Investeren in mens en werk

 

Zoeken

Home Over PREVENT In English Kennisbank Opleidingen Documentatie Forum 
 
GO
  
Onderzoek Details

Onderzoek

De Europese werknemer aan het woord

De eerste resultaten van de vierde grootschalige Europese enquête naar arbeidsomstandigheden zijn bekend. De enquête is het werk van de Europese Stichting voor de verbetering van levens- en arbeidsomstandigheden. Bijna 30 000 werknemers in 31 landen werden bevraagd. Een overzicht van de belangrijkste bevindingen.


 
 
Enquête
De Europese Stichting voor de verbetering van levens- en arbeidsomstandigheden voert sinds 1990 om de vijf jaar een enquête uit naar de arbeidsomstandigheden van de Europese werknemers. Voor de vierde editie kregen 30 000 werknemers in 2005 vragen voorgeschoteld over thema’s zoals arbeidsorganisatie, arbeidstijd, gelijke kansen, opleiding, gezondheid, welzijn en jobtevredenheid. De werknemers waren afkomstig uit de EU25, Bulgarije, Roemenië, Kroatië, Noorwegen, Zwitserland en Turkije.

Resultaten
In de tabel hieronder zetten we de belangrijkste resultaten per domein op een rijtje.

DomeinResultaten
Actieve bevolking- In de komende tien jaar zullen veel EU-landen ongeveer 15% van hun actieve bevolking verliezen door pensioneringen;
- Meer vrouwen (14%) dan mannen (10%) hebben een tijdelijk contract;
- De dienstensector is de grootste sector in de EU27 en groeit nog steeds: 66% van de EU-werknemers is er tewerkgesteld.
Arbeidstijd- De indeling van de arbeidstijd van 56% van de werknemers wordt bepaald door het bedrijf;
- ongeveer 50% van de werknemers in noordelijke EU-landen kan zijn arbeidstijd aanpassen aan persoonlijke noden;
- 80% van de werknemers is tevreden met het evenwicht tussen werk en privé-leven, hoewel meer dan 44% van de werknemers die langer dan 48 uren per week werken, niet gelukkig zijn met dat evenwicht.
Kennis en opleiding- 26% van de werknemers werkt (bijna) altijd met een computer;
- Werknemers met een hoger diploma krijgen meer opleidingen dan laaggeschoolde werknemers;
- Werknemers in de openbare sector hebben tweemaal meer kans om een opleiding te krijgen dan werknemers in de privé-sector (41 en 21%).
Arbeidsorganisatie- 46% van de werknemers zegt altijd of bijna altijd zeer snel te moeten werken;
- bij het uitvoeren van taken mag meer dan 60% van de werknemers zelf de volgorde, de snelheid en de methode bepalen of veranderen.
Veiligheid en gezondheid op het werk- 62% van de werknemers is gedurende 25% of meer van de arbeidstijd blootgesteld aan repetitieve hand- of armbewegingen;
- 50% van de werknemers werkt in pijnlijke of vermoeiende houdingen gedurende 25% of meer van de tijd;
- blootstelling aan alle soorten risico’s (lawaai, trillingen, ergonomie, biologische en chemische agentia) is het hoogst in de bouwsector.
Geweld en pesten- Ongeveer 5% van de werknemers zegt het slachtoffer geweest te zijn van geweld of pesten op het werk;
- de meest gerapporteerde werkgerelateerde gezondheidseffecten zijn rugpijn (29%), spierpijnen (28%), vermoeidheid en stress (27%).
Jobtevredenheid- 80% van de werknemers zegt tevreden tot zeer tevreden te zijn over de arbeidsomstandigheden in de job.
    Tendensen
    De Europese Stichting organiseerde al enquêtes in 1991 (12 landen), 1995 (15 landen), en 2000 (15 EU-landen plus Noorwegen). De enquête van 2000 werd in 2001 bovendien uitgebreid naar de 10 toenmalige kandidaat-lidstaten. In de periode 1991-2005 tekenen zich enkele tendensen af. Zo is het aantal werkuren per week gedaald. Dat is grotendeels te wijten aan het hoger percentage part-time werk maar ook aan een vermindering van het aantal personen die veel uren werken.

    Het aantal werknemers met atypische werkuren (nacht-, avond- of weekendwerk) blijft stabiel en erg laag. De meeste werknemers hebben nog steeds vaste werkuren, hoewel het percentage werknemers met flexibele werkuren lichtjes stijgt. De grootste sector blijft de dienstensector. EU-werknemers rapporteren dat de werkintensiteit sinds 1991 in stijgende lijn gaat. De autonomie op het werk is relatief hoog, maar lijkt toch wat te minderen.

    Een sterke evolutie is merkbaar in het aantal mensen dat een computer gebruikt op het werk. In 15 jaar is dat aantal gestegen van 31% naar 47%. Toch gebruikt 44% nooit een computer op het werk. Het aantal vrouwen in leidinggevende functies is lichtjes gestegen.

    Ten slotte vond in 2005 één op vier werknemers dat zijn veiligheid en gezondheid een risico loopt op het werk. In 1991 was dat nog 31%. Dit bewijst dat de preventie-inspanningen in de EU zijn vruchten beginnen af te werpen. Opvallend is wel dat het percentage hoger ligt in de tien nieuwe lidstaten: 40%. Daar is dus nog werk aan de winkel.

    Het volledig rapport zal beschikbaar zijn op 15 februari 2007.


     
    Meer info?

    Verder in de kennisbank

    Zie ook op internet

     
    © PREVENT vzw