Covid-19: ventilatiegids

De task force Ventilatie van het coronacommissariaat heeft aanbevelingen opgesteld voor de praktische implementatie en bewaking van ventilatie en binnenluchtkwaliteit in het kader van Covid-19.

Voldoende ventilatie
De gids ‘Aanbevelingen voor de praktische implementatie en bewaking van ventilatie en binnenluchtkwaliteit in het kader van Covid-19’ stelt een pragmatische aanpak voor om voldoende ventilatie te kunnen garanderen in het kader van de coronapandemie. Het bevat een implementatieplan voor kortetermijnmaatregelen. In het document wordt ervan uitgegaan dat een of meerdere beperkingen zich kunnen voordoen (onvoldoende CO2-toestellen beschikbaar, lange procedures voor het bestellen en leveren van CO2-meters, geen mogelijkheid om mechanische ventilatiedebieten te meten, …). Het document bevat ook een checklist om de situatie te helpen inschatten (bijlage 1 van de gids).
 
Deze gids focust zich op ventilatie en verluchting. De task force herinnert eraan dat het nemen van maatregelen ter aanvulling van ventilatie noodzakelijk blijft (social distancing, dragen van een mondmasker, veiligheidsschermen, ontsmetten van oppervlakken, wassen van de handen, …) om andere virusoverdrachten (rechtstreekse overdracht via grote druppels op een afstand van minder dan 1,5 m en contact met besmette oppervlakken) te kunnen bestrijden.
 
De task force benadrukt tevens dat bij het kiezen van de maatregelen de hiërarchie van de preventiemaatregelen in acht moet worden genomen:
- het risico vermijden (bv. kiezen voor een online vergadering, een activiteit buiten organiseren)
 - technische maatregelen (bv. ramen en deuren openen, ventilatiesystemen of luchtzuiveraars installeren)
- administratieve maatregelen (bv. bezettingsgraad aanpassen)
- informatie voorzien voor iedereen die op de werkvloer komt (medewerkers, vrijwilligers, deelnemers, klanten, …).
 
Ventilatie en virusoverdracht door aerosolen
 
CO2-concentratie in de lucht
CO2 is een gas dat vrijkomt bij het uitademen. De CO2-concentratie in de lucht kan eenvoudig gemeten worden en wordt daarom vaak gebruikt als indicator voor het ventilatiedebiet in ruimten waarin personen aanwezig zijn.
 
MET-waarde
Het metabool equivalent (Metabolic Equivalent of Task, MET) of MET-waarde is de hoeveelheid energie die een bepaalde fysieke inspanning kost voor volwassenen ten opzichte van de hoeveelheid benodigde energie in rust. De MET-waarde van lichamelijke activiteiten varieert van 0,9 MET (bij slaap) tot 18 MET (zware inspanning). Hoe hoger de intensiteit van de activiteit, hoe hoger de MET-waarde. Bij een rustige activiteit (1,2 MET) ademen we ongeveer 20 liter CO2 per uur uit.
 
Hoe meer ventilatie, hoe kleiner het risico
Wat betreft het risico op virusoverdracht via aerosolen bestaat er geen drempelwaarde voor het ventilatiedebiet, de luchtverversingsgraad of de CO2-concentratie waarmee men het risico op besmetting kan uitsluiten. Hoe meer ventilatie er voorzien wordt, hoe kleiner het risico.
Naast het ventilatiedebiet zijn er nog andere factoren die een grote invloed hebben op het risico op virusoverdracht: het aantal blootgestelde personen in een ruimte, het aantal besmette personen in deze ruimte, de blootstellingsduur, het stemgebruik (zingen, roepen), …
 
Minimaal ventilatiedebiet
Om de virusoverdracht te beperken, moet er in de eerste plaats gezorgd worden voor voldoende ventilatie in alle ruimten en moet er voorrang gegeven worden aan het nemen van corrigerende maatregelen in ruimten waar de ventilatie duidelijk onvoldoende is.
Een CO2-concentratie die lager is dan 900 ppm, wordt beschouwd als een aanvaardbare waarde om de verspreiding van het virus via aerosolen te beperken. Bij een ventilatiedebiet van 40 m³/u per persoon, zal een volwassene die een rustige activiteit uitoefent, zelden de waarde van 900 ppm overschrijden. Dit minimale ventilatiedebiet zal hoger zijn bij intensieve activiteiten, aangezien er dan meer CO2 en dus ook meer aerosolen geproduceerd worden. Hoe lager de CO2-concentratie, hoe kleiner het risico op besmetting door aerosolen.
 
