De PreventMatrix: het kostenplaatje van een arbeidsongeval  Dat arbeidsongevallen kosten met zich meebrengen, daar is iedereen het over eens. Probleem is echter nagaan hoeveel kosten precies en wat de impact van deze kosten is op een onderneming. Prevent ontwikkelde een model voor het in kaart brengen van de kosten van arbeidsongevallen. De weg naar een definitie
Het onderwerp, kosten van arbeidsongevallen, is niet nieuw. Reeds heel wat deskundigen hebben hierover onderzoek uitgevoerd. De onderzoekers hebben in de eerste plaats gezocht naar een indeling van de kosten van arbeidsongevallen in twee groepen, nl. directe en indirecte kosten, en naar de verhouding van deze twee groepen tot elkaar. Het feit dat de pionier in het onderzoek op het gebied van veiligheid, H.W. Heinrich, met een dergelijke indeling voor de dag kwam, is hier wellicht niet vreemd aan. In zijn studie Industrial Accident Prevention stelde Heinrich dat in verhouding de indirecte kosten ver boven de directe kosten uitstijgen. Hij berekende op basis van ongevallendossiers de ratio voor deze verhouding: die bedraagt gemiddeld 4:1.
Na Heinrich hebben heel wat auteurs deze indeling overgenomen. Hoewel de precieze indeling kan verschillen, gelden de volgende definities:
- directe kosten: de kosten die rechtstreeks aan een bepaald arbeidsongeval kunnen toegewezen worden: bv. het loon van het slachtoffer, medische uitgaven, materiële kosten;
- indirecte kosten: de kosten die ontstaan door het arbeidsongeval maar niet rechtstreeks met het ongeval in verband worden gebracht: bv. verloren tijd, schade aan het imago, productiviteitsverlies.
Deze indeling van Heinrich leunt sterk aan bij een andere, namelijk de indeling in verzekerde en niet-verzekerde kosten. Heinrich stelde reeds dat de directe kosten (bijna) volledig gecompenseerd worden door de verzekering. Anderen geven expliciet aan dat de term directe kosten overeenkomt met de term verzekerde kosten (Baigger, 2003).
De indeling verzekerde/niet-verzekerde kosten stemt globaal gezien overeen met volgende definitie:
- verzekerde kosten: indien er zich een arbeidsongeval voordoet, vergoedt de externe verzekering/sociale zekerheid een gedeelte van de kosten van het ongeval. Deze vormen voor een bedrijf de verzekerde kosten. Meestal gaat het hier over vergoedingen aan het slachtoffer (looncompensatie) en medische uitgaven:
- niet-verzekerde kosten: dit zijn de kosten die het bedrijf zelf moet dragen.
De indelingen ‘directe/indirecte’ of ‘verzekerde/niet-verzekerde kosten’ zijn het vaakst gebruikt. Er worden evenwel ook pogingen ondernomen om andere indelingen naar voren te schuiven. In de jaren 1960 reeds introduceerde Compes (1965) een andere indeling.
Compes deelde de kosten van ongevallen in in
- specifieke ongevalskosten: kosten de specifiek toe te wijzen zijn aan één bepaald ongeval;
- gemeenschappelijke (of algemene) ongevalskosten: kosten die niet specifiek kunnen toegewezen worden aan één ongeval. Ze worden gemaakt onafhankelijk of het ongeval gebeurt of niet bv. verzekeringspremies, onkosten voor de dienst pbw, onkosten voor opvolging, statistiek,...
Het ijsberg-effect
Met de definitie en met het aangeven van een ratio voor de verhouding tussen directe en indirecte kosten gaf Heinrich de toon aan voor latere onderzoeken. De studies naar de kosten van arbeidsongevallen probeerden in kaart te brengen wat de directe (of verzekerde) kosten zijn van arbeidsongevallen en welke de indirecte (niet-verzekerde). Op basis van casestudies of statistisch onderzoek wordt vervolgens de verhouding tussen de beide berekend. Het blijkt dat de directe (verzekerde) kosten maar een fractie van de totale kosten vormen en dat enkel deze fractie zichtbaar is voor de onderneming. Het topje van de ijsberg, zeg maar.
