De vergrijzing in cijfers

Al jarenlang worden we bestookt met verhalen over de vergrijzing van de (beroeps-) bevolking. Is die trend reëel? En hoe verhoudt België zich tot de rest van Europe? Een kijk in de cijfers.

Oudere werknemers

De vergrijzing in cijfers

Al jarenlang worden we bestookt met verhalen over de vergrijzing van de (beroeps-) bevolking. Is die trend reëel? En hoe verhoudt België zich tot de rest van Europe? Een kijk in de cijfers.

 

Europese data

Naar aanleiding van de campagne “Gezond werk voor alle leeftijden” publiceerde het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) enkele “facts and figures” over de vergrijzing van de Europese werkende bevolking.

 

Europa vergrijst

Uit de cijfers van EU-OSHA blijkt duidelijk dat we met z'n allen alsmaar ouder worden. Er worden al decennialang steeds minder kinderen geboren, terwijl we steeds langer leven. De combinatie van die twee factoren heeft een duidelijk effect op de bevolkingspiramide. Enkele tientallen jaren geleden had die bevolkingspiramide nog de vorm van een driehoek, met aan de brede basis een grote groep jongeren, en aan de smalle top een kleine groep ouderen.

Door de daling van het geboortecijfer en de toename van de levensverwachting heeft de bevolkingspiramide anno 2016 eerder de vorm gekregen van een bijenkorf. De volwassenen tussen 30 en 50 vormen nu de grootste groep, en in de bevolkingspiramide zijn de basis en de top ongeveer even breed (zie de omlijnde vakken in de afbeelding).

Tegen 2080 zal de piramide de vorm van een balk aannemen (zie de gekleurde vlakken in de afbeelding).

 

Figuur 1: bevolkingspiramide in de EU-28 anno 2014

Europeanen leven langer

Tussen 2002 en 2013 steeg de levensverwachting in de Europese Unie met 2,9 jaar. Waar de EU-burger in 2002 gemiddeld nog 77,7 jaar oud werd, was de levensverwachting in 2013 al gestegen tot 80,6 jaar. Het statistisch bureau van de EU, Eurostat, verwacht een verdubbeling van het aantal 65-plussers tussen 1990 en 2080. Als de huidige tendens zich doorzet, zal in 2080 een derde van de bevolking bestaan uit 65-plussers.

Momenteel is de grootste leeftijdscategorie de groep 40 tot 43-jarigen. Volgens de verwachtingen van Eurostat zullen in 2060 de 45 tot 47-jarigen de grootse groep vormen.

De vergrijzing van de Europese bevolking is dus onmiskenbaar.

 

En op het werk?

Ook op de werkvloer is deze tendens duidelijk merkbaar. Tussen 2000 en 2015 steeg het aandeel werkende 55 tot 64-jarigen op de Europese arbeidsmarkt van 16 tot 20%. Eén vijfde van de werkende Europeanen is dus momenteel al ouder dan 55. In landen als Zweden (74%), Duitsland (65,5%) en Estland (64%) is bovendien een groot deel van de 55-plussers nog aan het werk. België heeft op dit vlak een grote inhaalbeweging te maken.

Wanneer oudere werknemers de arbeidsmarkt verlaten, dan is dat niet zelden omwille van gezondheidsproblemen. Bij een vijfde (21%) van de Europese 50 tot 69-jarigen die niet meer aan het werk zijn, vormde de gezondheid de hoofdreden om te stoppen met werken.

Van de 55 tot 65-jarigen die in 2013 wel nog aan de slag waren, klaagde 11% over werkgerelateerde gezondheidsproblemen. Musculoskeletale aandoeningen werden het meest gemeld.

 

De situatie in België

In ons land is de vergrijzing al in de jaren ’80 van de vorige eeuw ingezet. Omstreeks 1980 vormden de 34-jarigen nog de grootste leeftijdscategorie, maar 2013 was dit al opgeschoven naar 41. Onderstaande afbeeldingen tonen duidelijk aan dat de Belgische bevolkingspiramide de Europese tendens volgt.

 

Figuur 2: Belgische bevolkingspiramide in 2010 en 2050

 

Jong op pensioen

Ondanks de plannen om de pensioenleeftijd stapsgewijs op te trekken tot 67, bedraagt de wettelijke pensioenleeftijd in ons land nog steeds 65 jaar. In werkelijkheid gaan de Belgische werknemers nog een stuk vroeger met pensioen. Tussen 2007 en 2012 was de gemiddelde pensioenleeftijd in ons land 60 jaar. Gezien de stijging van de levensverwachting gaan deze jonggepensioneerden dus een lange, niet actieve periode tegemoet. Voor de staatskas heeft dit uiteraard zware gevolgen.

De tewerkstellingsgraad van de 55 tot 64-jarigen ligt in ons land dan ook een stuk onder het Europese gemiddelde: 43% tegenover 52%.  Bij de vrouwen (37%) van deze groep ligt de tewerkstellingsgraad bovendien nog een stuk lager dan bij de mannen (48%). In ons land is naar eigen zeggen 17% van de jonggepensioneerden niet meer aan het werk omwille van gezondheidsproblemen.

 

Stijgende lijn

Net als in de andere EU-landen is de werkgelegenheidsgraad bij oudere werknemers ook in ons land gestegen in de afgelopen jaren. Deze stijging verliep zelfs sneller dan in de andere EU-landen, maar dit is uiteraard te wijten aan het feit dat het aandeel werkende 55-plussers voor 2000 zo laag lag (25% tegenover 36,8% in de EU). Ter vergelijking: in de leeftijdsgroep van 30 tot 44 heeft vier vijfde van de Belgen een job.

 

Kleine instroom, grote uitstroom

Niet alleen de uitstroom van ouderen gebeurt in ons land vroeger dan in de rest van de EU, in België worden ook veel minder oudere werknemers in dienst genomen. Uit een studie van de OESO uit 2014 blijkt dat België het slechtste scoort van alle EU-lidstaten op het vlak van de indienstneming van 50-plussers. In 2012 behoorde 46% van de nieuw aangeworven werknemers (private en overheidssector samen) tot de leeftijdscategorie 20 tot 29, terwijl slechts 3% van de nieuwe werknemers ouder dan 55 was. Belgische werkgevers worstelen dus duidelijk met de beslissing om oudere werknemers in dienst te nemen.

De lage instroom gaat dus samen met een erg grote uitstroom van 50-plussers. België heeft gedurende lange tijd erg gunstige regelingen gehad voor vervroegde uittreding (brugpensioen). Dit heeft ongetwijfeld decennialang de uitstroom van oudere werknemers in de hand gewerkt. 

De landen waar de werkgelegenheid bij de oudere werknemers het hoogste ligt (Scandinavië, Nederland en Duitsland) hebben de regels rond vervroegde uittreding veel vroeger hervormd en in de meeste van deze landen ligt de pensioenleeftijd aanzienlijk hoger dan in België.

De beslissing van de regering om de pensioenleeftijd op te trekken naar 67 jaar zal er wellicht voor zorgen dat onze oudere werknemers langer aan de slag blijven. Een stap in de goede richting dus, maar we hebben nog hele weg te gaan voor onze achterstand op de andere EU-lidstaten is weggewerkt.

 

Bron: EU OSHA