Natuurlijke ventilatie: ramen en/of buitendeuren openen
 
Het openen van ramen of buitendeuren zal bijdragen tot de ventilatie en moet daarom waar mogelijk zoveel mogelijk toegepast worden. Wanneer deze openingen relatief groot zijn in verhouding tot de afmetingen van de ruimte, is er in principe maar een kleine kans op te hoge CO2-concentraties.
 
Tijdelijk openen
Het beste resultaat bekomt men als de ramen en/of buitendeuren permanent geopend zijn. Indien dit niet mogelijk is, kan men proberen ze te openen tijdens perioden van niet-bezetting (bv. vóór de aanvang van de activiteit, tijdens rust- of speelpauzes, ...) In dat geval is een CO2-monitoring wenselijk: indien er geen ventilatiesysteem aanwezig is, kunnen de CO2-concentraties snel oplopen als de ramen gesloten zijn.
 
Meerdere openingen
Wanneer er meerdere (zelfs kleine) openingen in verschillende buitengevels zijn, zal er meestal sprake zijn van een betere luchtverversing. Indien er slechts een opening mogelijk is in één gevel, kan een grotere opening noodzakelijk zijn. Het is beter om de openingen op verschillende hoogten te openen, voor zover dit mogelijk is.
 
Sluiting
Wanneer men op basis van debiet- of CO2-metingen kan aantonen dat er voldoende ventilatie is zonder het openen van de ramen, is het aanvaardbaar om de ramen te sluiten. Bij een goed werkend ventilatiesysteem kan men voldoende lage CO2-concentraties (≤ 900 ppm) bekomen. Een lagere CO2-concentratie is wel altijd beter om het risico op besmetting te beperken en daarom blijft het zinvol om de ramen maximaal open te houden als dit geen hinder veroorzaakt.
 
Mechanisch ventilatiesysteem
 
Nominale bezettingsgraad
De nominale bezettingsgraad N900 is het aantal personen dat permanent in de ruimte mag verblijven zonder dat de toelaatbare CO2-concentraties (erg) overschreden zullen worden en zonder dat het nodig is om CO2-metingen uit te voeren als de ventilatie correct gebruikt wordt. Het debiet verse lucht van de mechanische ventilatie wordt gebruikt om de nominale bezettingsgraad te bepalen. Neff is de effectieve bezettingsgraad van de ruimte.
 
Bepaling van debiet verse lucht
Indien de ventilatiedebieten niet gekend zijn, kunnen ze bepaald worden door een rechtstreekse meting of door een inschatting op basis van de evolutie van de CO2-concentraties.
 
Ventilatiedebiet gekend
Als de werkgever de risicoanalyse van de binnenluchtkwaliteit heeft laten uitvoeren in het kader van de codex over het welzijn op het werk, dan zijn de ventilatiedebieten in principe gekend. Er moet een actieplan toegepast worden als de voorziene CO2-concentraties te hoog zijn of de ventilatiedebieten gespecifieerd in de codex niet bereikt zijn.
 
Rechtstreekse debietmetingen
Het correct meten van mechanische ventilatiedebieten in m³/h (Qmech) vereist geschikte apparatuur en de nodige competentie. De Qmech-debieten moeten minstens bepaald worden in de maximale stand en moeten bepaald worden bij gesloten ramen en deuren, inclusief binnendeuren.
 
Raming van het debiet op basis van CO2-concentraties
Als men niet over de nodige meetapparatuur voor debietmetingen beschikt en/of als het niet evident is om de debieten te meten (grote ruimten, …), kan het mechanische ventilatiedebiet Qmech ingeschat worden op basis van de CO2-concentratie, maar rechtstreekse debietmeting blijft altijd de beste oplossing als er keuze is tussen de twee methoden.
Opmerkingen:
- Ramen en deuren moeten gesloten zijn tijdens het meten van de CO2-concentratie; 
- Bij bezetting moet de CO2-concentratie min of meer gestabiliseerd zijn. Indien dit niet het geval is, kan deze methode niet toegepast worden. Het is dus nodig om de evolutie van de CO2-concentratie te monitoren om te kunnen vaststellen of er effectief een stationair regime bereikt wordt;
- Een voldoende precieze Qmech-debietbepaling is alleen mogelijk indien het verschil in CO2- concentratie groter is dan 300 ppm;
- Het is belangrijk dat de analyse uitgevoerd wordt door een persoon met de nodige ervaring.
 
