Investeren in mens en werk

 

Zoeken

Home Over PREVENT In English Kennisbank Opleidingen Documentatie Forum 
 
GO
  
Onderzoek Details

Onderzoek

Stress op het werk meten

[De praktijk]

Stress op het werk meten is geen sinecure. Daarvan getuigt het artikel in het vorige nummer van Werk & Welzijn. Voor hun studie mochten de onderzoekers de theoretische kennis toetsen aan de praktijk bij General Biscuits België. 30 bedienden en 29 productieoperators namen aan het onderzoek deel.


 
 
In het kader van de opleiding veiligheidskunde niveau 1 (UIA) schreven Pieter De Bodt (General Biscuits België, preventiedienst) en Rik Op De Beeck (Prevent) een paper over psychosociale belasting op het werk. Op deze pagina vindt u een praktijkstudie. Op de pagina mentale belasting meten komen verschillende stressmodellen en inventarisatie- en evaluatiemethodes aan bod.

Methodologie

Op De Beeck en De Bodt gingen uit van drie criteria om een onderzoeksmethode te kiezen: de stressproblematiek moet zo volledig mogelijk in kaart gebracht worden, de methode moet op de organisatie in haar geheel gericht zijn en ze moet binnen een aanvaardbaar tijdsbestek uitgevoerd kunnen worden.

In het kader van deze voorwaarden bleek de TOMO-checklist het meest aangewezen als objectieve benadering. Deze methode is gericht op taakeisen, arbeidsverhoudingen, arbeidsvoorwaarden en regelruimte. Ze is bedoeld als inventarisatie-instrument op functie- of afdelingsniveau. De resultaten worden bekomen op basis van een rondgang in het bedrijf, interviews met leidinggevenden, besprekingen van knelpunten. De beoordeling gebeurt door verschillende personen om een zo volledig mogelijk beeld van de knelpunten te krijgen.

De arbeidssituatie van individuele werknemers komt in de TOMO-checklist niet aan bod. Daarom kan dergelijke objectieve methode niet voldoende zijn. De onderzoekers opteerden ervoor ook de subjectieve ervaring van de betrokken werknemers in rekening te brengen. Methode hiervoor was de VOS-D (individueel afgenomen) omwille van de vrij volledige benadering en de beschikbare vergelijkingsgegevens. De vragen in deze methode gaan o.a. over overbelasting, rolonduidelijkheid, verantwoordelijkheid, rolconflict, werkplekgebondenheid, sociale ondersteuning door chef en collega's, gezondheidsklachten, psychische klachten,... Deze interviews werden aangevuld met vragen uit de CERGO-vragenlijst omtrent de werkomgeving en de ervaren risico's.

Resultaten

In de studie vergelijken Op De Beeck en De Bodt de resultaten met de referentiegroep. Deze referentiegroep is samengesteld op basis van Nederlandse studies. Hieruit trekken ze enkele opvallende conclusies. De eerste is dat de ondervraagden significant hoger (en dus slechter) scoren voor overbelasting, verantwoordelijkheid, rolconflict, werkplekgebondenheid en piekeren over het werk. Een tweede opmerkelijke vaststelling is dat de onderzoeksgroep, in vergelijking met de refrentiegroep, meer tevreden is over het werk (1,86 als gemiddelde t.o.v. 2,36 voor de referentiegroep). Voor de andere onderzochte items zijn de behaalde scores ongeveer dezelfde als deze van de referentiegroep. Er is geen significant verschil.

Rangschikking van de items volgens hoogte van de score, de hoogste score eerst, geeft het volgende resultaat:

gemiddelde score
referentiewaarde
verantwoordelijkheid
3,75
2,8
overbelasting
2,97
2,61
werkplekgebondenheid
2,63
1,88
gebrek aan beslissingsmogelijkheid
2,63
2,37
rolconflict
2,43
2,12
rolonduidelijkheid
1,99
2,09
ondersteuning door chef
1,97
1,81
psychische klachten
1,87
1,78
gebrek aan tevredenheid in werk
1,86
2,36
piekeren over het werk
1,83
1,55
ondersteuning door collega's
1,82
1,76
werk onvoldoende zinvol
1,54
1,55

Totaaloverzicht

In combinatie met de resultaten van de TOMO-beoordeling, hebben de onderzoekers een overzicht opgesteld van de stressoren. Op basis van literatuurgegevens doen ze tot slot een aantal suggesties om deze in de hand te houden en eventueel te vermijden. Enkele voorbeelden.

Arbeidsinhoud arbeiders
De arbeiders ervaren hun werk als monotoon. Het werk is geen afgerond geheel. Het is onvolledig in die zin dat het geen voorbereidende, uitvoerende en ondersteunende taken omvat.

Aan deze problemen kan men tegemoet komen door de jobrotatie, die er al is, verder door te voeren en te gebruiken als een middel tegen repetitieve overbelasting en monotonie. Om de functies vollediger te maken is het aangeraden zowel meer afwisseling in de taken te brengen (taakverbreding) als hoger ingeschatte taken zoals herstellingen van machines toe te voegen (taakverrijking).

Regelruimte in de omgeving van de arbeiders

Er is een grote werkplekgebondenheid, wat leidt tot een kleine bewegingsvrijheid. De werknemers hebben nauwelijks de mogelijkheid om omgevingsfactoren (licht, geluid, klimaat) te beïnvloeden. Ook al ervaren sommige van hen problemen zoals gebrek aan lucht.