Heinrich berekende de verhouding tussen directe en indirecte kosten op basis van 5000 ongevallendossiers. Nochtans gaat het maar om een gemiddelde (een benadering) en is het lang niet zeker dat de verhouding 1 op 4 in alle sectoren en voor alle types van ongevallen opgaat. Onderzoekers die na hem kwamen oordeelden dan ook dat er niet zomaar één ratio kon berekend worden maar verschillende, afhankelijk van het ongeval De Health & Safety Executive geeft ratio’s aan van 1:8 tot 1:36 (http://www.hse.gov.uk/costs/references/references.asp#section10, HSE, 1993). Brody daarentegen berekende een ratio van 1:0,83 (Brody,1990).
Een ander bekende studie is deze van Simonds & Grimaldi (1956). Voor hun studie deelden ze de ongevallen in in vier grote groepen: ongevallen met arbeidsongeschiktheid, ongevallen met een tussenkomst van een arts, ehbo-gevallen en ongevallen zonder letsel. Voor elk van deze groep onderzochten ze verschillende reële ongevallen waarvoor ze dan de niet-verzekerde kosten bepaalden. Op die manier berekende ze de gemiddelde totale kost (= verzekerde + niet-verzekerde kost) van een arbeidsongeval voor elk van deze groepen. Ze berekenden dus niet zozeer een ratio, maar wel de gemiddelde kosten per type ongeval. Een bedrijf kan de globale kosten berekenen door na te gaan hoeveel ongevallen er gebeuren van elk type en dit cijfer dan te vermenigvuldigen met de gemiddelde kost.Uit de studie van Simonds & Grimaldi bleek in ieder geval dat de niet-verzekerde kosten van ongevallen zonder letsel merkelijk hoger liggen dan van ongevallen waar er wel sprake is van een letsel of arbeidsongeschiktheid. Dit pleit ook voor het argument van Bird (1966) dat het belangrijk is ongevallen met enkel materiële schade op te nemen bij het berekenen van kosten van arbeidsongevallen. Het aanpakken van alle incidenten vormt trouwens voor hem de basis van een preventiebeleid (loss control). Het feit dat de kosten van ongevallen met materiële schade hoger liggen dan deze met letsels, wordt bevestigd in latere onderzoeken (Imre, 1976, Pawlowska & Rzepecki, 2000).
Context is bepalend
Verschillende onderzoekers komen reeds tot de conclusie dat het zomaar voorop stellen van een ratio niet mogelijk is. Brody onderscheidt drie factoren die de grootte van de indirecte kosten beïnvloeden: karakteristieken van de onderneming, het slachtoffer en het letsel
(Brody, 1990). Daarnaast zijn er nog andere elementen die de verhouding beïnvloeden, met name de gehanteerde onderzoeksmethode, de gebruikte definitie/indeling van kosten en het heersende verzekeringssysteem van arbeidsongevallen. Wat voor het buitenland geldt, is niet noodzakelijk zo voor België. Een blik op een aantal Belgische onderzoeken.
Van Hemelrijck (1991) hanteert de indeling directe en indirecte kosten (zie tabel 1). Hij schuift voor de verhouding tussen beide groepen ratio’s naar voren tussen 1 en 3.- 3: voor de ondernemingen waarin het deel van uurlonen in de omzetcijfers groot is bv. bij werken met werktuigmachines, bouw, montage, transport;
- 2: in de klassieke ondernemingen;
- 1: voor de zeer geautomatiseerde ondernemingen bv. elektrische centrales, petrochemie, gieterijen en voor de bedienden.