Voorbeeld van een debietbepaling op basis van CO2-metingen
Voor rustige activiteiten (1,2 MET) is het mechanische ventilatiedebiet Qmech = 20.000 * N/(CO2,binnen -CO2,buiten) (m³/h), waarbij N het aantal aanwezigen is.
Bijvoorbeeld, indien er in een zaal met mechanische ventilatie en met gesloten ramen en deuren 10 aanwezigen (N = 10) met een rustige activiteit zijn en het verschil in CO2-concentratie tussen binnen en buiten in een stationair regime 400 ppm is, dan bedraagt het totale mechanische ventilatiedebiet Qmech = 20.000 * 10/400 = 500 m³/h
 
Bepaling van de nominaal toegelaten bezetting op basis van het ventilatiedebiet
Het streefdoel is om de CO2-concentratie te beperken tot 900 ppm (of een toename van 500 ppm ten opzichte van de buitenconcentratie). Dit komt voor rustige activiteiten overeen met een noodzakelijk ventilatiedebiet van 40 m³/h. De nominale bezetting N900 (die permanent toegelaten is) voor rustige activiteiten bedraagt bijgevolg Qmech/40.
 
Voorbeeld
In een kapsalon waar er een mechanische ventilatie is met een Qmech-debiet van 80 m³/h, is de nominale bezetting N900 gelijk aan 80/40, ofwel twee personen. Dit betekent dat er bij de kapper permanent één klant aanwezig kan zijn zonder dat er een te hoge CO2-concentratie bereikt wordt.
 
CO2-metingen
Om de doeltreffendheid van de ventilatie te controleren, kunnen permanente of steekproefsgewijze CO2-metingen[1] worden gebruikt. De CO2-concentratie moet altijd lager dan of gelijk aan 900 ppm zijn in een lokaal.
 
Permanente CO2-metingen
Het is ideaal om in elke ruimte minstens één CO2-meter te hebben. Indien men permanent de CO2-concentratie in een ruimte meet én indien men de concentratie ook effectief opvolgt, kan men zeer goed inschatten of er voldoende ventilatie is (zowel voor mechanische ventilatiesystemen als voor natuurlijke ventilatie).
 
CO2-concentratie zelden hoger dan 900 ppm
Er is in principe voldoende ventilatie, maar aangezien de CO2-concentratie beïnvloed wordt door de bezetting, de weersomstandigheden en het gebruik van ramen en deuren, is het wenselijk dat de concentraties regelmatig gecontroleerd worden.
 
CO2-concentratie regelmatig hoger dan 900 ppm
- met mechanische ventilatiesysteem:
Te hoge concentraties zijn in principe te wijten aan een te grote effectieve bezetting (Neff). Men moet dan de bezetting beperken tot deze lager dan of gelijk is aan de nominale bezetting (N900). Men kan ook proberen om een betere ventilatie te verkrijgen (door het openen van ramen en/of deuren). Te hoge CO2-concentraties kunnen ook het gevolg zijn van een niet-correct gebruik van de ventilatie-installatie, een slecht onderhoud, …
- geen mechanisch ventilatiesysteem:
Indien er geen mechanische ventilatie aanwezig is, is er geen sprake van een nominale bezetting. Men moet dan permanent opvolgen of de genomen maatregelen (het openen van ramen en deuren, luchtzuivering of het verlagen van de bezetting) al dan niet voldoende zijn. Men dient ook een planning uit te werken om de ventilatievoorzieningen te verbeteren.
 
Steekproefsgewijze CO2-metingen
Niet-continue monitoring van de CO2-concentratie kan een eerste indicatie geven over de luchtkwaliteit en de ventilatievoorzieningen. Deze aanpak is nuttig wanneer het niet mogelijk is alle ruimten met CO2-meters uit te rusten. Er zijn diverse mogelijkheden:
a) relatief korte metingen die regelmatig uitgevoerd worden in de verschillende ruimten (bij voorkeur op het einde van een bezettingsperiode);
b) langere metingen (1 dag, 1 week, …) telkens in een andere ruimte;
c) combinatie van korte en langere meetperioden: de korte meetperioden kunnen de risicosituaties in kaart brengen en helpen om de impact van de genomen maatregelen snel te beoordelen; de langere meetperioden geven een meer globaal beeld van de ventilatie in een ruimte.
 
