Comité PBW: werking en organisatie

2016 is niet alleen het jaar van de Olympische Spelen, het is ook het jaar van de sociale verkiezingen Tijdens deze verkiezingen, die plaatsvinden tussen 9 en 22 mei, kiest men in 6000 bedrijven vertegenwoordigers voor 2 overlegorganen. In deze tekst meer uitleg over een daarvan, het comité PBW

Wat is het comité PBW?
Het Belgisch sociaal overlegmodel heeft binnen de bedrijven 2 “organen”, de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk. Het comité PBW overlegt over het welzijn van de werknemers terwijl op een ondernemingsraad economische en financiële zaken besproken worden.
Het comité PBW of CPBW maakt, samen met de interne en externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, deel uit van de organisatorische structuren van het welzijnsbeleid in België.

Hoe is het comité samengesteld?
Het comité PBW is een paritair samengesteld orgaan dat bestaat uit werkende en plaatsvervangende werknemers- en werkgeversafgevaardigden. Met paritair wordt bedoeld dat er evenveel werknemers- als werkgeversafgevaardigden zijn.
De werkgeversvertegenwoordigers bekleden een leidinggevende functie en zijn bevoegd om de werkgever te vertegenwoordigen en te verbinden.


Sociale verkiezingen
Elke vier jaar zijn er verkiezingen in zo’n 6000 ondernemingen. De eerste sociale verkiezingen vonden plaats in 1950.
Ze hebben tot doel om personeelsafgevaardigden te verkiezen voor het comité PBW en/of de ondernemingsraad. Alle werknemers kunnen deelnemen aan de sociale verkiezingen, maar moeten zich kandidaat stellen via één van de drie representatieve vakbonden (ABVV, ACV of ACLVB). Die vakbonden moeten drie lijsten voorstellen voor het comité: één lijst voor de arbeiders, één voor de bedienden en één voor de jeugdige werknemers (als er 25 werknemers onder de 25 zijn tewerkgesteld).
Voor de ondernemingsraad geldt hetzelfde maar daar moet ook nog een lijst voor kaderleden ingediend worden. (als er minstens 15 kaderleden zijn). Tijdens de laatste sociale verkiezingen van 2012 werden er afgevaardigden verkozen voor ongeveer 6000 comités en 3000 ondernemingsraden.  Een preventieadviseur mag zich geen kandidaat stellen om zijn onafhankelijkheid niet in het gedrang te brengen.

Wie moet een comité oprichten?
In elke onderneming waar gemiddeld ten minste 50 werknemers tewerk gesteld zijn moet één of meerdere comités PBW worden opgericht.
Als in een onderneming geen comité is opgericht, worden de opdrachten van dit overlegorgaan toevertrouwd aan de vakbondsafvaardiging. Als er geen comité of vakbondsafvaardiging is, moeten de werknemers zelf geraadpleegd worden.

Wat zijn de taken van een comité?
Het comité PBW moet middelen opsporen en voorstellen doen om het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk te bevorderen. Het moet actief bijdragen tot alles wat wordt ondernomen om dit doel te bereiken.
Voor een aantal punten is de werkgever wettelijk verplicht om het advies van het comité te vragen. Het comité doet onder andere voorstellen en formuleert adviezen bij algemene beleidsinstrumenten zoals het dynamisch risicobeheerssysteem, het globaal preventieplan, het jaarlijks actieplan als bij een aantal specifieke maatregelen (bv. nieuwe arbeidsmiddelen/technologieën die gevolgen kunnen hebben voor het welzijn van de werknemers, de keuze van de externe dienst voor technische controle, aankoop van PBM's,…).

Om de adviesverlening vlot te laten verlopen kan dit best planmatig aangepakt worden met vaste agendapunten, de nodige documentatie vooraf en een gestructureerde opvolging. Over de termijn die het comité heeft om zijn advies te geven zegt de wetgeving enkel dat dit binnen de kortst mogelijke termijn moet gebeuren.
Het  comité geeft zijn advies aan de werkgever. Bij adviezen is er geen meerderheidsbeslissing nodig. In een advies kunnen meningen van de verschillende strekkingen en belangengroepen binnen het comité aan bod komen. Adviezen kunnen dus zowel unaniem, als verdeeld zijn.
Als het comité een advies heeft uitgebracht, dan laat de werkgever weten wat zijn standpunt is over dit advies. Ook als de interne of externe dienst een standpunt heeft gegeven, dan koppelt de werkgever deze informatie terug aan het comité. De werkgever geeft vervolgens binnen een redelijke termijn en in ieder geval binnen de 6 maanden gevolg aan de uitgebrachte adviezen. Als de werkgever het advies naast zich neerlegt , dan moet hij deze beslissing motiveren tegenover het comité.

Voorstel of verzoek
In tegenstelling met een advies, komt bij het formuleren van een voorstel, het initiatief van het comité zelf.
Het comité kan voorstellen doen over het welzijnsbeleid, het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan, enz. en om de arbeidsplaats en de omgeving ervan te verfraaien.

In sommige gevallen kunnen de vertegenwoordigers van de werknemers in het comité een uitdrukkelijk verzoek richten aan de werkgever. Voorbeelden hiervan zijn:
- het raadplegen van diensten of instellingen gespecialiseerd in pbm's of cbm's - de vervanging van een preventieadviseur van de externe dienst indien deze niet langer het vertrouwen geniet van de werknemers
- de aanstelling van de vertrouwenspersoon

Bijzondere bevoegdheden
In de ondernemingen die tussen 50 en 99 werknemers tellen en geen ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging hebben, neemt het comité PBW bevoegdheden op die normaal zijn voorbehouden aan ondernemingsraden en syndicale afvaardigingen: het krijgt eveneens basisinformatie over financieel en economische gegevens over verschillende onderwerpen (ondernemingsstatuut, concurrentiepositie, productiviteit en toekomstperspectieven).

Hoe werkt het?
Het voorzitterschap van het comité moet door de werkgever of zijn afgevaardigde worden waargenomen. Het secretariaat ligt in handen van het hoofd van de interne dienst PBW, de preventieadviseur. De werkgever zorgt ervoor dat het comité PBW tenminste een keer per maand samenkomt. De meeste bedrijven komen aan zo’n 10 comitévergaderingen per jaar.
 

: PreventActio 04/2016