’. Op 12 mei 2021 verscheen een geactualiseerde, vierde versie van deze gids[1]. Wat is er veranderd?

Doelstelling
Aan de doelstelling van de generieke gids gebeurden enkele tekstuele aanpassingen en aanvullingen met recente informatie (p. 3-4).  Zo wordt er nu vermeld dat de principes en maatregelen van de gids, waaronder het organiseren van telewerk, steeds consequent en door iedereen moeten worden nageleefd, dus ook door wie negatief heeft getest op het virus en wie al werd gevaccineerd.
De gids benadrukt nu dat:
- personen met een negatief testresultaat toch besmet kunnen zijn en het virus kunnen overdragen;
- iemand die negatief heeft getest en effectief niet besmet is, de dag nadien wel besmet kan worden en dus besmettelijk zijn;
- gevaccineerden ook nog steeds besmet(telijk) kunnen zijn (in mindere mate).
Tot slot wijst de gids erop dat en waarom vaccinatie belangrijk is.
 
Algemene maatregelen: teststrategie
Er werd een nieuw hoofdstuk rond de teststrategie binnen ondernemingen ingevoegd en er werden links gelegd naar de relevante pagina’s op de website van FOD WASO (p. 13). Binnen de onderneming kunnen werkgevers en werknemers informatie vragen, voorstellen doen en argumentatie aanleveren in verband met het testen op de werkvloer. In elk geval komt het uitsluitend aan de arbeidsarts toe om beslissingen te nemen in verband met het testen op Covid-19 in een werkcontext.
 
Ventilatie en verluchting
Op het vlak van ventilatie en verluchting werden enkele verduidelijkingen aangebracht (p. 19):
- Ventileer de ruimte zoveel mogelijk met verse buitenlucht of met van virus gezuiverde lucht.
- Tracht permanent te ventileren, 24 uur per dag en 7 dagen per week, en het aantal kubieke meter verse lucht per tijdseenheid aan te passen aan het aantal aanwezigen met ook het behoud van een minimale ventilatie wanneer de vertrekken niet worden gebruikt.
- Het CO2-gehalte in de ruimte is een indicator voor luchtverversing en mag in geen geval de grenswaarde zoals vermeld in artikel III.1-34 van de codex over het welzijn op het werk, overschrijden. Hou het CO2-gehalte zo laag mogelijk. Verminder indien mogelijk het aantal personen in de binnenruimten en zorg voor bijkomende verluchting door zoveel mogelijk gebruik te maken van verse buitenlucht.
 
Mondmaskers
Wat mondmaskers betreft, werd toegevoegd dat er bij de instructies voor het dragen van het masker rekening gehouden moet worden met eventuele specifieke regels in protocollen, en dat het masker geen uitlaatventiel mag hebben, dat het uit stof of wegwerpmateriaal moet bestaan, nauw aansluitend moet zijn en de neus, mond en kin moet bedekken (p. 21). Tot slot werd verduidelijkt (p. 21-22) dat het dragen van het mondmasker als bijkomende maatregel noodzakelijk is in situaties waar organisatorische maatregelen en collectieve beschermingsmiddelen onvoldoende bescherming kunnen bieden (bv. als er geen 1,5 meter afstand kan gehouden worden) en dat het sterk aanbevolen is in gesloten ruimtes waar meerdere personen aanwezig zijn en de organisatorische maatregelen en collectieve beschermingsmiddelen kunnen worden gerespecteerd.
 
 
 
Lees ook onze artikels:
 

[1] Versie 2.0 dateert van 4 mei 2020, versie 3.0 van 30 oktober 2020 en versie 3.1 van 14 december 2020.

 

: preventActua 12/2021