Testresultaten glijweerstand schoeisel en vloeren niet altijd correct

De gestandaardiseerde testmethodes voor het meten van de slipweerstand van veiligheidsschoenen en vloeren geven niet altijd een correct beeld van de werkelijke situatie op de werkvloer. Het resultaat is dat bedrijven het moeilijk hebben om geschikt schoeisel en vloeren te kiezen om het aantal ongevallen door glij- en struikelpartijen te verminderen.

Slipweerstandsmatrix
Onderzoekers van de universiteit van Wuppertal ontwikkelden in opdracht van de Deutsche Gesetzliche Unfallsversicherung (DGUV) een slipweerstandsmatrix waarmee het risico om uitglijden kan worden voorspeld aan de hand van de slipweerstand van vloeren en schoeisel. De matrix moet de risicoanalyse voor het kiezen van schoeisel en vloeren volgens logische criteria vergemakkelijken.
Om een goede keuze te kunnen maken, is het van essentieel belang dat de gestandaardiseerde testmethodes correcte resultaten geven. Men moet er immers van kunnen uitgaan dat producten met betere testresultaten ook een beter beschermingsniveau bieden in de praktijk. Uit het onderzoek van de universiteit van Wuppertal bleek echter dat schoeisel en vloeren soms incorrect werden geëvalueerd tijdens type-onderzoek van de Europese Unie. Om de kwestie verder uit te diepen, werd de geschiktheid van de gestandaardiseerde testmethodes onderzocht. Op basis van de resultaten werden voorstellen voor verbetering gedaan.

Onderzoek
Aan de hand van grootschalige empirische onderzoeken werd de wrijvingscoëfficiënt getest van 90 vloeren in combinatie met 100 soorten veiligheidsschoenen en met zeepwater en motorolie als glijmiddelen. Op die manier werden de situaties in een industriële omgeving goed nagebootst. De gemiddelde slipweerstandcapaciteit werd bepaald aan de hand van de resultaten voor elk glijmiddel, er werden realistische rankings gegeven die de echte omstandigheden in de industrie benaderen.
Met correlatieanalyses werden deze ‘realistische rankings’ dan vergeleken met de rankings die worden gebruikt in de testmethodes zoals beschreven in de normen. Alle Europese en Duitse procedures voor typeonderzoeken werden voor het licht gehouden.

Resultaten
Volgens de analyse bestaan er enkel goede normen voor testmethodes voor vloeren in werkplekken waar met olie gewerkt wordt (ASR A1.5/12 of DIN 51130) of voor schoenen op natte tegelvloeren (EN ISO 13287).
Geen enkele andere gestandaardiseerde testmethode komt voldoende overeen met de ‘realistische rankings’. Voor vloeren in natte werkomgevingen en schoenen met olie als glijmiddel bestaan er dus geen goede gestandaardiseerde testmethodes. Dit kan te wijten zijn aan de gebruikte referentiematerialen en testmiddelen. Voor het onderzoeksproject werden voor geldige tests de StartLP-zool als referentie genomen voor tests met water als glijmiddel. De ‘Standard floor covering II’ als referentie voor vloeren met olie als glijmiddel was de beste voor het testen van schoeisel in werkplekken waar met olie gewerkt wordt.

Aanbevelingen
De onderzoekers stellen dat de verantwoordelijke comités voor normalisatie in Europa de voorstellen voor geldige testmethodes moeten bekijken, ervaring opdoen met referentiemateriaal en de testmethode op middellange termijn herzien. Dit zou kunnen leiden tot een meer verscheiden productevaluatie en de keuze van schoeisel en vloeren vergemakkelijken.

Bron: KANBrief 3/13, Slip resistance of floors and footwear: test results and reality may differ widely

: PreventFocus 09/2013