Grondrechten: nu ook op het werk

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (2007/C303/01) verscheen in het Publicatieblad van 14 december 2007. De 54 artikelen werden onderverdeeld in zes thema’s: waardigheid, vrijheden, gelijkheid, solidariteit, burgerzin en rechtspleging. In hoofdstuk IV (solidariteit) worden verschillende artikels gewijd aan de grondrechten van de werknemers.
Het Handvest
In het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wordt heel duidelijk en bondig beschreven welke grondrechten de lidstaten gemeenschappelijk hebben (individuele vrijheden, bestrijden van discriminatie, burgerschap, economische en sociale rechten). Deze grondrechten waren tot nog toe verspreid over verschillende teksten en werden nog nergens gedetailleerd opgesomd in een verdrag.
Het algemeen principe dat het Handvest onderbouwt, is dat de rechten die het beschrijft universeel zijn en voor iedereen geldig, ongeacht de nationaliteit en de verblijfplaats, te meer omdat deze rechten ook opgenomen zijn in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Er zijn nochtans enkele uitzonderingen: een klein aantal rechten wordt voorbehouden aan EU-burgers (zoals bijvoorbeeld het recht om te stemmen en om zich kandidaat te stellen voor de gemeentelijke en Europese verkiezingen of het recht op diplomatieke bescherming).

Afkondiging
Het Handvest werd plechtig afgekondigd door de Europese autoriteiten op 7 december 2000. Maar omdat het Handvest geen juridische waarde had, besloten de Europese leiders het in 2004 op te nemen in de ter ziele gegane Grondwet om die te versterken. Het Handvest werd dus een tweede maal plechtig afgekondigd op 12 december 2007, net voor de ondertekening van het nieuw Europees verdrag ter vervanging van de Grondwet op 13 december in Lissabon.
Een van de artikels van dit verdrag verwijst uitdrukkelijk naar het Handvest en geeft het een juridische basis. Op dit moment beïnvloedt het Handvest van de grondrechten al de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

Toepassing
De tekst is van toepassing op de instellingen die het Europees Recht opstellen, maar ook op de 27 lidstaten wanneer die Europese wetteksten in hun nationale wetgeving omzetten. Dat betekent dat de Commissie geen richtlijn mag voorstellen die het Handvest niet naleeft. Omgekeerd moeten de lidstaten erover waken dat ze het Handvest respecteren wanneer ze een richtlijn omzetten in nationale wetgeving.

Sociale rechten
Hoofdstuk IV betreffende ‘solidariteit’ bevestigt de sociale rechten die individueel of collectief van toepassing zijn in de ondernemingen. Men vindt er onder andere het recht van de werknemers op informatie terug, het recht om te onderhandelen en deel te nemen aan collectieve acties, waaronder stakingen. Deze sociale rechten hebben wel wat stof doen opwaaien: sommige lidstaten vreesden dat het Handvest een te zware last zou zijn voor de Europese ondernemingen, terwijl anderen er liever nog meer rechten in hadden vastgelegd. De consensus die uiteindelijk bereikt werd, heeft alles in zich om de meerderheid van de Europeanen tevreden te stemmen.

