Jongeren op het werk in cijfers  Jonge werknemers starten hun loopbaan met tal van kansen om zich verder te ontwikkelen en te leren. Vraag is of ze die kansen wel kunnen benutten want de cijfers wijzen erop dat jongeren extra risico lopen als het gaat om veiligheid en gezondheid op het werk. Meer kans
In 2007 waren 6.772 slachtoffers van een arbeidsongeval tussen 15 en 19 jaar oud (tabel 1). 50.656 slachtoffers waren tussen 20 en 29 jaar oud. Respectievelijk gaat het om 4,1% en 30,9% van het totaal aantal arbeidsongevallen. Deze absolute cijfers geven reeds een aanwijzing dat jongeren een risicogroep vormen. Dit wordt zeker duidelijk bij het vergelijken van deze cijfers met het tewerkstellingsbestand. Daaruit blijkt dat jongeren meer kans lopen op een arbeidsongeval. De groep 15- tot 19-jarigen laat 4,1% van het aantal arbeidsongevallen optekenen maar vormt slechts 1,5% van het tewerkstellingsbestand. Dat betekent relatief gezien dat de kans dat een jongere uit de groep van de 15- tot 19-jarige een arbeidsongeval oploopt, meer dan 2 keer hoger is dan bij de andere werknemers. Ook bij werknemers uit de groep van 20 tot 29 jaar is de kans groter. Voor deze groep bedraagt de ratio nog maar 1,26. De cijfers voor de afgelopen jaren vertonen ook weinig schommeling zodat er niet echt van een verbetering of een verslechtering van de situatie kan gesproken worden.
Tabel 1: arbeidsongevallen op de arbeidsplaats volgens leeftijd (2003-2007)

Bron: Fonds voor arbeidsongevallen
Vooral tijdelijk ongeschikt
Uit de cijfers blijkt verder dat jongeren vaker tijdelijk ongeschikt zijn dan de totale groep van slachtoffers (figuur 1). Ze laten iets minder ongevallen optekenen zonder gevolg, het aantal ongevallen met tijdelijke ongeschiktheid ligt een stuk hoger en de ongevallen met blijvende ongeschiktheid en dodelijke afloop lager. Dat wijst erop dat jongeren wel bij meer, maar doorgaans bij lichtere ongevallen betrokken zijn. Ze gaan in ieder geval sneller terug aan de slag wat wellicht veel te maken heeft met het betere recuperatievermogen op jongere leeftijd.
Figuur 1: Vergelijking tussen de arbeidsongevallen bij jongeren met het totaal aantal arbeidsongevallen – relatieve verdeling volgens gevolg (2007)

Bron: Fonds voor arbeidsongevallen
Algemene tendens
België staat met deze cijfers zeker niet alleen. Gegevens van Eurostat tonen aan dat gemiddeld in de Europese Unie 16,4% van de arbeidsongevallen gebeuren in de groep tot 25 jaar (tabel 2). Eurostat verwerkt wel enkel de arbeidsongevallen vanaf 3 dagen ongeschiktheid (4 dagen en meer). De percentages variëren van 9,6% in Zweden tot meer dan 20% in Frankrijk. De Belgische score van 19,5% ligt hoger dan het Europese gemiddelde.
Tabel 2: arbeidsongevallen met meer dan 3 dagen ongeschiktheid, jonge werknemers vergeleken met het totaal aantal werknemers (2003)

Bron: Eurostat
De tendens van meer maar lichtere arbeidsongevallen blijkt ook uit de literatuur. In een rapport uit 2004 (1) zijn verschillende internationale studies bestudeerd en met elkaar vergeleken. Hieruit blijkt dat jonge werknemers doorgaans meer arbeidsongevallen hebben dan ouderen. Deze tendens is het sterkst bij mannelijke werknemers. De onderzoeker geeft een aantal verklaringen zoals het feit dat jonge werknemers vaak minder ervaring hebben en ondanks wetgeving terzake, toch nog vaak ingezet worden in gevaarlijke jobs.
Gebrek aan ervaring
De verklaring “gebrek aan ervaring” is zeker belangrijk te noemen. De cijfers van arbeidsongevallen wijzen op een duidelijke samenhang tussen anciënniteit en het aantal arbeidsongevallen. Tabel 3 geeft reeds aan dat iets meer dan 30% van de slachtoffers van arbeidsongevallen een werkervaring heeft van minder dan 1 jaar in de onderneming. Dit percentage loopt op tot bijna 60% voor een anciënniteit lager dan 5 jaar. Uit een Canadees onderzoek (2), waarbij het aantal maanden werkervaring vergeleken is met het aantal arbeidsongevallen, blijkt dat vooral tijdens de eerste maand de meeste ongevallen gebeuren. Dit aantal ligt in de eerste maand 2 tot 3 keer hoger in vergelijking met de maanden die erop volgen en 4 tot 6 keer hoger in vergelijking met het 2de werkjaar.
Deze cijfers stemmen tot nadenken en leiden alvast tot de conclusie dat er nog heel wat werk weggelegd is op het vlak van onthaal, opleiding en instructie. Daar staat tegenover dat enige voorzichtigheid geboden is. Er zijn, voor zover bekend, geen gegevens over de opbouw van het tewerkstellingsbestand naar anciënniteit. Om de cijfers van arbeidsongevallen te kunnen situeren, zouden deze vergeleken moeten worden met het tewerkstellingsbestand en dit is dus niet mogelijk.
Tabel 3: Verdeling van de arbeidsongevallen naar anciënniteit van het slachtoffer (2007)