Tabel 1 Directe en indirecte kosten (Van Hemelrijck, 1991)

In een onderzoek van de Federale Verzekeringen (G. Dewilde, 1992) wordt zowel de indeling specifieke/algemene kosten als directe/indirecte kosten naar voren geschoven. De auteur geeft ook een aantal argumenten voor het hanteren van de ene of de andere definitie. De indeling specifieke/algemene kosten biedt volgens hem het voordeel dat de specifieke kosten rechtstreeks aan de productieafdelingen kunnen toegewezen worden, wat motiverend werkt. Verder zijn specifieke kosten rechtstreeks verbonden, en beïnvloedbaar, door de kostendrager met name het arbeidsongeval. Hierdoor is het onmiddellijk duidelijk wat bespaard had kunnen worden. De indeling speelt ook in op algemeen gangbare termen in de bedrijfseconomie nl. deze van vaste en variabele kosten. Het voordeel van de indeling directe en indirecte kosten is vooral dat het makkelijker toepasbaar is.
Bij wijze van voorbeeld worden beide indelingen toegepast op één ongeval met als resultaat, in BEF, 727.000 directe kosten versus 212.300 indirecte kosten. De specifieke kosten bedragen ook 212.300, de algemene kosten konden niet berekend worden. Verder zijn in dit onderzoek ook ongevallen in een zestigtal ondernemingen uit de bouwsector onder de loepe genomen maar dan enkel aan de hand van de indeling directe/indirecte kosten. Uit het onderzoek komt een ratio van 0,4 naar voren. Deze ratio wordt bijgesteld naar 0,95 aangezien een aantal types ongevallen niet in het onderzoek voorkwamen (deze met enkel materiële schade). Toch blijft deze verhouding lager dan wat buitenlandse studies doorgaans aangeven.
Economische impact
Vraag blijft uiteraard welke impact de kosten van arbeidsongevallen hebben op een onderneming. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden om na te gaan wat de relatie is tussen de kosten van arbeidsongevallen en omzet, bij een gegeven winstmarge. Met andere woorden, welke extra omzet moet een onderneming realiseren indien er meer kosten worden gemaakt ten gevolge van arbeidsongevallen. Volgende berekening laat toe om de effecten van de kosten van arbeidsongevallen op de te realiseren omzet te berekenen.
Definities
O = Omzet
K = Kosten
Kosten arbeidsongevallen: k
Te realiseren omzetstijging: o
Variante 1: gegeven de initiële kosten (K1)en de initiële omzet (O1)







Variante 2: gegeven de winstmarge W
Indien de initiële kosten en opbrengsten niet gekend zijn, maar wel de winstmarge (W), dan krijgen we:



In de hiernavolgende grafiek wordt bij wijze van voorbeeld de extra te realiseren omzet uitgezet in functie van de extra kosten die gerelateerd zijn aan aan de arbeidsongevallen, dit bij gelijkblijvende winstmarges.
Grafiek 1 Te realiseren omzet in functie van de kost van arbeidsongevallen (bij constante winstmarge)

De te realiseren omzetstijging is bijgevolg recht evenredig met toename van de kosten van de arbeidsongevallen. De evenredigheidsfactor is functie van de winstmarge: hoe hoger de winstmarge, hoe meer de omzet zal moeten stijgen bij stijgende ongevalskosten.
Uit de literatuur: relatie tussen kosten van arbeidsongevallen en omzet
In de literatuur zijn hulpmiddelen terug te vinden om de relatie te bepalen tussen kosten van arbeidsongevallen en de omzet. Voorbeeld is de tabel in de uitgave van Carlos Tamsin (1983) maar ook sommige rekenprogramma’s beschikbaar op het internet gebruiken deze parameter Zie bv. http://www.suva.ch/de/home/suvapro/absenzenmanagement/kostenrechner.htm.