Een eerste voorstel in dit kader is het verbeteren van de werkplekgebondenheid door frequenter extra korte pauzes of een flexibel pauzesysteem en taakroulatie in te voeren. Ook zijn er enkele mogelijkheden om de omgeving te beïnvloeden. Voor het lawaai bijvoorbeeld, suggereren de onderzoekers de aanschaf van radio's met maximale geluidssterkte en dus beperkte hinder voor naburige posten. Instelbare ventilatoren kunnen dan weer de klimaatproblemen in de hand houden.

Verantwoordelijkheid bedienden

De bedienden kennen een hoge score toe aan de cluster verantwoordelijkheid (voor de groep, machines, veiligheid en toekomst van anderen). De groep bedienden piekert vrij geregeld over het werk en ervaart de taakeisen als tregenstrijdig (gelijktijdige eisen van productie, kwaliteit, rendement en veiligheid).

Overleg, feedback en ondersteuning zijn noodzakelijk om dergelijke problemen in de hand te houden. De betrokkene moet kunnen beschikken over voldoende informatie en richtlijnen om op ondubbelzinnige wijze beslissingen te nemen. Het is dan ook aangeraden hen beslissingsbevoegdheid te geven en arbeidsmiddelen aan te reiken als ze die nodig hebben. In dit kader speelt ook opleiding een niet te onderschatten rol. Opleiding over veiligheid, gezondheid en ergonomie bijvoorbeeld tonen het belang aan van deze items naast productie, kwaliteit en rendement.

Arbeidsverhoudingen bedienden

De bedienden ervaren een gebrek aan communicatie over problemen, hulp en ondersteuning bij het zoeken naar oplossingen, een rechtlijnige houding van het management en waardering.

Communicatie is een centraal gegeven binnen arbeidsverhoudingen. Geregeld overleggen met de directe chef is dan ook aangeraden. De bediende moet op gezette tijden terugkoppeling (positief en negatief) krijgen over de door hem gecoördineerde werkzaamheden.

Presentatie

Op De Beeck en De Bodt stelden de resultaten van hun onderzoek voor aan de directie van het bedrijf. Doel was de directie inzicht te geven in de problematiek van stress in het algemeen en de concrete knelpunten in het bedrijf in het bijzonder. Volgende items kwamen aan bod:

  • korte situering van de stressproblematiek binnen de wetgeving en de noodzaak van integratie van het preventiebeleid in het globale bedrijfsbeleid;
  • doelstellingen van het project;
  • de problematiek van stress (kosten, verklarende begrippen en theorieën);
  • de toegepaste methodologie tijdens het onderzoek;
  • de resultaten en mogelijkheden tot preventiemaatregelen.

De bijeenkomst werd afgesloten met enkele concrete afspraken rond de te nemen acties. Zo werd beslist o.a. de volgende acties zeker te ontwikkelen: jobrotatie- en pauzesysteem optimaliseren, opleiding op alle niveaus voorzien, werkoverleg nieuw leven inblazen.

Een half jaar later

Nu, ruim een half jaar later, zijn er al enkele concrete acties ondernomen. Vooreerst werd de psychosociale belasting op het werk opgenomen in het globaal preventieplan:
"Verminderen van de psychosociale belasting op het werk. Voor de komende vijf jaren zal de preventiedienst zich baseren op een stressstudie die werd uitgevoerd in mei-juni 1998 (...) in het kader van een opleiding veiligheidskunde niveau 1. Hierin werden twee onderzoeksmethodes uitgetest (...). Voor de aanbevelingen uit dit rapport dient verder te worden onderzocht hoe deze in de praktijk kunnen worden omgezet. Verder zal in 2000 en 2002 een volgende populatie worden onderzocht waaruit nieuwe preventiemaatregelen zullen voortvloeien. De coördinatie van deze studie zal worden opgenomen door de verantwoordelijke psychosociale belasting binnen de preventiedienst."

Verder wordt in één van de vestigingen werk gemaakt van een apart lokaal voor de lijnmanagers waarin ze zich even kunnen terugtrekken voor intellectuele arbeid. De plannen werden uitgetekend, maar moeten nog goedgekeurd worden door de preventiedienst.

Op een vergadering van het comité PBW werd het systeem van jobrotatie voorgesteld. De lijnen die het systeem niet consequent toepassen worden aangemaand hiervan werk te maken. Op die manier kan men het werk variëren en de belasting minder eentonig maken.

Een terugblik...

Werk & Welzijn vroeg de onderzoekers naar hun voornaamste ervaringen bij dit onderzoek. Een kort overzicht.
  • De gebruikte methode was enerzijds heel tijdrovend, maar anderzijds gaf ze ons veel informatie.
  • De VOS-D-vragenlijst bevatte sommige vragen die niet iedereen op dezelfde manier interpreteerde. Zo gaven bedienden en arbeiders een andere invulling aan het begrip verantwoordelijkheid (voor bedienden negatief, voor arbeiders positief) en velen struikelden over de betekenis van de term 'onverstoorbaar'.
  • Het feit dat de interviews werden 'opengetrokken' met vragen uit de CERGO-vragenlijst bracht in vele gevallen veel informatie op voor het formuleren van oplossingen.
  • De TOMO-vragenlijst bleek een nuttige bron voor het formuleren van preventiemaatregelen.
  • Om zo volledig mogelijke resultaten te bekomen lijkt het ons noodzakelijk ook het ziekteverzuim mee in rekening te brengen.
  • Het werken met referentiewaarden trok de aandacht van het management. Het was een manier om het bedrijf te situeren t.o.v. andere bedrijven. Maar dit moet gerelativeerd worden. We moeten ons vragen stellen over de mate waarin deze referentiegroep een vergelijkingspunt mag zijn.
  • Voor het slagen van dergelijke studie is het engagement van het management van bij het opstarten noodzakelijk.


 
Meer info?

Gerelateerde producten

Verder in de kennisbank

 
© PREVENT vzw