Verstrengde rookwetgeving vanaf 2010  Vanaf 1 januari 2010 is de Belgische rookwetgeving verstrengd. Er mag niet meer gerookt worden in publieke gesloten ruimtes. Dit omvat onder andere overheidsplaatsen, stations, luchthavens, handelszaken, winkels, plaatsen waar sport wordt beoefend en in het openbaar vervoer. Bovendien zijn ook alle elementen die kunnen aanzetten tot tot roken, of die laten uitschijnen dat roken is toegelaten, verboden. Asbakken mogen hier dus niet op tafel blijven staan.
Door de nieuwe wetten (1) is het ook verboden om te roken in horecazaken waar bereid voedsel geserveerd wordt (eetcafé’s). Vanaf ten vroegste 1 januari 2012 en uiterlijk op 1 juli 2014 zal het rookverbod uitgebreid worden naar alle horecazaken. Tot dan, zullen somige werknemers uit de horeca dus nog moeten werken in ruimtes waar tabaksrook hangt. Voor alle andere werknemers legt de wet uitdrukkenlijk vast dat ze het recht hebben om over een rookvrije werkplek te beschikken. Ook in het gemeenschappelijk vervoer van en naar het werk mag niet gerookt worden. Enkel in een aparte rookkamer, die goed verlucht wordt of waar een afzuigsysteem voorzien is, mogen werknemers nog roken.
(1) Wet van 22 december 2009 tot wijziging van de wet van 22 december 2009 betreffende een algemene regeling van rookvrije gesloten plaatsen toegankelijk voor het publiek en ter bescherming van werknemers tegen tabaksrook (BS 29 december 2009) en de Wet van 22 december 2009 betreffende een algemene regeling van rookvrije gesloten plaatsen toegankelijk voor het publiek en ter bescherming voor werknemers tegen tabaksrook (BS 29 december 2009)
|