CO2-concentraties globaal laag tot zeer laag (500-700 ppm)
Indien die metingen representatief zijn voor een maximale bezetting, is de kans op te hoge CO2-concentraties relatief klein. Het is dan wel belangrijk om de steekproefsgewijze CO2-metingen verder te zetten en hun frequentie aan te passen in functie van de gemeten CO2-niveaus, de weersomstandigheden, de bezettingsgraad, het gebruik van de voorzieningen (open ramen en/of deuren), …
 
CO2-concentraties van 800-900 ppm of meer
Hoe hoger de steekproefsgewijze CO2-waarden, hoe belangrijker een permanente CO2-meting wordt. Indien dit praktisch niet mogelijk is, moeten de steekproefsgewijze metingen met een voldoende hoge frequentie uitgevoerd worden.
 
Tijdelijke oplossing: ramen en deuren openhouden
Als men geen indicaties heeft over de ventilatie van de ruimte (geen debietmetingen bij mechanische ventilatie en geen meting van de CO2-concentraties), is het van cruciaal belang om maximaal in te zetten op het openen van ramen en/of deuren en, indien er mechanische ventilatie beschikbaar is, deze op de maximale stand te zetten. Bovendien moet de bezetting beperkt worden. De volgende vuistregel kan gehanteerd worden: maximaal vier personen per m² netto-opening van ramen en maximaal zes personen per m² netto-opening van buitendeuren (zie ook bijlage 4 van de gids voor de berekeningen). Men kan ook eventueel luchtzuivering toepassen.
 
Om een voldoende lage CO2-concentratie te handhaven
Zelfs indien de debietmetingen of de CO2-metingen met een behoorlijk grote zekerheid aangeven dat de ventilatie voldoende is voor de bezetting, moet er aan volgende punten aandacht besteed worden:
  • Bij mechanische ventilatie is het belangrijk dat de installatie op dezelfde manier functioneert tijdens de bezetting van de ruimte als tijdens de meting van het mechanische ventilatiedebiet;
  • Het is aangewezen dat de installatie al enige tijd vóór de aanvang van de activiteiten in werking is en dat ze na het beëindigen van de activiteiten ook nog een tijdje functioneert totdat de CO2-concentraties voldoende laag zijn.
Indien men zonder al te veel hinder de activiteiten met geopende ramen kan uitvoeren, is dit aangewezen zodat de CO2-concentraties verlaagd worden.
 
Een situatie kan men als in orde beschouwen wanneer:
  • er waar mogelijk maximaal voorzien is in natuurlijke ventilatie door het openen van ramen en deuren;
  • de systemen worden onderhouden en afgesteld zodat het debiet gemaximaliseerd wordt en er een aanvoer is van 100% verse buitenlucht;
  • de ventilatiesystemen zorgen voor voldoende voor- en na-ventilatie;
  • minimaal de volgende resultaten aangetoond kunnen worden:
    ·       er kan door ventilatie voor gezorgd worden dat de CO2-concentratie doorgaans (> 95% van de tijd) onder 900 ppm of 500 ppm boven de buitenluchtconcentratie blijft. Deze situatie wordt eveneens als in orde beschouwd indien men kan garanderen dat er voor elke aanwezige persoon in iedere ruimte 40 m³/h verse buitenlucht aangevoerd kan worden;
    ofwel
    ·       bijkomende maatregelen (specifieke mondmaskers, luchtzuivering, …) zorgen ervoor dat hoeveelheid aerosolen in de binnenlucht niet hoger ligt dan wanneer de ventilatie gebeurt conform de specificaties van dit document. In dat geval dient er alsnog voldoende ventilatie voorzien te worden zodat de CO2-concentratie niet stijgt boven de 1200 ppm of 800 ppm boven de buitenluchtconcentratie. Deze situatie wordt eveneens als in orde beschouwd indien men kan garanderen dat er voor elke aanwezige persoon in iedere ruimte ten minste 25 m³/h verse buitenlucht aangevoerd kan worden.
Specifieke aandachtspunten
In specifieke omstandigheden kan het onmogelijk zijn om een bepaalde ruimte of een bepaalde werkplek snel te gaan aanpassen. In dat geval zal men een evenwicht moeten zoeken tussen de afmetingen van de ruimte, de mate van ventilatie, de luchtvochtigheid, de activiteit en dus de ademhalingsfrequentie en -intensiteit, het al dan niet dragen van mondmaskers en het type mondmasker, de duur dat men aanwezig is, ...
Diverse rekentools kunnen een ruwe inschatting geven van het besmettingsrisico. Deze tools bieden geen zekerheid, maar zijn vooral nuttig om het relatieve belang van de verschillende maatregelen onderling te vergelijken.
 
