Studenten verpleegkunde evalueren hun risico’s

Gemiddeld bestaat de helft van de studie van de studenten verpleegkunde uit stages. Op die manier kunnen ze ervaring opdoen in het beroepsmilieu. Welke preventiemaatregelen zijn voor hen van toepassing? Christine Smolders, voormalig preventieadviseur aan het ISEI - Haute Ecole Léonard de Vinci, een Brusselse hogere instelling voor verpleegkunde, ontwikkelde een tool op maat (1) voor de studenten. Het gaat om een opsporings- en evaluatiemethode die de stagiairs bewustmaakt van de risico’s waaraan ze zijn blootgesteld.
Wettelijke verplichting
Volgens de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, worden de studenten-stagiairs op het vlak van de beroepsrisico’s gelijkgesteld met de werknemers. Tijdens hun stages voeren de studenten effectief arbeidsprestaties uit, in omstandigheden die gelijk zijn aan die van de werknemers, en dit met het oog op het verwerven van beroepservaring.
Het Koninklijk Besluit van 21 september 2004 betreffende de bescherming van stagiairs (BS van 3 januari 2005, Codex, Titel VIII, hoofdstuk III) verplicht de werkgevers die hen tewerkstellen een analyse uit te voeren van de risico’s waaraan de stagiairs mogelijk worden blootgesteld, preventiemaatregelen uit te werken op grond van deze analyses en de stagiairs zo nodig te onderwerpen aan een gezondheidstoezicht.

Een complexe problematiek
Het ISEI stuurt jaarlijks zo’n 900 studenten uit voor een stage, en dit in een groot aantal verzorgingseenheden (in totaal 300). Over drie jaar gespreid werkt elke student gemiddeld in 16 verschillende verzorgingseenheden.
Tijdens elke stage worden de studenten geconfronteerd met andere arbeidssituaties, elk met specifieke risico’s in een steeds wisselende omgeving. Daarbij hebben zij slechts een gefragmenteerd zicht op de problematiek inzake veiligheid en gezondheid op het werk. In de opleiding komt de preventie immers aan bod in het kader van de onderwezen materie: de risico’s in verband met het tillen en hanteren van lasten binnen de cursussen hanteren van lasten, de biologische risico’s binnen de lessen verpleegkundige verzorging en geneeskunde, de bestralingsrisico’s tijdens de cursussen radiologie, enz. Door deze versnippering krijgen de studenten nooit een echt totaalbeeld van de risico’s die ze lopen tijdens hun stages.

Doelstelling
De methode die werd uitgewerkt voor het ISEI heeft een tweeledig doel: het opsporen en evalueren van de risico’s en de bewustmaking van de studenten. Ze moet dus beantwoorden aan een reeks zeer precieze criteria (zie kader 1).

Kader 1 – Vereisten waaraan de methode moet voldoen:
- Volledig (dekt alle risicofactoren verbonden met de arbeidssituaties en de talrijke veranderingen van stageplaats).
- Eenvoudig, snel en gemakkelijk te gebruiken door de studenten.
- Educatief (bewustwording van de risico’s en mogelijke gevolgen van een ongeval op hun veiligheid en gezondheid) en motiverend (om de studenten aan te sporen de te nemen preventiemaatregelen te bepalen en hen aan te zetten individueel te handelen, tijdens de lopende stage zowel als tijdens latere stages).
- Zelfstandig beheer (de student moet zelf de opvolging kunnen verzekeren in het kader van zijn leerproces).

Identificatie van de risico’s
De eerste fase bestaat uit het identificeren van de risico’s. De preventieadviseur baseerde zich hiervoor op de analyse van de ongevallen die zich voordeden bij de studenten tijdens hun stages en op een literatuuroverzicht, om zo te komen tot (niet-exhaustieve) lijsten van risicofactoren. Tijdens deze eerste fase bleek duidelijk dat de studenten gedurende hun stages waren blootgesteld aan dezelfde risico’s als de professionals in de sector, met nog een verzwaring door de risicofactoren verbonden met het statuut van stagiair (zie kader 2).

Kader 2 – Risico’s waaraan de stagiairs verpleegkunde zijn blootgesteld
Risico’s eigen aan het verpleegkundig personeel
- chemische, fysische en biologische risico’s (aanwezigheid van pathogene of allergene stoffen, gebruik van medische apparaten, zoals cytostatica, ioniserende straling, enz.)
- diverse belastingen (zoals het manueel tillen van personen, nachtwerk, weekendwerk of ploegenarbeid)
- psychosociale belasting (confrontatie met lijden en dood)
Bijkomende risico’s specifiek voor stagiairs
- studieniveau van de studenten (bewustwording van risico’s, voorkennis, behendigheid, praktische ervaring,… minder belangrijk voor studenten in het eerste jaar dan voor die in het derde jaar)
- stagediscipline (verschillende risico’s in psychiatrie of chirurgie)
- frequente verandering van stageplaats (aanpassing aan nieuwe infrastructuur, organisatie en verzorgend team).
- stress (nieuwe verworvenheden leren beheersen, nieuwe werkomgeving, angst voor techniek en voor evaluatie, persoonlijke problemen, vermoeidheid,…).

