Covid-19-maatregelen: controle in bedrijven

Sinds de start van de gezondheidscrisis controleert de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk of werkgevers voldoende maatregelen nemen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan (social distancing, dragen van een mondmasker, ...). In een parlementaire vraag polste een volksvertegenwoordiger naar de reeds uitgevoerde controles. De Tijd maakte enkele cijfers uit het antwoord op deze vraag bekend.

Controles: enkele cijfers
Tussen 18 maart en 28 augustus 2020 voerde de dienst Toezicht op het Welzijn op het Werk 4.700 controles ter plaatse uit (meer dan 1.000 in maart en april, 2.700 in mei en juni, en ruim 900 tijdens de zomervakantie). Er werden ook 1.630 controles op afstand uitgevoerd, waarbij telefonisch een checklist werd overlopen. Deze controles gebeurden vooral tijdens de lockdown (1.501 in maart en april).
 
Niet-naleving van de regels
Tussen 18 maart en 28 augustus 2020 stelde de dienst Toezicht op het Welzijn op het Werk op 3.223 werkplaatsen inbreuken vast op het naleven van de regels. De Tijd geeft aan dat de aantallen sterk variëren afhankelijk van de regio:
- Brussels Gewest: 198 werkgevers betrapt bij 332 controles (66 op afstand en 266 ter plaatse);
- provincie Antwerpen: 671 werkgevers betrapt bij 783 controles (112 op afstand en 763 ter plaatse);
- provincie Luik: 122 werkgevers betrapt bij 333 controles (125 op afstand en 208 ter plaatse);
- provincie Oost-Vlaanderen: 1.064 werkplaatsen waren niet in orde, bij 1.526 controles (328 op afstand en 1.198 ter plaatse).
 
Waarschuwingen
De dienst Toezicht op het Welzijn op het Werk heeft voornamelijk waarschuwingen uitgedeeld om het bewustzijn van de werkgevers te verhogen. Tussen 18 maart en 28 augustus 2020 kregen 3.039 werkgevers een waarschuwing. In 168 gevallen kregen werkgevers een termijn opgelegd om de regels na te leven; in 15 gevallen werd een pro justitia opgesteld, en 84 bedrijven zijn op bevel gesloten.
 
Evolutie van bevoegdheden
In het antwoord op de parlementaire vraag benadrukt de minister van Werk dat de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk in het begin van de uitbraak de enige inspectiedienst was die bevoegd was om op te treden, uitsluitend op basis van de welzijnsregelgeving en door gebruik te maken van haar bevoegdheden volgens het Sociaal Strafwetboek (waarschuwingen met eventueel oplegging van termijnen, oplegging van maatregelen en opstelling van processen-verbaal). Hierin is een kentering gekomen met de publicatie van het ministerieel besluit van 30 april 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus Covid-19 te beperken, waarbij de Inspectie Welzijn op het Werk belast werd met het toezicht op de naleving van de verplichtingen inzake social distancing en passende preventiemaatregelen (die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden zoals bepaald in de ‘Generieke gids om de verspreiding van Covid-19 op het werk tegen te gaan’, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau).
 
Besmettingshaarden identificeren
Met betrekking tot de identificatie van bedrijven die een besmettingshaard zouden kunnen vormen, geeft de minister van Werk aan dat de verschillende inspectiediensten nauw samenwerken, zowel federaal als regionaal (de contactopsporing is een regionale bevoegdheid). De SharePoint die werd gecreëerd om de doorstroming van informatie tussen de verschillende inspectiediensten bevoegd voor contactopsporing te optimaliseren en om korter op de bal te kunnen spelen bij mogelijke uitbraken, is operationeel sinds 26 augustus 2020. In deze SharePoint worden alle inspectieverslagen gepost waarbij inbreuken op de dringende maatregelen werden vastgesteld door de toezichthoudende diensten.
 
Bronnen:
 

 

: preventActua 20/2020