Tabel – sociale rechten in overeenstemming met het werk in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Artikel 27
Recht op voorlichting en raadpleging van de werknemers binnen de onderneming
De werknemers of hun vertegenwoordigers moeten zekerheid krijgen dat zij op de passende niveaus tijdig worden voorgelicht en geraadpleegd, in de gevallen en onder de voorwaarden waarin het Gemeenschapsrecht en de nationale wetgevingen en praktijken voorzien. Basis:
- herzien Europees Sociaal Handvest (art. 21)
- Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werknemers (pt. 17-18)
- Richtlijnen:
* 2002/14/EG (informatie en raadpleging van werknemers in de Europese Gemeenschap)
* 98/59/CE 98/59/EG (collectief ontslag)
* 77/187/EEG (overgang van ondernemingen)
* 94/45/EG (Europese ondernemingsraden).
Artikel 28
Recht op collectieve onderhandelingen en collectieve actie
De werkgevers en werknemers of hun respectieve organisaties hebben, overeenkomstig het Gemeenschapsrecht en de nationale wetgevingen en praktijken, het recht om op de passende niveaus collectief te onderhandelen en collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten en om, in geval van belangenconflicten, collectieve acties te ondernemen ter verdediging van hun belangen, met inbegrip van staking (1).Basis:
- Sociaal Handvest (art. 6)
- Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werknemers (pt. 12-14).
Artikel 31
Rechtvaardige en billijke arbeidsomstandigheden en -voorwaarden
1. Iedere werknemer heeft recht op gezonde, veilige en waardige arbeidsomstandigheden.Basis:
- Richtlijn 89/391/EEG (veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk)
- Sociaal Handvest (art. 3)
- Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werknemers (pt. 19)
- Herzien Europees Sociaal Handvest (art. 26, recht op waardigheid in het werk).
2. Iedere werknemer heeft recht op een beperking van de maximumarbeidsduur en op dagelijkse en wekelijkse rusttijden, alsmede op een jaarlijkse vakantie met behoud van loon.Basis:
- Richtlijn 93/104/EG (organisatie van de arbeidstijd)
- Sociaal Handvest (art. 2)
- Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werknemers (pt. 8)
Artikel 32
Verbod van kinderarbeid en bescherming van jongeren op het werk
Kinderarbeid is verboden. De minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces mag niet lager zijn dan de leeftijd waarop de leerplicht ophoudt, onverminderd voor jongeren gunstiger regels en behoudens beperkte afwijkingen.
Werkende jongeren moeten arbeidsvoorwaarden krijgen die aangepast zijn aan hun leeftijd en moeten worden beschermd tegen economische uitbuiting en tegen elke arbeid die hun veiligheid, gezondheid, lichamelijke, geestelijke, morele of maatschappelijke ontwikkeling kan schaden of hun opvoeding in gevaar kan brengen.
Basis:
- Richtlijn 94/33/EG (bescherming van jongeren op het werk)
- Sociaal Handvest (art. 7)
- Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werknemers (pt. 20-23)
Artikel 33
Gezins- en beroepsleven
1. Het gezin geniet bescherming op juridisch, economisch en sociaal vlak Basis:
- Sociaal Handvest (art.16)
2. Teneinde beroep en gezin te kunnen combineren heeft eenieder recht op bescherming tegen ontslag om een reden die verband houdt met moederschap (2), alsmede recht op betaald moederschapsverlof en recht op ouderschapsverlof na de geboorte of de adoptie van een kind Basis:
- Richtlijn 92/85/EEG (veiligheid en gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie)
- Richtlijn 96/34/CE (raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof gesloten door de UNICE, het CEEP en het EVV)
- Sociaal Handvest (art. 8, moederschapsbescherming)
- Herzien Europees Sociaal Handvest (art.27, recht van werknemers met een gezin op gelijke kansen en gelijke behandeling)
- Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werknemers (pt. 8)
Artikel 34
Sociale zekerheid en sociale bijstand
De Unie erkent en eerbiedigt het recht op toegang tot sociale zekerheidsvoorzieningen en sociale diensten die bescherming bieden in gevallen zoals moederschap, ziekte, arbeidsongevallen, afhankelijkheid of ouderdom, alsmede bij verlies van arbeid, onder de door het Gemeenschapsrecht en de nationale wetgevingen en praktijken gestelde voorwaarden.Basis:
- Sociaal Handvest (art. 12)
- Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werknemers (pt. 10)
(1) Het recht op collectieve actie is door het Europees Hof voor de rechten van de mens erkend als een onderdeel
van het in artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens erkende vakverenigingsrecht.
(2) Onder “moederschap” wordt het tijdvak van conceptie tot en met borstvoeding begrepen..
: PreventActua 3/2008