Regeling van telewerk

In de commissie voor sociale zaken van 22 juni 2021 gaf minister van Werk Pierre-Yves Dermagne een antwoord op verschillende vragen met betrekking tot de regeling van telewerk.

Telewerk: structureel, occasioneel, aanbevolen of verplicht
Het structurele telewerk in de privésector wordt geregeld door cao nr. 85, die op 9 november 2005 in de Nationale Arbeidsraad is afgesloten.
Het occasionele telewerk wordt geregeld door de wet van 5 maart 2017 rond werkbaar en wendbaar werk.
De cao nr. 149 rond aanbevolen of verplicht telewerk omwille van de coronacrisis werd op 26 januari 2021 afgesloten door de sociale partners en de Nationale Arbeidsraad. Deze cao is een aanvullende cao die enkel van toepassing is op bedrijven die op 1 januari 2021 nog geen regelgeving van telewerk hadden uitgewerkt op basis van de eerder vermelde regelingen. De cao is dus niet van toepassing op de bestaande akkoorden in ondernemingen. De overeenkomst is afgesloten voor een bepaalde tijd en zal buiten werking treden op 31 december 2021. Het is bovendien enkel van toepassing op het telewerk dat verplicht of aanbevolen wordt door de overheid in het kader van de coronacrisis. Zodra het telewerk niet langer door de overheid verplicht of aanbevolen is, zal de overeenkomst dus niet meer van toepassing zijn.
 
Wat na cao 149?
Wanneer cao nr. 149 buiten werking treedt of niet meer van toepassing is, zullen bedrijven terugvallen op de bestaande regelingen die eerder genoemd werden en de eventuele akkoorden gesloten in dit kader. Op 26 november 2020 heeft de minister van Werk de Nationale Arbeidsraad gevraagd om het bestaande kader rond telewerk en deconnectie te evalueren en na te gaan of bijkomende initiatieven nodig zijn om het regelgevend kader te actualiseren.
De vraag werd herhaald op 25 februari 2021, en op 9 juni liet de minister de sociale partners weten dat hij in de loop van de maand september een resultaat van hun besprekingen verwacht. Op dit moment lopen de besprekingen hierover in de Nationale Arbeidsraad nog. Op basis van het advies van de sociale partners zal hij oordelen welke wijzigingen aangewezen zijn. Of de bestaande regelgeving aangepast zal zijn op het moment dat de tijdelijke maatregelen aflopen, hangt dus af van de evolutie van de coronacrisis en de werkzaamheden van de sociale partners.
 
Verplichte registratie van telewerk
Wat de verplichte registratie van telewerk betreft, heeft de minister de resultaten van de maand mei besproken. De aangiftetermijn voor de maand mei liep tot 6 mei 2021. Op 4 mei heeft de RSZ alle bedrijven gecontacteerd die nog geen aangifte hadden gedaan, om hen te wijzen op de aangifteverplichting. Bedrijven met 5 tot 50 werknemers kregen een e-mail en bedrijven met meer dan 50 werknemers werden telefonisch gecontacteerd. Aangiften die na 6 mei zijn ingediend, werden aanvaard, maar als laattijdig beschouwd. Ongeveer 95% van de werkgevers die meer dan 50 werknemers tewerkstellen, heeft een telewerkaangifte ingediend.
Er werd rekening gehouden met de gekregen feedback. Dat resulteerde in de vrijstelling van de registratieverplichting, die geldt sinds de recentste aanpassing van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020. Zo is registratieplicht niet langer van toepassing op onder andere de kmo’s waar minder dan 5 personen werkzaam zijn, bepaalde werkgevers in de gezondheidszorg, en een groot deel van de onderwijsinstellingen. Voor de groep van de zelfstandige kleinhandels werd beslist om deze verplichting voor de maand juni niet langer te handhaven, omdat werknemers er eerder uitzonderlijk een telewerkbare functie hebben.
Vanaf 27 juni wordt telewerk aanbevolen en moet het niet langer geregistreerd worden.
 
Bron: dekamer.be
: preventMail 25/2021