Deze berekening vertrekt echter van foutieve uitgangspunten, met een verkeerde toepassing van de begrippen winst en winstmarge. De auteurs gaan ervan uit dat om de kostprijs van ongevallen terug te verdienen, er extra omzet nodig is. Die extra omzet wordt berekend door het percentage van de winstmarge toe te passen op de kostprijs van ongevallen. Dus als de kostprijs van ongevallen 75.000 € bedraagt en de winstmarge is 5%, dan moet een bedrijf 1,5 miljoen € extra omzet draaien. 5% van 1,5 miljoen is immers 75.000.
Dit klopt echter niet. Onderstaand cijfervoorbeeld (tabel 2) maakt duidelijk dat bij extra kosten ten bedrage van 75.000 €, de extra gerealiseerde omzet die moet gemaakt worden niet 1,5 miljoen, maar 100.000 € bedraagt.
Tabel 2 – Cijfervoorbeeld

De redeneringsfout heeft wellicht te maken met het verkeerd hanteren en toepassen van het begrip ‘winstmarge’. Er wordt vanuit gegaan dat de extra kosten moeten terugbetaald worden met extra winst. Die extra winst moet in absolute aantallen overeenkomen met de extra kosten. Dus in het voorbeeld zou een bedrijf een extra winst van 75.000 moeten verdienen zodat het met die winst als het ware het ongeval kan betalen. Dit is echter niet correct. Om de extra kosten te dekken, moet niet de winst met hetzelfde bedrag verhoogd worden maar wel de omzet.
Indeling in 2 groepen: zinvol of niet?
Verschillende auteurs hebben reeds gewezen op de problemen met de indeling van de kosten in arbeidsongevallen in 2 of meerdere categorieën. De meeste onderzoekers beginnen trouwens met het poneren van gefundeerde kritiek op hun voorgangers om dan eventueel een alternatieve indeling naar voren te schuiven (bv. Simonds & Grimaldi, Compes). Anderen stellen dan weer dat het geen zin heeft om kosten op een dergelijke manier in te delen. Belangrijker is om een volledig maar praktisch overzicht te maken van mogelijke kosten waardoor ondernemingen een kostenprijsberekening kunnen maken (Riel & Imbeau, 1995, Aaltonen, e.a., 1996, Rikhardsson & Impgaard, 2002).
De indeling in categorieën heeft bovendien het nadeel dat onderzoekers zelden exact dezelfde definitie hanteren waardoor het quasi onmogelijk is om resultaten van het ene onderzoek te vergelijken met het ander, laat staan om de resultaten te extrapoleren naar een ander land, ander verzekeringsstelsel of een andere arbeidsmarkt.
Verder komt de indeling zelden overeen met gangbare bedrijfseconomische termen ‘Direct’ en ‘indirec’t hebben trouwens een andere betekenis in de bedrijfseconomie, zie o.m. Gröjer & Johanson, 1996 en Maes, 1991., waardoor de begrippen aan kracht inboeten als ze gebruikt worden in een argumentatie voor een management.
Een praktisch hulpmiddel op basis van een model
Daarom is het misschien beter een kostenberekening te maken toegepast op het bedrijf en met behulp van een praktisch bruikbaar hulpmiddel. Uitgangspunt bij het zoeken naar een hulpmiddel was dat het moet toelaten om een inzicht te krijgen in de impact van de kosten van arbeidsongevallen op het bedrijf. Enkel op die manier biedt het de basis voor een krachtig argument voor het management. Het resultaat van deze denkoefening is een model dat een brug maakt tussen het preventiedenken en de boekhouding van een onderneming: de PreventMatrix
Een symbiose tussen het MUOPO en de bedrijfsboekhouding
De PreventMatrix maakt gebruik van kostensoorten en kostendragers.
De indeling van de kostensoorten gebeurt aan de hand van de typologie van het rekeningstelsel dat de basis vormt van de boekhouding van de bedrijven.
