Re-integratie in de zorgsector

Frank (28) werkt als logopedist op de revalidatieafdeling in een ziekenhuis. Hij lijdt al vele jaren aan reuma en heeft onlangs twee nieuwe heupen gekregen. Na een lange periode van revalideren, is de re-integratie op de werkvloer voor hem vlot verlopen.

Vertel eens, Frank, wat houdt je job juist in?
“Ik ben logopedist op de revalidatieafdeling in een ziekenhuis. Ik werk met mensen met een niet-aangeboren hersenletsel en behandel voornamelijk patiënten met slik-, taal- en spraakproblemen en cognitieve stoornissen. Mijn patiënten zijn meestal mensen die een beroerte, hersenbloeding of een zuurstoftekort in de hersenen hebben gehad, onder andere door een auto-ongeluk of hartaanval, en daardoor bepaalde vaardigheden verloren hebben. In het ziekenhuis begeleiden wij hen gedurende enkele maanden om hen zo goed mogelijk te helpen revalideren. Ik werk dus niet als zelfstandige, maar in dienstverband. Hier heb ik bewust voor gekozen, omdat ik de setting van een ziekenhuis en het multidisciplinair werken (met kinesisten, ergotherapeuten, enz.) heel interessant vind, maar ook omwille van het feit dat ik reuma heb. Reuma is een ziekte met opstoten. Je weet dus nooit op voorhand wat er gaat gebeuren en wanneer. In loondienst werken is voor mij dus voordeliger, aangezien ik zo meer zekerheid heb op het vlak van loon en uitkering.”
 
Hoe is een werkdag voor jou ingevuld?
“Mijn werkdag begint meestal met eetbegeleiding van de patiënten. We observeren hen of geven hen een maaltijd en begeleiden hen bij het slikken. Dit doen we onder andere door hun tips te geven om te vermijden dat ze zich verslikken. Daarna staan er individuele therapieën ingepland; in principe behandel ik elk half uur een andere patiënt. Dit kan bijvoorbeeld taaltherapie zijn, waarbij ik hun technieken aanleer om bepaalde woorden gemakkelijker terug te vinden of waarbij ik hun aanleer om minder snel of juist sneller te praten. Ook houden we soms groepstherapieën zodat patiënten met dezelfde of soortgelijke problemen van elkaar kunnen leren. Tussen de therapieën door hebben we ook vergaderingen met ons team van ergotherapeuten, kinesisten, logopedisten, psychologen, artsen en maatschappelijk werkers. In die teamvergaderingen bespreken we hoe het met de patiënten gaat en wat de doelstellingen voor de behandeling zijn. In de namiddag zijn er dan weer individuele therapieën gepland, waarbij dikwijls familieleden uitgenodigd worden. Zo kunnen we hen up-to-date houden en kunnen ze eventuele vragen stellen. De familie gaat ook geregeld op gesprek bij de arts.”
 
Is het mentaal zwaar werk?
“Ja, dat is het zeker. Ik denk dat de meeste mensen die in de sociale sector werken dit doen vanuit een soort idealisme, omdat ze mensen willen helpen. Maar het is niet altijd even gemakkelijk. Elke dag word ik geconfronteerd met patiënten die zich in een erg moeilijke situatie bevinden. De familie vestigt vaak alle hoop op mij, maar het kan al eens gebeuren dat ik geen vooruitgang boek met een patiënt. Dat is heel moeilijk voor de familie om te aanvaarden en soms projecteren ze daardoor hun emoties op mij. Patiënten kunnen door hun letsel ook agressief worden. Je moet dus constant op je hoede zijn en begrip hebben voor hun situatie en frustraties, en dat is stresserend. Ook kan het erg vermoeiend zijn als een patiënt niet gemotiveerd is. Dat vreet allemaal energie. Je moet dus sterk in je schoenen staan en je eigen grenzen goed bewaken.
Ik merk dat deze mentale belasting enorm leeft onder mijn collega’s, en in de sociale sector in het algemeen. Doordat de werkdruk zo hoog is, is er weinig tijd om bijvoorbeeld te ventileren bij je collega’s. Ik ben dan ook van mening dat er in de sociale sector meer ingezet zou kunnen worden op de psychologische begeleiding van de werknemers.”
 
