Investeren in mens en werk

 

Zoeken

Home Over PREVENT In English Kennisbank Opleidingen Documentatie Forum 
 
GO
  
Onderzoek Details

Onderzoek

Mentale belasting meten

Stress speelt een grote rol in de kwaliteit van het leven en dus ook het werk. Het huidige wettelijke kader voor welzijn op het werk heeft hiervoor oog. Het legt de werkgever de opdracht op hieromtrent een beleid te voeren: een risicoanalyse uitvoeren en gepaste preventiemaatregelen nemen. Veel methodes lenen zich hiertoe. Een vergelijkende studie.


 
 
In het kader van de opleiding veiligheidskunde niveau 1 (UIA) schreven Pieter De Bodt (General Biscuits België, preventiedienst) en Rik Op De Beeck (Prevent) een paper over psychosociale belasting op het werk. Op deze pagina komen verschillende stressmodellen en inventarisatie- en evaluatiemethodes aan bod. Op de pagina stress meten vindt u een praktijkstudie.

Verschillende modellen

Stress wordt op verschillende manieren benoemd: psychosociale belasting, mentale belasting,… Volgens Kalsbeek kan deze belasting op vier niveaus haar oorsprong vinden: informatieverwerking, emotie, spanning en conflict en tijdsdruk.

Eckers en Sanders spreken van een stresstoestand als aan een persoon eisen worden gesteld die zijn mogelijkheden te boven gaan. De discrepantie tussen eisen en aanpassingsmogelijkheden wordt door de betrokkene als een probleem ervaren.

Moors integreerde deze ideeën in een model. Terwijl het model van Moors de nadruk legt op de disharmonie tussen eisen en aanpassingsmogelijkheden, heeft Caplan in het Michigan-model meer aandacht voor de invloed van stress op gezondheid en welzijn.

Spanning is niet noodzakelijk stress. Spanning kan positief zijn en leiden tot actieve "coping" met de situatie. Dit kan leiden tot zelfontplooiing en persoonlijke groei. Indien de persoon geen uitweg ziet uit de probleemsituatie, ontstaan negatieve stress. Sommige auteurs zien spanning als positieve stress.

Werkstress

Werkstress beperkt zich niet louter tot de arbeidssituatie. Het kan niet los gezien worden van de stressfactoren buiten het werk. Eén van de basismodellen over werkstress komt van Karasek. Centraal in dit model staan twee factoren die werkstress kunnen veroorzaken: werklast en regelruimte. Aanvullingen op dit model voegen hier ook de sociale ondersteuning aan toe. Uitgangspunt is de veronderstelling dat stressreacties vooral optreden wanneer het werk hoge eisen stelt en tegelijk weinig ruimte biedt aan de werknemer om het werk zelf in te delen of besluiten te nemen. De nadelige effecten worden nog versterkt wanneer de werknemer weinig sociale ondersteuning krijgt. Onderzoek bevestigt grotendeels dit model van Karasek. Zo is bijvoorbeeld aangetoond dat o.a. de volgende stressoren voorspellers zijn van hartklachten:

  • statusinconsistentie (regelruimte van Karasek);
  • werkdruk;
  • behoefte aan controle (regelruimte van Karasek gecombineerd met de persoonlijke eigenschap van de betrokkene);
  • onzekerheid over de baan.

Een variante op het model van Karasek is dat van Warr: het vitaminemodel. Warr onderscheidt negen factoren die van invloed zijn op het welzijn:
1. mogelijkheden om zelf het werk te beheersen;
2. mogelijkheden om vaardigheden te gebruiken;
3. werkdruk;
4. afwisseling;
5. duidelijkheid van de omgeving;
6. beschikbaarheid van geld;
7. fysieke veiligheid;
8. mogelijkheid tot interpersoonlijk contact;
9. waardering van de sociale positie.

Warr stelt dat sommige factoren (6, 7 en 9) in het werk in onbeperkte mate mogen voorkomen en toch een positief effect hebben. Andere factoren dienen gedoseerd te zijn om een positief effect te bekomen. Vandaar de naam vitaminemodel.

