Corona en toepassing van de Welzijnswet

De voorbije weken publiceerde de FOD WASO meerdere omzendbrieven, in de eerste plaats gericht aan de externe diensten (zowel de EDPB’s als de EDTC’s) over de manier waarop zij hun opdrachten in deze ongewone tijden moeten uitvoeren. We vatten deze hieronder kort samen.

Technische controles
De eerste nota (van 18 maart) handelt over de organisatie van de technische controles op hef- en hijswerktuigen. Deze moeten immers worden uitgevoerd op trimestriële basis. Dit houdt in dat deze controles onvermijdelijk binnen de ‘lockdownperiode’ kunnen vallen. De nota benadrukt dat deze controles moeten blijven doorgaan; wel moeten de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen (social distancing, frequent wassen van de handen, eventueel dragen van een mondmasker) worden nageleefd. Inspecties bij instelling met verhoogd risico (ziekenhuizen en rusthuizen) moeten daarentegen worden uitgesteld, tenzij de klant er na onderling overleg uitdrukkelijk om verzoekt. Indien de controle niet kon doorgaan, kan er geen besluit worden genomen. In een dergelijk geval moet het bewuste arbeidsmiddel dus buiten dienst gesteld worden.
 
Gezondheidstoezicht
De dag na de eerste nota verscheen een nieuwe richtlijn; deze keer gericht aan de arbeidsartsen. Daarin wordt gesteld dat de periodieke gezondheidsbeoordelingen moeten worden opgeschort “tot de pandemie onder controle is”. Ook aanvragen voor het opstarten van een re-integratietraject worden momenteel niet als prioritair beschouwd en moeten/mogen dus naar een later tijdstip worden verschoven. Wel stelt de nota dat de volgende geneeskundige onderzoeken, in de mate dat ze worden aangevraagd door de onderneming, alleszins moeten doorgaan:
·      de voorafgaande gezondheidsbeoordeling (bij aanwervingen);
·      de onderzoeken bij werkhervatting;
·      de spontane raadplegingen;
·      de onderzoeken in het kader van moederschapsbescherming;
·      de onderzoeken in het kader van vervallen rijgeschiktheidsattesten.
Werknemers die blootgesteld zijn aan ioniserende straling, worden gevolgd op basis van de dosimetrische gegevens en worden “enkel gezien indien er zich abnormale incidenten zouden voordoen (overschrijding bij bestraling of een besmetting)”.
 
Op 10 april verscheen een nieuwe omzendbrief, waarin onder meer werd duidelijk gemaakt dat een telefonische consultatie tussen arbeidsarts en werknemer niet kan worden beschouwd als een volwaardig medisch onderzoek in het kader van het verplichte gezondheidstoezicht. Verder worden nog preciseringen uitgewerkt over de vijf bovenstaande categorieën van medische onderzoeken die in elk geval moeten blijven doorgaan.
 
Dringende psychosociale problemen
In de nota van 27 maart aan de interne en externe preventiediensten staat dat de preventieadviseur psychosociale aspecten op de hoogte moet gebracht worden van brieven die aan hem gericht werden. Als een persoonlijk onderhoud noodzakelijk blijkt, dan mag dit uitzonderlijk telefonisch gebeuren. Ook het bevragen van eventuele getuigen, bijvoorbeeld in het geval van een melding van ongewenst grensoverschrijdend gedrag op het werk, mag via de telefoon plaatsvinden. Verdere contacten (onder meer de kennisgeving aan het comité pbw) mogen ook via e-mail gebeuren. Indien dit mogelijk is kan een teleconferentie ook een oplossing bieden, maar enkel op vrijwillige basis.
De preventieadviseurs psychosociale aspecten moeten alles in het werk stellen zodat de wettelijke termijnen kunnen gerespecteerd worden.
 

Bron: Omzendbrieven FOD WASO van 18 maart, 27 maart en 10 april 2020

 

: preventMail 15/2020