Is het werk voor jou fysiek uitputtend(er)?
“Door de reuma waren mijn heupen versleten. Daarom heb ik drie jaar geleden twee nieuwe heupen gekregen. Op mijn werk moet ik veel rondlopen om patiënten te gaan halen voor hun therapie en weer terug te brengen naar hun kamer. Toen ik enkele jaren geleden last begon te krijgen van mijn heupen, werd dat rondlopen en duwen van rolstoelen voor mij fysiek heel zwaar. Met mijn nieuwe heupen gaat het ondertussen al veel beter. Gelukkig moet ik niet veel stilstaan. Voor iemand met reuma is de afwisseling tussen zitten en stappen dus ideaal.”
 
Je bent waarschijnlijk een lange tijd thuis moeten blijven door je operatie en revalidatie. Werden er bij je terugkomst aanpassingen voor jou doorgevoerd om je te re-integreren?
“Na de operatie ben ik een half jaar out geweest. Toen zijn er inderdaad een paar aanpassingen gebeurd. Zo mocht ik vlak na mijn terugkomst therapie geven op de kamer van de patiënten in plaats van in mijn bureau. Ook kreeg ik een bureau dat dichter bij de diensten waar ik moet zijn, gelegen is. Hierdoor moet ik veel minder afstand afleggen. Voor mezelf probeer ik ook altijd te zorgen dat ik zo weinig mogelijk moet rondlopen: ik plan de therapiesessies van al mijn patiënten van één bepaalde dienst achter elkaar in, en ik neem aan het begin van mijn ronde al mijn materiaal voor de hele ronde mee. Mijn werkgever gaf me ook een draagbare telefoon, zodat ik gemakkelijker contact kan opnemen met mijn collega’s zonder naar hen te moeten gaan of een vast telefoontoestel te zoeken.
Het was (en is nog steeds) ook erg handig dat ik ‘slechts’ 90% werk. Daardoor kan ik voldoende rust inplannen. Toen ik opnieuw begon te werken na mijn revalidatie, heb ik met mijn werkgever ook afgesproken dat ik elke week een dag verlof nam. Zo had ik meer tijd om te herstellen.”
 
Heb je het gevoel dat je werkgever en collega’s begripvol waren/zijn t.o.v. je situatie? Kreeg je voldoende steun en begeleiding na je terugkomst?
“Ja, iedereen was erg begripvol toen ik terug kwam werken. Mijn collega’s hielden me tijdens mijn afwezigheid ook goed op de hoogte van wat er allemaal gebeurde op het werk. Daardoor voelde ik me steeds betrokken en had ik nooit het gevoel dat ik buitengesloten werd omwille van mijn afwezigheid. Maar ik denk wel dat het van persoon tot persoon afhangt, of je tijdens je ziekteverlof nog nieuws wil krijgen van het werkfront; sommigen ervaren dit misschien als storend of stresserend.
De hoofdtherapeut van de afdeling waar ik werk, vraagt me ook regelmatig hoe het met me gaat. Hierdoor is het gemakkelijker voor mij om aan te geven als ik het even wat moeilijker heb.
Voor de rest had ik niet veel extra begeleiding nodig na mijn terugkomst, want ik vind het niet aangenaam als mensen zich teveel bekommeren om mij en in mijn plaats bepalen wat gaat en niet gaat. Dat weten mijn werkgever en collega’s ook.”
 
Heb jij je op werkvlak ooit gediscrimineerd gevoeld?
“Nee, ikzelf heb dit nog niet meegemaakt, maar ik ken veel mensen met reuma die wel al eens gediscrimineerd werden bij hun zoektocht naar een job. Het is bij een sollicitatie telkens een moeilijke keuze of je al dan niet zegt dat je reuma hebt, want ik denk dat het veel werkgevers afschrikt om een persoon aan te nemen die lijdt aan een chronische ziekte of die een handicap heeft. Dit waarschijnlijk uit vrees dat zij vaker afwezig zullen zijn en minder werk kunnen verrichten. Ik ben echter van mening dat het omgekeerde vaak waar is en besef net als vele personen met een beperking wat een voorrecht het is om te kunnen en te mogen werken. Zelf ben ik vaak nog gemotiveerder, zo kon ik na mijn heupoperatie bijvoorbeeld niet wachten om terug aan de slag te gaan.”
: preventActio 12/2017