Biessen destilleerde uit verschillende theorieën een aantal kenmerken als bepalend voor de arbeidssatisfactie:
- organisatie - structurele kenmerken;
- inhoud van de taak;
- beloning;
- onderlinge verhouding;
- leiderschapsstijl;
- psychische en fysieke arbeidsomstandigheden.

De Bodt en Op De Beeck concluderen uit de grote verscheidenheid aan modellen dat om de werkstress te evalueren heel wat elementen bestudeerd moeten worden. Uitgaande van de literatuur kan objectief nagegaan worden of bepaalde stressoren al dan niet aanwezig zijn in het werk. Maar ook de subjectieve ervaring van de betrokkenen moet aan bod komen. Het is een onmisbare informatiebron om aangepaste preventiemaatregelen te nemen.

Stress op het werk wordt o.a. gedefinieerd als een negatief ervaren toestand die het gevolg is van het feit dat een werknemer niet in staat is of zichzelf niet in staat acht te voldoen aan de eisen en verwachtingen die hem vanuit de werksituatie gesteld worden. Dit gaat gepaard met klachten of dysfunctioneren in lichamelijk, psychische en/of sociaal opzicht.
Bron: Ontwerp van KB betreffende het stressbeleid in de ondernemingen

Inventariseren en evalueren

In hun studie nemen De Bodt en Op De Beeck literatuurgegevens over inventarisatie- en evaluatiemethodes voor de psychosociale belasting op het werk onder de loep. Ze baseren zich hierbij op enkele auteurs die een goed overzicht van en commentaar geven op bestaande methodes.

Zo is er bijvoorbeeld Kompier. Volgens hem zijn er vier soorten instrumenten om informatie te verzamelen over de stresstoestand van het werk en werkende mensen:
- vragenlijsten en checklists;
- administratieve gegevens (aantal ongevallen, verzuim,…);
- metingen en observaties op de werkplek;
- lichamelijke metingen.
Kompier stelt een checklist voor die op basis van 58 vragen over arbeidsinhoud, -omstandigheden, -voorwaarden en -verhoudingen stressrisico's voor een bepaalde afdeling in kaart brengt.

Evers maakt een onderscheid tussen twee soorten instrumenten: de instrumenten gericht op situatiekenmerken en deze voor situatie- en/of persoonskenmerken.

Instrumenten gericht op situatiekenmerken
MethodeInhoud / doelBeoordeling (Evers)Vindplaats
Taakkenmerkenlijstbeoordeling door werknemers of door deskundigen van uit te voeren werkzaamheden op 24 taakkenmerkensemi-objectief en intersubjectiefAlgera, J.A. (1981), Kenmerken van werk. De constructie van een instrument voor het meten van taakkenmerken die van invloed zijn op de motivatie, satisfactie en prestaties van taakuitvoerenden, Lisse: Swets & Zeitlinger
WEBA (Welzijn bij de Arbeid)welzijnsrisico's signaleren, vooral m.b.t. de stressrisico's op psychische overbelasting en de leermogelijkheden van mensen in hun werkbeperkte kwaliteitenProjectgroep WEBA (1989), Functieverbetering en organisatie van de arbeid; welzijn bij de arbeid (WEBA), gelet op de stand van de arbeids- en bedrijfskunde, Voorburg: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Directoraat-Generaal van de Arbeid (Publicatie nr. S71)
NIPG zelfde model als WEBA, maar onder de vorm van een vragenlijst door werknemers in te vullenbeperkt, want vooral op aard en inhoud van het werk gerichtDhondt, S. en Houtman, I. (1992), NIPG Onderzoeksvragenlijst Arbeidsinhoud: Constructie en eerste toets op betrouwbaarheid en validiteit, Leiden: NIPG-TNO
BASAM (Basisvragenlijst Amsterdam)instrument om zowel op afdelings- als op organisatieniveau de sociale en psychologische aspecten en gevolgen van het beleid in de arbeidsorganisatie te kwantificerenruim, want evalueert naast taakaspecten ook sociale aspectenBiessen, P.G.A. & Gilder, D. de (1993), BASAM. Basisvragenlijst Amsterdam. Handleiding, Lisse: Swets & Zeitlinger
Delftse meetdoos voor kwaliteit van de arbeideen verzameling van vragenlijsten, interviewschema's en analysemethodenruim, want evalueert naast taakaspecten ook sociale aspectenHorn, L.A. te, & Roe, R.A. (1988), De Delftse Meetdoos voor kwaliteit van arbeid: oriëntatie voor gebruikers, Delft: TU Delft



