Anti-Covid-19-systemen: waarschuwing van het INRS

In het kader van de coronapandemie promoten sommige fabrikanten nieuwe ‘anti-Covid-19-producten’ of ‘-technieken’ (antimicrobiële bekleding, luchtzuiveringssystemen, uv-ontsmetting of ontsmetting met ozon, …). Het Franse Institut national de recherche et de sécurité (INRS) wijst erop dat sommige van deze systemen het risico op overdracht van het virus niet verminderen en zelfs andere risico’s met zich mee kunnen brengen.

Antibacteriële bekleding
Volgens het INRS is antibacteriële bekleding (membranen, zelfklevende folie of vernis) niet aangeraden om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Deze producten bieden weliswaar een langdurige bescherming tegen verschillende micro-organismen, waaronder coronavirussen, maar om doeltreffend te zijn, moet de biocide in de bekleding op zijn minst het beoogde micro-organisme (SARS-CoV-2) bestrijden en moet het product ook snel werken.
Men moet het oppervlak eerst reinigen alvorens de bekleding aan te brengen. De oppervlakken die men moet aanpakken, zijn deze met een hoog besmettingsrisico: oppervlakken waarlangs veel mensen passeren of waarmee veel mensen in contact komen. Voor een duurzame werking moet men deze oppervlakken (die snel weer worden blootgesteld aan huidschilfers, vet en ander vuil) dus regelmatig schoonmaken. In de huidige context is regelmatig reinigen sowieso ten zeerste aangeraden, ook voor oppervlakken zonder antibacteriële beschermlaag (de oppervlakteactieve stoffen in klassieke schoonmaakproducten vernietigen het virusomhulsel en maken het coronavirus onschadelijk).
 
Luchtzuiveringssystemen
Luchtzuiveringssystemen zuigen lucht af uit een werklokaal, filteren deze lucht en blazen die daarna opnieuw dezelfde ruimte in. Enkel toestellen met een HEPA-filter van minstens klasse H13, die EN 1822-1-gecertificeerd en volledig hermetisch zijn, houden de aerosols die het coronavirus kunnen overdragen, doeltreffend tegen, op voorwaarde dat er een regelmatig onderhoud plaatsvindt overeenkomstig de richtlijnen van de leverancier. Het systeem moet ook aangepast zijn aan de grootte van het lokaal en mag niet te snel werken om de verspreiding van druppeltjes tot een minimum te beperken.
Het INRS raadt het gebruik van toestellen op basis van fysicochemische processen (katalyse, fotokatalyse, plasma, ozonisatie, actieve kool) sterk af. Enerzijds is hun doeltreffendheid tegen het virus niet bewezen en anderzijds kunnen ze de kwaliteit van de binnenlucht aantasten (soms worden de verontreinigende stoffen niet volledig afgebroken, waardoor potentieel gevaarlijke verbindingen kunnen ontstaan, zoals kankerverwekkende, mutagene of reprotoxische agentia).
 
Uv-ontsmetting
Zogenaamde ‘kiemdodende’ lampen, die gebruikmaken van uv C-stralen, worden veel gebruikt in ziekenhuizen en laboratoria, maar ook voor lucht- en waterzuivering en in de voedingssector. Alle oppervlakken die men op deze manier wil desinfecteren, moeten op voorhand gereinigd zijn (vuil kan het virus immers tegen de uv C-stralen beschermen) en daarna rechtstreeks aan de uv C-stralen blootgesteld worden (bij bestraling van een wand of een meubel, bijvoorbeeld, heeft het systeem geen enkel effect op de achterkant van die wand of op de onderkant van dat meubel).
Het INRS wijst op een aantal nadelen van dit systeem:
- Bepaalde ontsmettingsmiddelen (bv. chloorhoudende producten) ontbinden bij blootstelling aan uv-stralen. De nevenproducten die hierdoor vrijkomen, kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid;
- Er zijn gezondheidsrisico’s voor het personeel dat aan uv C-stralen blootgesteld wordt, met name voor de huid (‘zonneslag’, gaande van roodheid tot ernstigere letsels) en de ogen (hoornvliesontsteking of bindvliesontsteking);
- Sommige sterke lampen zenden een straling uit met een zeer groot bereik en produceren daarbij een aanzienlijke hoeveelheid ozon.
Hoewel het Franse instituut deze methode niet afraadt, beveelt het wel strikte preventiemaatregelen aan:
- controleren of het uv C-toestel CE-gemarkeerd is;
- het toestel niet inschakelen wanneer er werknemers aanwezig zijn;
- het toestel enkel laten gebruiken door daartoe opgeleid personeel.
 
Ontsmetting met gasvormig ozon
Ozon is een gas dat de huid, de ogen en de slijmvliezen irriteert. Naargelang de hoeveelheid ingeademd gas kunnen klachten optreden (irritatie van de slijmvliezen en een droge mond, of zelfs longschade). Deze klachten kunnen gepaard gaan met neurologische symptomen (hoofdpijn, vermoeidheid, coördinatieproblemen, …). Bovendien kan ozon, hoewel het zelf niet ontvlambaar is, andere ontvlambare stoffen doen branden en onder bepaalde omstandigheden zelfs explosies veroorzaken. Hoewel meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat gasvormig ozon doeltreffend is als ontsmettingsmiddel tegen verschillende soorten bacteriën, schimmels en gist, had geen enkele van die onderzoeken betrekking op ‘omhulde’ virussen zoals SARS-CoV-2.
De op de markt gebrachte toestellen om geuren te neutraliseren en lokalen te ontsmetten, produceren ozonconcentraties die tot honderdmaal hoger liggen dan de dagelijkse grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling.
Voor de ontsmetting van lokalen met gasvormig ozon moet men er dus voor zorgen dat:
- er niemand in het lokaal aanwezig is;
- het gas niet kan doorlekken naar de aangrenzende ruimtes;
- de lucht na de ontsmetting wordt gezuiverd, met monitoring van de resterende ozonconcentratie, vooraleer de werknemers de ruimte weer mogen betreden.
Het INRS stelt dat men, om chemische risico’s te voorkomen, op zoek moet gaan naar andere, minder gevaarlijke ontsmettingsmethodes.
 
Bron: inrs.fr
: preventActua 01/2021