Er zal in elk geval bijzondere aandacht nodig zijn voor de gekoelde ruimten waarin gewerkt wordt (snijzalen in slachterijen en beenhouwerijen, bepaalde ruimten in de voedingssector zoals bij industriële bakkerijen of de productie van diepvriesvoeding, …). Daar zijn de risico’s vaak groot, omdat er met een systeem van constante luchtcirculatie gewerkt wordt met weinig of geen aanvoer van buitenlucht, omdat er veel achtergrondlawaai is waardoor men meer roept en omdat het virus langer aanwezig blijft in koudere temperaturen.
 
Daarnaast moet men ook aandacht hebben voor het gemeenschappelijke vervoer van personen die niet onder hetzelfde dak wonen. Het is belangrijk om de ventilatie op de maximale stand te zetten en om zoveel mogelijk met geopende ramen (al dan niet op een spleet) te rijden.
 
Luchtzuivering
Het gebruik van luchtzuiveringstoestellen als aanvulling op de ventilatie biedt mogelijkheden in het kader van de Covid-19-pandemie om het besmettingsrisico verder te doen dalen, maar dergelijke toestellen dienen aan specifieke eisen te voldoen.
 
Actieplan voor het verbeteren van de ventilatievoorzieningen op langere termijn
Indien er in een ruimte geen degelijke ventilatievoorziening aanwezig is en men enkel aan de CO2-richtwaarden kan voldoen door het openen van ramen of deuren, is het wenselijk om een actieplan uit te werken voor het verbeteren van de ventilatievoorzieningen op langere termijn. Dit zal er trouwens ook voor zorgen dat de ruimten waarin werknemers actief zijn, beantwoorden aan de bepalingen uit de codex over het welzijn op het werk. Bovendien kan een degelijke ventilatie ook zorgen voor minder besmettingen met griep of andere virussen. Het kan eveneens een positieve invloed hebben op de prestaties van personen die aanwezig zijn in de ruimte.
 
Om het risico op een besmetting met Covid-19 in afgesloten ruimtes te verminderen, moet een hiërarchie van maatregelen in acht genomen worden:
  • Verlucht en/of ventileer zoveel mogelijk, waarbij de luchtrecirculatie zoveel mogelijk, en indien mogelijk volledig, wordt voorkomen en 100% verse lucht wordt aangevoerd;
  • Als het niet mogelijk is om de recirculatie van lucht volledig af te sluiten, moet de toevoer van verse lucht maximaal verhoogd worden;
  • Als het verhogen van het debiet van de verse lucht niet voldoende is, moet onderzocht worden of het haalbaar is om een centraal filtratiesysteem te installeren;
  • Zorg bij renovatie of bij de plaatsing van een nieuw systeem voor een gecentraliseerde luchtfiltratie.
Goede praktijken
Enkele tips voor goede praktijken i.v.m. ventilatie:
  • Informeer iedereen in het bedrijf over het nut van ventileren en verluchten en over wat ze zelf kunnen doen (bv. geef instructies over het openen van ramen en/of buitendeuren);
  • Stel CO2-meters ter beschikking en organiseer een opleiding over het gebruik ervan;
  • Als de CO2-meters vaak hoge waarden aangeven, onderzoek dan wat de oorzaken zijn:
    ·      natuurlijke ventilatie: ontoereikende ventilatiemogelijkheden, ramen die gesloten worden vanwege straatlawaai, …
    ·      mechanische ventilatiesystemen: verstopte filters, te weinig ventilatiedebiet, slechte afstelling, ventilatiesysteem is uitgeschakeld, te lage stand van het systeem, onvoldoende luchtdoorstroming bij gesloten binnendeuren, …
    ·      instellingen van de installatie met CO2-sturing;
  • Stel een verantwoordelijke aan voor het ventilatiebeleid, voor de werking van het ventilatiesysteem, voor klachten, … die eveneens ondersteuning biedt omtrent ventileren en verluchten, inclusief het gebruik van de CO2-meter;
  • Maak afspraken met de poetsdienst over het reinigen van de ventilatieroosters en ventilatieopeningen. Neem dit op in hun planning;
  • Maak afspraken omtrent het onderhoud van het ventilatiesysteem. Bepaal in het onderhoudsschema (en -contract) de frequentie van het nazicht en de vervanging van onderdelen (bv. filters).
 

[1] Zie ook het document ‘Keuze en gebruik van CO2-meters in de context van Covid-19’ op werk.belgie.be

 

: preventFocus 06/2021