De boekhouding van een onderneming is gebaseerd op een systeem van rekeningen; dit rekeningenstelsel mag worden aangepast aan de specifieke behoeften van de betrokken onderneming,en dit zonder afbreuk te doen aan de minimumindeling die bij KB wordt opgelegd.
Het rekeningenstelsel is onderverdeeld in klassen, groepen, subgroepen en rekeningen. Elk van deze onderverdelingen wordt geïdentificeerd door een cijfer in het rekeningnummer. Zo wordt de klasse aangeduid door het begincijfer van het rekeningnummer. Daarbij verwijzen de cijfers 1 tot 5 naar balansrekeningen, de cijfers 6 en 7 naar de resultatenrekening.
De ‘klasse 6-rekeningen’ zijn alle kostenrekeningen van de resultatenrekening, terwijl de ‘klasse 7-rekeningen’ alle opbrengstenrekeningen groeperen.
Het voorgestelde model is gebaseerd op de volgende kostenrekeningen:
60: Aankopen van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen
61: Diensten en diverse goederen
62: Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
63: Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico’s en kosten
De kostendragers zijn ingedeeld op basis van een gekend model in de preventiewereld: Mens, Uitrusting, Omgeving, Product, Organisatie (MUOPO).
Zo ontstaat er een matrix (tabel 3) waarbij elke kost is toegewezen aan een kostendrager en een kostensoort. Bv: de tijd besteed aan de analyse van een arbeidsongeval, hoort thuis in C3 (Organisatie, rekening 62). De totale kost van een arbeidsongeval is de som van de kosten voor elke kostensoort en elke kostendrager, m.n.
Tabel 3 – PreventMatrix: model voor het berekenen van de kosten van arbeidsongevallen

De PreventMatrix zet aan tot denken en helpt de betrokkenen om het volledig plaatje te ontdekken. Eerst wordt nagegaan welke effecten het ongeval met zich heeft meegebracht en waar deze zich situeren (kostendragers). Om deze analyse te kunnen maken wordt het MUOPO-model gehanteerd, precies omdat dit model een denkkader is en steun biedt bij het opsporen van zoveel mogelijk effecten. Vervolgens worden ook de kostensoorten toegewezen en de valorisatie gemaakt van de gevonden kosten.
Het model laat toe om een inzicht te krijgen in de kosten van een specifiek arbeidsongeval en vooral welke kosten volledig voor rekening van het bedrijf zijn. Met PreventMatrix is het bovendien mogelijk om na te gaan waar deze kosten zich vooral situeren, omdat de matrix toelaat om de totalen te berekenen voor elke kostendrager en voor elke kostensoort. Zo kan de berekening bijvoorbeeld aan het licht brengen in welke rekeningen de meeste kosten veroorzaakt worden.
Het uitvoeren van dergelijke analyses voor verscheidene ongevallen biedt de mogelijkheid om een inzicht te krijgen in de financiële impact van ongevallen, maar ook op welk soort ongevallen de meeste kosten met zich meebrengen.
Tot slot biedt het de mogelijkheid om vergelijkingen te maken, niet alleen met bedrijfssituaties maar ook met andere bedrijven en sectoren.
Proef op de som
De PreventMatrix is ondertussen uitgetest op reële bedrijfscases en de ervaring leert dat het een bruikbaar instrument is. De kracht schuilt vooral in de resultaten die aansluiten bij de bedrijfspraktijk en onmiddellijk vertaald kunnen worden in krachtige managementargumenten. Het hulpmiddel dat uitgewerkt is op basis van het model, wordt momenteel verder verfijnd en daarna aan de bedrijven aangeboden. Wij houden u verder op de hoogte.
