De coronacrisis, een springplank voor welzijn op het werk

2020 was voor de preventiediensten een periode vol nieuwe situaties, met een snel wijzigende regelgeving en een groeiende verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van medewerkers, leveranciers en bezoekers. De Universiteit Antwerpen en TU Delft zetten een studie over het onderwerp op, geleid door onderzoekster Karolien van Nunen. De resultaten ervan werden gepubliceerd ter gelegenheid van de Werelddag voor veiligheid en gezondheid op het werk, die plaatsvond op 28 april 2021.

Onderzoek
Voor het onderzoek werden 1.169 veiligheids- en welzijnsdeskundigen uit België en Nederland bevraagd tussen 2018 en 2020 over hun veiligheids- en welzijnsbeleid, hun veranderende rol en de impact van Covid-19 op de toekomst van het preventiebeleid. Karolien van Nunen belicht opmerkelijke trends, gaat in op welke prioriteiten het werkveld naar voren schuift, bespreekt significante verschillen tussen sectoren en inventariseert de impact van Covid-19 op de werkzaamheden van de preventiedienst. Ze definieert ook de grote uitdagingen voor veiligheid en welzijn op de werkvloer.
 
Een wereld in verandering
De wereld van veiligheid en welzijn op het werk verandert snel. De Covid-19-pandemie heeft dit tempo alleen maar opgevoerd. Om blijvende vooruitgang te boeken, is het nodig om het veiligheids- en welzijnsbeleid af te stemmen op deze veranderingen. De vastgestelde ruimte voor verbetering mag niet worden onderschat. De impact van de coronacrisis is duidelijk merkbaar in de resultaten.
Op verschillende vlakken, zoals het betrekken van werknemers bij veiligheid en welzijn op het werk, of het voorrang geven van veiligheid op productiviteit, zien we een verslechtering doorheen de tijd. Het opzetten van initiatieven en verbetertrajecten is dan ook onontbeerlijk.
 
Vijf hefbomen voor een toekomstgericht veiligheids- en welzijnsbeleid
Aan de hand van de resultaten werden vijf hefbomen gedefinieerd voor een veiligheids- en welzijnsbeleid dat tegemoetkomt aan reële behoeften. Hier staan de veiligheids- en welzijnsdeskundigen zeker niet alleen in. De resultaten van de studie en de geformuleerde hefbomen zouden ook andere stakeholders (zoals het management van bedrijven en beleidsmakers) aanzetten om actie te ondernemen en vooruitgang te boeken.
 
1. Verbeteren van de veiligheids- en welzijnscultuur
Het onderzoek geeft een aantal sterke aanwijzingen dat er nog grote stappen gezet moeten worden voor het verbeteren van de veiligheids- en welzijnscultuur. Zo is het opleiden van werknemers om hun werk veilig te kunnen uitvoeren, voor verbetering vatbaar: hoe kunnen we verwachten van werknemers dat ze veilig werken, als ze hier niet de nodige kennis en kunde voor bezitten? Het consequent melden van onveilige of ongewenste situaties is ook een niet te verwaarlozen punt: wat niet wordt gemeld, kan niet worden aangepast en geoptimaliseerd.
De deskundigen erkennen dat een sterke cultuur zich manifesteert op de werkvloer zelf, en niet op papier. Volgens hen ligt de sleutel tot verbetering bij het management van de bedrijven. Het management meekrijgen is essentieel om tot verbeteringen van de veiligheids- en welzijnscultuur te komen. Het stellen van voorbeeldgedrag is cruciaal, net zoals het nemen van beslissingen die bepaalde gedragingen faciliteren in plaats van afremmen.
 
2. Nieuwe kennis en vaardigheden
De uitbreiding van het enge begrip ‘veiligheid’ tot het brede begrip ‘welzijn’ zorgt voor een nood aan meer diverse kennis bij de veiligheids- en welzijnsdeskundigen: men evolueert van een specialist naar een generalist. De kwaliteit van de kennis en kunde die deze shift met zich meebrengt, staat hierdoor onder druk; wanneer men meer diverse kennis opdoet, kan deze kennis (te) oppervlakkig blijven.
Er is bovendien niet enkel een inhoudelijke verbreding, zoals de toegenomen focus op de psychosociale risico’s, maar ook een evolutie in de manier waarop men het beroep uitoefent. Men wordt steeds meer de coach die medewerkers motiveert, begeleidt en stimuleert. En dit vraagt andere competenties.
Ook hier laat de impact van de coronacrisis zich duidelijk voelen, waarbij opnieuw andere kennis en vaardigheden worden verwacht van de veiligheids- en welzijnsdeskundigen: ergonomische en psychosociale aspecten bij telewerk, aansturen vanop afstand, crisismanagement, overbrengen van kennis via de digitale weg, … Hier werd voor de crisis veel minder aandacht aan besteed.
Het opdoen van de nodige kennis en het verwerven van de vaardigheden van veiligheids- en welzijnsdeskundigen moet op verschillende niveaus gefaciliteerd worden: de bedrijven zelf, overheidsinstanties, beroepsverenigingen, kennisinstituten, … Samenwerking tussen deze verschillende stakeholders zal bijdragen aan een hoog kennis- en kundeniveau dat is aangepast aan de huidige context.
Niet enkel het kennisniveau van de veiligheids- en welzijnsdeskundigen zelf, maar ook die van het management, de leidinggevenden en de werknemers vraagt aandacht. Vaak ontbreekt het bij deze groepen aan (basis)kennis over veiligheid en welzijn.
 
3. Administratieve en reglementaire versoepeling en eenvoudigere toepasbaarheid
De zware belasting door de veelheid aan regels is een groot struikelblok om het werk adequaat uit te voeren. De coronacrisis heeft dit nog versterkt door bijkomende administratie en snel veranderende richtlijnen. Respondenten trekken aan de alarmbel: het is gewoon té veel. Er zijn opvallende verschillen tussen België en Nederland. Kan Nederland, met zijn ‘lichtere’ regelgeving, een voorbeeld vormen voor België?
 
4. Meer financiële middelen om de impact van Covid-19 op het welzijnsbeleid in goede banen te leiden
De coronacrisis leidde volgens de respondenten tot een tegenstrijdigheid wat betreft veiligheid en welzijn op het werk. Enerzijds verhoogde de crisis de werkdruk van de veiligheids- en welzijnsdeskundigen, maar anderzijds kregen ze niet altijd de nodige ondersteuning om alles efficiënt te organiseren. Slechts in 27% van de bedrijven kregen de deskundigen meer armslag. Het lijkt dan ook niet evident voor bedrijven die in deze crisistijd moeilijkheden hebben om te overleven, om blijvend te investeren in veiligheid en welzijn. Een omslag is nodig in het veiligheidsdenken, waarbij bedrijven veiligheid en welzijn als een structurele investering zien en niet als kost.
 
5. Corona als springplank
De coronacrisis heeft een enorme impact gehad op bedrijven en hun medewerkers. Gelukkig blijkt uit de onderzoeksresultaten dat er ook een positief effect was: resilience bleek meer te zijn dan een hippe term. De deskundigen hebben zich onder en ondanks de grote druk snel kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden en op korte termijn gezorgd voor ondersteuning. Heel wat respondenten geven dan ook aan dat hun impact in het bedrijf vergroot is door de coronacrisis. Deze grote veerkracht zal voor organisaties in de komende jaren alleen maar positieve effecten hebben.

Bron: Whitepaper: Safety secured? Het grote BeNe-onderzoek naar hefbomen voor veiligheid en welzijn op de werkvloer, Karolien van Nunen
: preventActua 12/2021