Bron: Fonds voor arbeidsongevallen
Gevaarlijker werk
Als oorzaak voor het hoger aantal arbeidsongevallen wordt ook gewezen op het feit dat jongeren ondanks specifieke reglementering vaak tewerkgesteld worden in gevaarlijkere jobs dan oudere werknemers. De Belgische reglementering heeft inderdaad specifieke bepalingen voor jongeren (3). Deze bepalingen verplichten het uitvoeren van een risicoanalyse en het nemen van gepaste preventiemaatregelen, en eventueel gezondheidstoezicht. Bovendien is het verboden om aan jongeren taken toe te vertrouwen die te grote risico’s met zich meebrengen. Dit wordt enerzijds aangegeven in algemene termen, bv. extreme koude, maar anderzijds bevat het KB in bijlage ook een lijst van verboden agentia, werkzaamheden en plaatsen. Voorbeelden zijn onder meer werken in een omgeving met overdruk, het besturen van graafwerktuigen, het werken in autopsieruimten. Dat neemt niet weg dat uit onderzoek blijkt dat jongeren doorgaans vaker blootgesteld worden aan risico’s. Zo zegt 1 op 2 jonge werknemers dat ze af te rekenen hebben met repetitieve bewegingen. Volgens de European Survey on Working Conditions (ESWC) wordt bijna 40% gedurende een kwart van zijn werktijd geconfronteerd met lawaai en 60% haalt aan dat het werkritme te hoog ligt.
Uit de vergelijking van de cijfers voor jongeren met de cijfers voor andere medewerkers blijkt bovendien dat de cijfers bij jongeren systematisch hoger liggen dan bij de andere werknemers. Dat wijst erop dat ze wel degelijk vaker zijn blootgesteld aan risico’s.
Bewustmaking nodig
De statistische gegevens wijzen erop dat jongeren wel degelijk een kwetsbare groep vormen (4). Ze worden vaker geconfronteerd met arbeidsongevallen en risico’s dan de doorsnee werknemer. Reden te meer om extra aandacht te besteden aan de bewustmaking en aan de opleiding van jongeren. Een campagne zoals de Europese week voor veiligheid en gezondheid op het werk speelt hierop in en stond in oktober 2006 volledig in het teken van jongeren (www.safestart.be) (5).
(1) Salminen S. Have young workers more injuries than older ones? An international literature review. Journal of Safety Research. 2004, 35, 513-521.
(2) Breslin FC, Day D, Tompa E, Irvin E, Bhattacharyya S, Clarke, J, Wang A. Systematic review of risk factors for work injury among youth. Toronto: Institute for Work and Health, 2005.
(3) KB van 3 mei 1999, BS 3 juni 1999. Dit KB definieert een jongere op het werk als de minderjarige werknemer die 15 jaar is of ouder en die niet meer onder de voltijdse leerplicht valt.
Vallen ook onder dit besluit:
- de persoon met een leerovereenkomst, (ongeacht de leeftijd);
- de jobstudent (ongeacht de leeftijd);
- leerling die een leerprogramma volgt waarin een vorm van arbeid voorzien is in de onderwijsinstelling.
(4) Meer info hierover kan je vinden in het thematische nummer over jongeren op het werk van september 2006 (PreventFocus 7/2006). Dit nummer focust op het welzijn op het werk bij jonge werknemers.
(5) Portret van een jonge werknemer, stand van zaken in België; onderzoeksrapport opgesteld door Prevent in opdracht van de FOD voor Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg, 2006, www.safestart.be
|