Analyse van de situatie
De tweede fase bestaat uit de analyse van de situatie op het terrein. Door de genomen optie om deze zorgtaak toe te vertrouwen aan de stagiairs kan men hen niet alleen doen nadenken over de aspecten van hun arbeidssituatie (fysieke, psychologische en sociale aspecten) die risico’s kunnen inhouden, maar kan men ook informatie verkrijgen aan de bron.
Daartoe moest men hen echter een instrument ter beschikking stellen. Op die manier ontstond de ‘ISEI-checklist’. Deze controlelijst, afgeleid van een participatief risico-opsporingsinstrument (2), werd aangepast aan de stagiairs verpleegkunde. Hij bevat 12 rubrieken die overeenstemmen met verschillende facetten van de arbeidssituatie. De volgorde van deze rubrieken werd zo bepaald dat ze optimaal overeenstemmen met de wijze waarop de studenten hun arbeidssituatie benaderen, van de algemene elementen (ongevalsrisico’s, werkplekken) naar de bijzondere elementen (bestralingen, chemische risico’s), tot en met de psycho-organisatorische factoren. Elke rubriek omvat een bepaald aantal items met betrekking tot de aspecten inzake veiligheid, gezondheid en welzijn binnen de werksituaties van de stagiairs. Voor elk item wordt aan de studenten gevraagd een globale beoordeling te geven. Er zijn vijf mogelijkheden:
- Item doorkruist – niet van toepassing op de werksituatie
- - Groen licht – situatie volledig bevredigend
- - Oranje licht – situatie vatbaar voor verbetering
- - Rood licht – situatie onbevredigend of mogelijk schadelijk, maar de stagiair kan zelf zorgen voor verbetering
- - Stop - situatie onbevredigend, mogelijk schadelijk, en de stagiair kan zelf niet zorgen voor verbetering (3).
Wanneer de situatie niet globaal bevredigend is, moet de student bovendien noteren wat er kan worden gedaan met het oog op een verbetering. Aan het einde van de lijst wordt aan de stagiair gevraagd om 3 concrete acties op te geven die hij tijdens zijn volgende stage op zich zal nemen, om zijn veiligheid en gezondheid op het werk te verbeteren.

Kader 3: De mening van de studenten over de ‘ISEI-checklist’
- Voor de overgrote meerderheid van de studenten (88%) zijn de items in de checklist een hulpmiddel bij het identificeren van risico’s tijdens de stages.
- Het nut van de methode voor de bewustmaking van de studenten tijdens hun stages wordt door een grote meerderheid (78%) erkend. De helft van de studenten meent zelfs dat het nuttig is de methode te gebruiken bij elke stage.
- Bijna 80% van de studenten is van mening dat de checklist eenvoudig en makkelijk te gebruiken is.
- Bijna 6 op 10 studenten geeft te kennen dat het gemakkelijk is om te kiezen tussen de 4 situaties (van ‘bevredigend’ tot ‘onbevredigend’). Toch heeft 65% van de studenten moeite om te bepalen of een ‘onbevredigende’ situatie al dan niet door henzelf kan worden verbeterd.
- Voor 60% van de studenten is de vraag ‘Hoe kan de situatie worden verbeterd?’ noodzakelijk.

Risico-evaluatie
Door een waarde toe te kennen aan elk mogelijk antwoord (doorkruist item: 0; groen licht: 1; oranje licht: 2; rood licht: 3; stop: 4; geen antwoord: geen waarde toegekend) krijgt men een score voor elke stageplaats. Aan de hand van dit cijfer kan men dus in theorie het risiconiveau bepalen voor elk van de zorglocaties. Toch is enige voorzichtigheid geboden: als er te weinig gegevens zijn, geeft het veiligheidsprofiel van de stageplaats geen correct beeld. Deze fase zal bijgevolg pas operationeel en betrouwbaar zijn wanneer de checklist wordt gebruikt door de studenten tijdens elk van hun stages en wanneer de ingevulde documenten geleidelijk worden onderzocht. Zodra het systeem werkt, wordt het daadwerkelijk mogelijk op basis van de verkregen resultaten te bepalen welke stageverantwoordelijken moeten worden aangesproken om de problematische situaties te verhelpen. Deze aanpak werd trouwens reeds toegepast vanaf het onderzoek van de eerste resultaten, maar alleen voor de plaatsen met een groot aantal ‘vieren’ (werksituaties met beoordeling ‘stop’), en die bij de stageverantwoordelijken van het ISEI reeds bekend stonden als ‘problematisch’.


----
(1) Christine Smolders, La protection des stagiaires en soins infirmiers, travail de fin d'étude pour obtenir le DES en hygiène et sécurité du travail, UCL, 2005

(2) Risico-opsporingsinstrument ‘Déparis’ (DEpistage PArticipatif des RISques). Deze tool, ontworpen door het team van Professor J. Malchaire (UCL), is bestemd voor de werknemers en hun omkadering. Het doel is een duidelijk beeld te krijgen, met inbegrip van praktische details, van de werksituatie en vervolgens concrete verbetervoorstellen te formuleren.

(3) Deze 5e categorie kan de studenten helpen bij het opsporen en dus bewustworden van risicosituaties waarbij zij niet kunnen ingrijpen als stagiair, maar die zij later als werknemer wel kunnen verbeteren.
: PreventActua 18/2008