Instrumenten gericht op taakkenmerken
MethodeInhoud / doelBeoordeling (Evers)Vindplaats
GSKS (Groninger Slaap Kwaliteitsschaal)slaapklachten metenbetrouwbaar, maar beperkte benaderingMeijman, T.F., Vries-Griever, A.H.. de, Vries, g. & Kampman, R. (1988), The evaluation of the Groningen Sleep Quality Scale, Groningen: Heymans Bulletin (HB 88-13-EX)
SEB (Schaal voor Ervaren Belasting)vermoeidheidsgevoel en handelingsbekwaamheid evaluerenbeperktMeijman, T.F. (1991), Over vermoeidheid: arbeidspsychologische studies naar de beleving van belastingseffecten, Amsterdam: UvA Studiecentrum Arbeid en Gezondheid
PBGO (Periodiek Bedrijfsgezondheidskundig Onderzoek)ja/neen-vragen over de gezondheidstoestand en de werkomstandigheden teneinde na te gaan of werkbelasting en belastbaarheid van de werknemers met elkaar in overeenstemming zijnniet erg betrouwbaarVan Putten, D.J. van, Beeren, J., Oei, K., Veenhof, T. & West, J. (1988), De vragenlijst voor periodiek bedrijfsgezondheidskundig onderzoek I. Achtergronden van de vragenlijst en het gebruik bij een periodiek onderzoek voor bouwvakkers, Tijdschrift voor sociale gezondheidszorg, 66, 3-8
VBBA (Vragenlijst Beleving en Beoordeling Arbeid)psychosociale belasting en de specifieke gevolgen ervan metenveelzijdig en betrouwbaar, maar oppervlakkigVan Veldhoven, M. van (1993), PBGO Factormodule Psychosociale Arbeidsbelasting. Tussenrapport 2: Schaalconstructie-onderzoek. Ontwikkeling van de Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid (VBBA), Amsterdam: NIA
VOS en VOS-D (Vragenlijst Organisatie Stress)geven scores op schalen voor individueel onderzoek en onderzoek van groepenVOS-D is eenvoudig en toegankelijk voor lager geschoolden, voor beide methodes bestaan referentietabellenReiche H.M. & Dijkhuizen, N. van (1980), Vragenlijst Organisatie Stress; testhandleiding deel I: testafname, Nijmegen: KUN, Stress Research Group
Spanningsmeter (vertaling van de Ocuupational Stress Inventory van Cooper)7 vragenlijsten, probeert op groepniveau na te gaan of de stressoren leiden tot gezondheids- en psychische klachtenbetrouwbaar en vrij volledig, veel internationale vergelijkingsgegevensCooper, C.L., Sloan S.J. & Williams, S. (1988), Occupational Stress Indicator Management Guide, Windsor: NFER-Nelson

Van Orden en Gaillard, tot slot, onderscheiden checklists, branchespecifieke checklists, expertmethoden (bv. WEBA) en vragenlijsten (bv. VBBA, PBGO, VOS-D). Om knelpunten op het vlak van psychosociale belasting zo volledig mogelijk te vatten, ontwikkelden ze de TOMO-toetsingslijst. Deze richt zich op taakeisen, arbeidsverhoudingen, arbeidsvoorwaarden en regelruimte.

In de praktijk

Om deze theoretische kennis te toetsen aan de praktijk, deden De Bodt en Op De Beeck een studie in een bedrijf. Hierbij kozen ze voor de VOS-D-methode en de TOMO-checklist. De redenen voor deze keuze en het onderzoek zelf komen aan bod in het volgend nummer van Werk & Welzijn.


 
Meer info?

Gerelateerde producten

Verder in de kennisbank

 
© PREVENT vzw