De pestwet in de praktijk

Sinds 2002 kunnen ongewenste omgangsvormen op het werk gerechtelijk vervolgd worden. De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg publiceerde onlangs cijfers over de eerste rechterlijke uitspraken in deze materie.

Gerechtelijke procedure
Dankzij de wet van 11 juni 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk (BS 22 juni 2002) kunnen pestgedrag, ongewenst seksueel gedrag en geweld op het werk gerechtelijk vervolgd worden (1). De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg verzamelde tussen 2002 en eind 2008 226 rechterlijke beslissingen in eerste aanleg en 19 arresten in beroep.

Herkomst
Overal in het land zijn rechtszaken aangespannen rond geweld of pestgedrag op het werk. Opvallend is wel het hoge aantal in het arrondissement Brussel (120). Ook andere stedelijke gebieden als Antwerpen (16) en Luik (20) scoren erg hoog in vergelijking met landelijke streken.
De eisers zijn zowel afkomstig uit de privésector (142) als uit de openbare sector (84). In 191 gevallen werd de rechtszaak aangespannen tegen de werkgever, 28 zaken waren gericht tegen een werkgever én een natuurlijke persoon. In 6 gevallen werd een rechtsvordering ingesteld tegen één of meerdere natuurlijke personen.
De klachten handelden over verschillende onderwerpen (zie tabel).

Tabel: Klachten: onderwerp en aantal

Klacht Aantal
Pesterijen EN ongewenst seksueel gedrag
8
Ongewenst seksueel gedrag
2
Psychisch geweld
5
Pesterijen (o.a. seksuele of politieke voorkeur, etnische afkomst,…)
196

Erkenning van de feiten
In heel wat zaken was er ook discussie over een ontslag. Verschillende klagers dienden een klacht in over pesterijen of ongewenst seksueel gedrag nadat ze waren ontslagen. In 105 van de 226 zaken heeft de rechter het bestaan van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk niet onderzocht en handelden de debatten enkel over de ontslagproblematiek. We bespreken de rechterlijke beslissingen inzake de ontslagproblematiek hier evenwel niet.
In de 121 andere zaken werden feiten inzake pesten en ongewenst gedrag wel onderzocht. De rechter oordeelde in 6 gevallen dat het vermoeden van het bestaan van pesterijen aanwezig is. In 12 gevallen werd de aanwezigheid van pesterijen door de rechter aanvaard. Slechts eenmaal werd het bestaan van geweld door de rechter bewezen geacht. Over ongewenst seksueel gedrag op het werk werden geen cijfers gepubliceerd.

Rechterlijke beslissing
Vier slachtoffers kregen een schadevergoeding toegewezen. In twee gevallen sprak de rechter een vordering tot staking uit waarbij bevolen werd om een einde te maken aan de pesterijen. In zes zaken beval de rechter de werkgever om maatregelen te nemen: een bevel aan de werkgever om de interne preventiedienst het onderzoek van een met redenen omklede klacht te laten verder zetten en om elke maatregel betreffende het mandaat van de werknemer te schorsen in afwachting van het verslag van de preventieadviseur, of een verplichte herorganisatie van een afdeling binnen een bedrijf, waardoor twee werknemers niet langer met elkaar in contact komen. De rechters legden dus de nodige creativiteit aan de dag en beschikken ook over de nodige beslissingsruimte.

Bewijs
De rechters baseerden zich voor hun oordeel zowel op verslagen van preventieadviseurs, arbeidsgeneesheren, schriftelijke getuigenissen van collega’s en verslagen van de personeelsdienst.
In de gevallen waarin het pestgedrag door de rechter aanvaard werd, baseerde de rechter zich vaak op feitelijke gegevens zoals verslagen van de preventieadviseur of personeelsdienst, medische verslagen,... In één situatie werd ook e-mailcorrespondentie als argument ingeroepen.

Motivering
Uit de motivering van de rechterlijke uitspraken vallen enkele interessante lessen te trekken. Zo wordt duidelijk dat de rechters feiten niet als pesterijen aanvaarden wanneer ze vallen binnen de normale uitoefening van het gezag (opdrachten geven, controle uitoefenen,…).
Ook wordt een wijziging van het takenpakket van een werknemer, niet automatisch als pesten beschouwd. Verschillende werknemers klaagden over weigeringen vanwege hun werkgever (bv. geweigerde vakantieaanvraag, weigering om opleiding te betalen,…). Ook dit is niet automatisch als pesterij bedoeld. Verder wijzen de rechters erop dat veel klagers handelingen van hun werkgever interpreteren als pesterijen, terwijl deze objectief gezien behoren tot de normale uitoefening van het gezag.

Herhaald karakter
De rechters verduidelijkten in hun vonnis dat een eenmalig feit meestal niet volstaat als bewijs voor pesterijen. Het herhaald karakter is dus een noodzakelijke voorwaarde.

Geweld?
Slechts weinig eisers riepen psychisch geweld in als argument. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het feit dat dit bijzonder moeilijk hard te maken is.

Misbruik
Het opstarten van een rechtszaak is niet zonder risico. Volgens de rechters maken sommige werknemers immers misbruik van het bestaan van de ‘pestwet’. 3 werknemers werden veroordeeld wegens misbruik van de klachtenprocedure. In 5 gevallen werd een schadevergoeding toegekend wegens tergend en roekeloos geding. In drie gevallen werd deze schadevergoeding teniet gedaan in beroep.
Enkele rechters benadrukken in hun vonnissen dat het feit dat de pesterijen niet-bewezen worden verklaard, evenwel niet volstaat als bewijs voor het misbruik van de klachtenprocedure.

Procedure
Ook over het verloop van de procedure hadden de rechters interessante zaken te melden. Het Brusselse Arbeidshof vernietigde een vonnis waarin werd gesteld dat de klager eerst de interne procedure moet doorlopen, alvorens de gerechtelijke procedure op te starten. In de motivering poneerden de rechters dat de interne procedure geen voorwaarde is om een gerechtelijke procedure op te starten. Een mening die bijgetreden werd door een arrest van het Antwerpse Arbeidshof. Wel wezen verschillende rechters op de voordelen die de interne procedure biedt.

De volledige analyse van de 226 vonnissen en 19 arresten kan u nalezen op
http://www.werk.belgie.be/defaultNews.aspx?id=21272



(1) Opgeheven door het koninklijk besluit van 17 mei 2007 betreffende de voorkoming van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk (BS 6 juni 2007). Deze wijziging was deels geïnspireerd door de opgedane ervaring door de toepassing van de ‘pestwet’ in de praktijk. Het nieuw KB voerde o.a. definities in voor pesten en ongewenst seksueel gedrag en vergrootte het belang van de interne procedure die aan de gerechtelijke procedure kan voorafgaan.

: PreventActua 04/2009