Strafrechtelijke vervolging van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk  Sinds 2002 heeft België een aparte wetgeving rond pesten op het werk. Recent begon een proces tegen twee Gentse stadsambtenaren die verdacht worden van een reeks pesterijen die het slachtoffer tot zelfmoord dreven. Het duo wordt echter niet vervolgd voor pesterijen op het werk volgens de pestwet, maar wel voor onopzettelijke doding. Hoe kan dit? Pesten is strafbaar
Sinds 2002 heeft België een wetgeving rond geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk (zie tabel 1). Door deze wetgeving wordt de werkgever verplicht om bepaalde preventiemaatregelen te nemen, kunnen slachtoffers stappen ondernemen tegen de daders van pesterijen en genieten zij van een ontslagbescherming tijdens deze procedure.
De Regelgeving rond pesten op het werk, een onderdeel van de Wet welzijn, focust vooral op de rol van de werkgever, diens lasthebbers en aangestelden. Deze personen kunnen strafrechtelijk vervolgd worden voor inbreuken op de Wetgeving rond pesten op het werk. Dit betekent echter ook dat deze wet in beginsel geen mogelijkheid biedt om een werknemer strafrechtelijk te vervolgen voor geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, ook al is dergelijk gedrag verboden. Enkel wanneer een werknemer na een stakingsbevel van de rechter het gedrag herhaalt of voortzet, kan hij bestraft worden (wet welzijn Art 88.). Gelukkig biedt ook het Strafwetboek de mogelijkheid om pestgedrag te sanctioneren. In dit wetboek wordt daderschap in de regel niet restrictief opgevat. Iedereen kan met andere woorden dader zijn en bestraft worden.
Tabel 1: Wetgeving rond geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
| Referentie KB |  |
| wet van 11 juni 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk (BS 22 juni 2002) | wet welzijn Hoofdstuk V |
| wet van 10 januari 2007 tot wijziging van verschillende bepalingen betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk waaronder deze betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk (BS 6 juni 2007) | wet welzijn Hoofdstuk V wet welzijn |
| KB van 7 mei 2007 betreffende de voorkoming van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk (BS 6 juni 2007) | Codex welzijn op het werk, Titel I, Hoofdstuk V |
Kwalificatie
Om een pestende werknemer strafrechtelijk te vervolgen, moet het Openbaar Ministerie, of het slachtoffer dat de dader rechtstreeks wil dagvaarden voor de correctionele rechtbank, de vervolging dus baseren op een ‘klassiek misdrijf’, zoals bijvoorbeeld opzettelijke of onopzettelijke slagen en verwondingen of belaging (zie tabel 2). In het geval van de Gentse stadsambtenaren werden de feiten gekwalificeerd als onopzettelijke doding omdat de vermeende pesterijen leidden tot de dood (zelfmoord) van het slachtoffer. Aan de stadsambtenaren wordt een foutief gedrag met ernstige gevolgen verweten, en wordt slechts onrechtstreeks een inbreuk op de Wetgeving rond pesten op het werk ten laste gelegd.
Pesterijen kwalificeren als een klassiek misdrijf heeft wel enkele gevolgen.
Tabel 2: mogelijke kwalificaties van pestgedrag
Andere constitutieve elementen
Vooraleer iemand schuldig kan worden bevonden aan een misdrijf, moeten de verschillende zogenaamde constitutieve elementen van dat misdrijf bewezen worden. Het spreekt voor zich dat elk misdrijf zijn eigen bestanddelen heeft, al zijn er tussen verschillende misdrijven soms wel parallellen.
Zo lijken ‘pesterijen’ in de zin van de Wet welzijn en de omschrijving van ‘belaging’ uit het Strafwetboek sterk op elkaar. Belaging is wel veel vager gedefinieerd (zie tabel 3). Het Hof van Cassatie verduidelijkte echter dat dit laatste misdrijf een niet-aflatende of steeds terugkerende gedraging veronderstelt. Dit komt in de buurt van de vereiste van ‘meerdere gelijkaardige of uiteenlopende gedragingen gedurende een bepaalde tijd’, uit de definitie van pesterijen in de Wet welzijn.
