Europese Commissie tikt lidstaten op de vingers voor werkomstandigheden spoorwegarbeiders De Europese Commissie dagvaardt vier lidstaten omdat ze de voorschriften rond arbeidsomstandigheden in de spoorsector niet naleven. De lidstaten worden door een Europese Richtlijn verplicht om op nationaal vlak voorschriften op te stellen rond minimale arbeidsvoorwaarden, werktijden en verplichte (dagelijkse en wekelijkse) rustpauzes voor spoorwegarbeiders.
Deze voorwaarden zijn vastgelegd in Richtlijn 2005/47/EG van de Raad van 18 juli 2005 betreffende de overeenkomst tussen de Gemeenschap van Europese Spoorwegen (CER) en de Europese Federatie van Vervoerswerknemers (ETF) inzake bepaalde aspecten van de arbeidsvoorwaarden voor mobiele werknemers die interoperabele grensoverschrijdende diensten in de spoorwegsector verrichten. De inhoud daarvan moest normaal gezien tegen 27 juli 2008 omgezet worden in nationale regelgeving.
In oktober 2008 stuurde de Commissie reeds een verwittiging naar 17 lidstaten die dit nog niet hadden gedaan. De meesten stelden zich in regel, maar op 25 juni 2009 hadden 9 lidstaten de Richtlijn nog steeds niet omgezet. Er werd daarop een laatste verwittiging gestuurd en met resultaat. Na deze laatste verwittiging bleven immers enkel Estland, Italië, Luxemburg en Portugal in gebreke, waardoor ze nu naar het Europees Hof voor Justitie gestuurd worden.
|