Covid-19 op de werkvloer: vaccinatie en testen

Hoe zit het met de vaccinatie- of testvoorschriften op de werkplek? De FOD Werkgelegenheid geeft antwoord op enkele prangende vragen.

Vaccinatie
Preventiemaatregel
Als uit de risicoanalyse blijkt dat werknemers (bv. zorgpersoneel, werknemers in de vleesverwerkende sector) kunnen worden blootgesteld aan biologische agentia zoals Covid-19, kan vaccinatie worden beschouwd als een preventiemaatregel en moet de werkgever deze werknemers de mogelijkheid bieden zich te laten vaccineren. De arbeidsarts kan in het kader van de risicoanalyse ook specifieke aanvullende maatregelen voorstellen voor werknemers die een risico lopen.
Vaccinatie kan in geen geval de toepassing van collectieve en individuele preventiemaatregelen vervangen: het is het geheel van collectieve en individuele preventiemaatregelen dat voldoende bescherming tegen een mogelijke besmetting moet bieden.
 
Niet verplicht
De overheid verplicht de vaccinatie tegen Covid-19 niet. Elke persoon is dus vrij om te kiezen of hij zich al dan niet laat vaccineren. Dit behoort immers tot het recht op fysieke integriteit. Deze keuzevrijheid is ook wettelijk voorzien in de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt. De werkgever kan zijn werknemers niet verplichten zich te laten vaccineren en kan ook geen beloning geven om hen te motiveren of sancties opleggen als ze zich niet zouden laten vaccineren. Ook kan een stageplaats een stagiair niet weigeren als deze een niet-verplichte vaccinatie afslaat.
 
Gezondheidsgegevens
De weigering van een werknemer om een niet-verplichte inenting te ondergaan, moet niet aan zijn werkgever meegedeeld worden. Een werkgever mag zijn werknemers ook niet vragen of zij gevaccineerd zijn. Het gaat om gezondheidsgegevens, die in het kader van de gegevensbescherming als vertrouwelijk moeten worden behandeld.
 
Negatieve test voor werknemers van onderaannemers?
Een werkgever kan niet eisen dat de werknemers van onderaannemers die in zijn onderneming werkzaamheden komen uitvoeren, over een negatieve test moeten beschikken. Een werkgever moet alle personen die professionele activiteiten uitvoeren op zijn arbeidsplaats (eigen werknemers, uitzendkrachten, stagiairs, werknemers van derden, …), op dezelfde manier behandelen, ook wanneer het gaat om het inzetten van tests in het kader van Covid-19. Het is de arbeidsarts van de werkgever in wiens onderneming werkzaamheden worden uitgevoerd, die bepaalt voor welke werknemers (eigen werknemers, uitzendkrachten, stagiairs, werknemers van onderaannemers, …) het uitvoeren van een test aangewezen is (KB van 5 januari 2021 betreffende de rol van de preventieadviseur-arbeidsarts bij de bestrijding van het coronavirus Covid-19). De arts volgt hierbij de teststrategie uitgewerkt door Sciensano.
Daarbij komt dat werknemers steeds hun toestemming moeten geven voor de afname van een test, en deze toestemming moet vrijwillig worden gegeven. Wanneer een werkgever zou eisen van een onderaannemer dat zijn werknemers getest zijn alvorens zij het werk mogen aanvatten in zijn onderneming, zou de onderaannemer zijn eigen werknemers onder druk kunnen zetten om deze tests te ondergaan. Daarnaast mag een werkgever noch de testresultaten van zijn eigen werknemers, noch deze van werknemers van onderaannemers opvragen in het kader van de bescherming van de privacy van deze werknemers.
 
: preventMail 30/2021