Gelijke vergoeding voor ‘verwijderde’ werkneemsters

De Belgische wetgeving bevat verschillende regels om zwangere werkneemsters te beschermen. Wanneer ze op het werk blootgesteld worden aan bepaalde risico’s, moet de werkgever ze ‘verwijderen’. Vanaf 2010 gelden nieuwe regels voor de vergoeding van verwijderde werkneemsters.

Juridisch kader
De arbeidswet van 16 maart 1971 (BS 30 maart 1971) legt de algemene regels vast voor de moederschapsbescherming. Deze wet werd ingrijpend gewijzigd door de wet van 3 april 1995 (BS 10 mei 1995), dat de bepalingen uit het KB moederschapsbescherming (zie tabel) in de Arbeidswet invoert. In dat KB is de preventiegedachte heel nadrukkelijk aanwezig. In essentie stelt onze wetgeving dat zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven, niet mogen blootgesteld worden aan risico’s voor de gezondheid van het (ongeboren) kind.
Bij het KB moederschapsbescherming horen twee bijlagen. Bijlage I bevat een lijst van arbeidsposten waarvoor zeker een risicoanalyse moet uitgevoerd worden wanneer een zwangere vrouw op deze post zou kunnen werken. Tijdens de analyse moet vooral gefocust worden op de risico’s voor zwangere vrouwen, het ongeboren kind, of vrouwen die borstvoeding geven. In bijlage II staan een resem fysische en chemische agentia opgesomd waaraan zwangere vrouwen niet mogen worden blootgesteld en een reeks arbeidsposten die verboden zijn voor zwangere vrouwen.
Wanneer de risicoanalyse risicofactoren aan het licht brengt, of wanneer de werkneemster blootgesteld wordt aan risicofactoren uit Bijlage II, moet de werkgever de nodige maatregelen nemen.

Mogelijke maatregelen
In eerste instantie kan de werkgever de arbeidsomstandigheden van de werkneemster aanpassen, waardoor ze niet langer met de risico’s wordt geconfronteerd (bv. overdag werken in plaats van ’s nachts). Is dat niet mogelijk, dan moet hij de werkneemster (tijdelijk) overplaatsen naar een andere, veiligere werkpost. Indien deze maatregelen praktisch onmogelijk zijn, moet de zwangere werkneemster ‘verwijderd worden’. De werkneemster moet dan thuis blijven en ontvangt een uitkering.
Een zwangere werkneemster kan ook verwijderd worden indien ze zich niet in een van bovenvermelde situaties bevindt, maar wanneer de bedrijfsarts van mening is dat er sprake is van een individuele gevoeligheid.

Tabel: wetgeving rond gezondheidsbescherming zwangere vrouwen

Arbeidswet van 16 maart 1971 (BS 30 maart 1971) Regels rond melding zwangerschap aan werkgever, zwangerschapsverlof, ontslagbescherming en overwerk
Wet van 3 april 1995 (BS 10 mei 1995) Aanpassing spatie arbeidswet van 1971
KB inzake moederschapsbescherming van 2 mei 1995 (BS 18 mei 1995) - Codex, Titel VIII, hoofdstuk I Overplaatsing/verwijdering zwangere werkneemsters
KB van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers (BS 16 juni 2003) - Codex, Titel I, Hoofdstuk IV Gezondheidstoezicht voor werkneemsters die zwanger zijn of borstvoeding geven
CAO 46 inzake nachtarbeid van 23 maart 1990 zwangere werkneemsters hebben het recht om in de laatste 3 maand van de zwangerschap in een ander arbeidsstelsel (overdag) te werken (enkel privésector)
Economische herstelwet van 27 maart 2009 (BS 7 april 2009) eenvormige vergoeding voor alle verwijderde werkneemsters

Vergoedingsregeling
De verwijderde zwangere werkneemsters worden niet aan hun lot overgelaten. Het KB voorziet een vergoedingsregeling die de zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, een inkomen garandeert. Tot nu toe bestond er een tweeledige regeling.
Wanneer de werkneemster verwijderd werd omwille van een risico dat op de lijst van de erkende beroepsziekten staat, betaalde het Fonds voor de Beroepsziekten de vergoeding. Concreet ontving de vrouw dan 78,237% van haar nettoloon.
Risico’s als extreme temperaturen, agressie,… bevinden zich echter niet op die lijst. Indien de oorzaak van de verwijdering niet op de lijst van de erkende beroepsziekten staat, betaalde het RIZIV de vergoeding. De werkneemster krijgt in dat geval slechts 60% van haar nettoloon. Een flink verschil dus.

Kader: Aanvragen voor verwijdering wegens zwangerschap in 2008
In 2008 dienden 6.824 vrouwen een aanvraag voor verwijdering in bij het Fonds voor de Beroepsziekten. Dat is heel wat meer dan enkele jaren geleden. Ter vergelijking: in 1995 dienden slechts 2.387 vrouwen een aanvraag in. Sindsdien is dat aantal ieder jaar stelselmatig toegenomen.
Het Fonds keurt niet iedere aanvraag goed. Ongeveer een kwart van de aanvragen (1.592) werd in 2008 geweigerd. Bijna alle geweigerde dossiers betroffen aanvragen van werkneemsters uit de verzorgende- of medische sector, die een aanvraag indienden omwille van het verhoogde infectierisico dat hun beroep met zich meebrengt. Toch is het verhoogd infectierisico in de medische sector de reden voor het grootste deel van de goedgekeurde aanvragen (4.787 van de 5.523).

Ongelijkheid
De economische herstelwet van 27 maart 2009 (BS 7 april 2009) maakt een einde aan deze ongelijkheid. Artikel 30 van deze wet bepaalt dat alle vrouwen, die verwijderd worden na 31 december 2009, recht hebben op een geplafonneerde vergoeding van 78,237% van hun nettoloon. De nieuwe regeling is dus duidelijk gunstiger voor de zwangere vrouwen en jonge moeders.
Vanaf 2010 moeten de werkgevers hun vergoedingsaanvraag steeds naar het RIZIV zenden. Het zijn dan de mutualiteiten die voor de uitbetaling van de vergoeding zullen zorgen.

: PreventActua 22/2009