Referenties
- Aaltonen, M., Occupational injuries and economic assessment in furniture industries, a nordic project, Stockholm, 1989
- Aaltonen, M., Uusi-Rauva, E., Saari, J., Antti-Poika, M., Räsänen, T., Vinni, K., The accident consequence tree and its application by real-time data collection in the Finnish furniture industry, Safety Science, vol. 23, n° 1, 1996, pp. 11-26
- Andreoni, D., Le coût des accidents de travail et des maladies professionnelles, Bureau International du Travail, 1985
- Baigger, G., Coûts socio-économiques, SUVA, 2003
- Bird, F., Germain, G., A new horizon in accident prevention and cost improvement, New York, 1966
- Brody, B., Létourneau, Y., Poirier, A., Les coûts des accidents du travail, Relations Industrielles, vol. 45, n° 1, 1990, pp. 94-117
- Brody, B., Létourneau, Y., Poirier, A., Les coûts indirects des accidents du travail, IRSST, 1990
- Brody, B., Létourneau, Y., Poirier, A., An indirect cost theory of work accident prevention, Journal of Occupational Accidents, vol. 13, 1990, pp. 255-270
- Compes, P., Betriebsunfälle witschaftlich gesehen, Bonn, 1965
- De Greef, M., Van den Broek, K. Making the case for workplace health promotion, enwhp, 2004
- De Greef, M., Van den Broek, K., quality of the working environment and productivity, research findings and case studies, report, European Agency for safety and health at work, Luxembourg, Office for Official Publications of the European Communities, 2004
- De Greef, M., Veiligheid en gezondheid als economische succesfactoren, PreventFocus, nr. 10, Prevent, 2003
- Dewilde, G., Rechtstreekse en onrechtstreekse kosten van arbeidsongevallen, toelichting van een onderzoek gevoerd door de Federale verzekeringen, in Praktische aanpak van het veiligheids- en gezondheidsbeleid in KMO’s, seminarie, juni 1992
- Economic impact of occupational safety and health in the Member States of the European Union, report, European Agency for safety and health at work, Luxembourg, Office for Official Publications of the European Communities, 1997
- Gröjer, J-E., Johanson, U., Human resource costing and accounting, Joint Industrial Safety Council, 1996
- Heinrich, H., Industrial Accident Prevention, fourth edition, New York, 1959, first edition, 1931
- HSE, The costs of accidents at work, Health and Safety Series, London, 1993
- Imre, J., Uninsured costs of work accidents, Michigan University, 1976
- Labelle, J., What do accidents truly cost? Determining total incident costs, Professional Safety, April 2000, pp. 38-42
- Maes, J., Financiële aspecten, in Handboek Veiligheid, pp. I.2.40 – I.2.411, Ced-Samsom, 1991
- Miguel, A., Campelo, F., Insured and uninsured costs of work accidents. A case study, 2005
- Mossink, J., De Greef , M., Inventory of socio-economic costs of work accidents, report, European Agency for safety and health at work, Luxembourg, Office for Official Publications of the European Communities, 2002
- Pawlowska, Z., Rzepecki, J., Impact of economic incentives on costs and benefits of occupational health and safety, International journal of occupational safety and ergonomics, 2000, pp. 71-83
- Rihardsson, P., Impgaard, M., Corporate costs of occupational accidents: an activity-based analysis, Accident analysis and prevention, 36, 2004, pp. 173-182
- Rikhardsson, P., Impgaard, M., Mogensen, B., Søgaard Melchiorsen, A., SACA Report, Aarhus, Kopenhagen, 2002
- Simonds, R., Grimaldi, J., Safety management: Accident cost and control. Homewood, Illinois, 1956
- Statistical analysis of socio-economic costs of accidents at work in the European Union, Eurostat, 2004
- Tamsin, C., Kostenberekening van arbeidsongevallen, in Arbeidsveiligheid, Ced-Samsom, Brussel, 1983
- Van Hemelrijck, H., De financiële weerslag van arbeidsongevallen, Promosafe, nr. 3, 1991, pp. 174-177
Door Marc De Greef en Karla Van den Broek (Prevent)
|