Tabel 3: Omschrijving pesterijen en belaging
| Belaging | ‘een handeling waarvan iemand wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren’ | Art 442 bis Strafwetboek |
| Pesterijen | ‘meerdere gelijkaardige of uiteenlopende onrechtmatige gedragingen, buiten of binnen de onderneming of instelling, die plaats hebben gedurende een bepaalde tijd, die tot of gevolg hebben dat de persoonlijkheid, de waardigheid of de fysieke of psychische integriteit van een werknemer wordt aangetast, dat zijn betrekking in gevaar wordt gebracht of dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd en die zich inzonderheid uiten in woorden, bedreigingen, handelingen, gebaren of eenzijdige geschriften’ | Art.32 ter Wet welzijn |
Verschil in strafmaat
Wanneer pesterijen niet volgens de Wet welzijn, maar volgens een andere strafrechtelijke bepaling bestraft worden, dan betekent dit uiteraard ook dat de bestraffingen verschillen (zie tabel 2). Op grond van het Strafwetboek kunnen vaak zwaardere straffen worden uitgesproken.
Het is uiteraard mogelijk dat eenzelfde persoon voor meerdere misdrijven wordt vervolgd. Dit is mogelijk wanneer het pestgedrag een zekere variatie aanneemt, en er dus sprake is van meerdaadse samenloop van misdrijven, met als gevolg dat de straffen tot op zekere hoogte zullen worden samengevoegd.
Eendaadse samenloop is ook mogelijk. Dit betekent dat eenzelfde feit voldoet aan de definitie van meerdere misdrijven. Volgens artikel 65 Strafwetboek kan dan enkel de zwaarste straf worden opgelegd.
Ontslagbescherming op de tocht
Het slachtoffer geniet geen ontslagbescherming wanneer hij onmiddellijk bij een rechtbank een vordering instelt die niet is gebaseerd op de Wetgeving rond pesten op het werk, maar bijvoorbeeld op het Strafwetboek. Volgens sommige rechtsleer kan het slachtoffer zich ook niet op deze bescherming beroepen wanneer hij bij de politie, het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter een strafklacht indient op grond van het Strafwetboek en zijn klacht niet uitdrukkelijk omschrijft als een inbreuk op de Regelgeving rond pesten op het werk.
Hoewel over dit laatste de meningen verdeeld zijn, doet het slachtoffer er dus goed aan – ondanks de strafklacht of –procedure – toch ook steeds een formele klacht wegens pesterijen in te dienen bij zijn werkgever of bij de bevoegde diensten van de sociale inspectie. Daardoor geniet hij immers wel ontslagbescherming.
Ander bewijsregime
Ook voor de bewijsvoering zijn er gevolgen. Artikel 32undecies van de Wet welzijn bepaalt dat de regel van de verdeling van de bewijslast niet geldt in de strafrechtspleging. Wanneer iemand voor een rechtscollege feiten aanvoert die het bestaan van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk kunnen doen vermoeden, ligt de bal normaal in het kamp van de verweerder. Hij moet in dat geval het tegendeel aantonen. In de strafprocedure daarentegen, moeten het Openbaar Ministerie en de burgerlijke partij steeds voor het bewijs(materiaal) zorgen en geldt steeds het vermoeden van onschuld.
Besluit
Het strafrechtelijk vervolgen van pesterijen of ander ongewenst gedrag op het werk op basis van de Wet welzijn is een delicate materie. Pesters vervolgen op grond van de bepalingen van het Strafwetboek laat toe hen zwaarder te straffen. In sommige gevallen is het zelfs noodzakelijk om pesters via het Strafwetboek te vervolgen, omdat in beginsel enkel de werkgever, diens lasthebbers of aangestelden gestraft kunnen worden op grond van de Wet welzijn. Een strafvervolging instellen is voor het slachtoffer echter niet zonder risico. Zo mag hij niet uit het oog verliezen dat vervolging hem op zich geen ontslagbescherming biedt.
PreventAssist-abonnees kunnen dit artikel online lezen:
www.prevent.be/p/83LJJT
Gebaseerd op een artikel van Koen Nevens, Assistent Vakgroep Metajuridica & Sociaal Recht, Vrije Universiteit Brussel
|