Ook volwassenen pesten  Kinderen pesten elkaar, ja dat weten we. En dat probleem is niet te onderschatten. Maar wist u dat er ook veel gepest wordt op het werk? Niet zomaar eens even treiteren, maar stelselmatig één en dezelfde persoon kwellen? De meeste collega's weten het, maar doen er niets aan en keuren het op die manier goed. Het wordt onderschat. Het zal wel vanzelf overgaan. Of toch niet? Verschillende termen
Pesten, psycho-terreur, mobbing… verschillende termen voor hetzelfde fenomeen. Sommigen willen het woord pesten niet gebruiken omdat het kinderachtig zou overkomen. Een algemeen erkende term is 'mobbing'. Het betekent letterlijk 'lastigvallen', zoals 'the Mob' (de maffia) vroeger bareigenaars in Amerika treiterde. Het gaat om systematisch pestgedrag, gericht op één persoon. Het hoeft geen betoog dat dergelijk gedrag hinderlijke gevolgen heeft. Daarover verder meer.
De Zweedse psycholoog en psychiater Heinz Leymann is één van de eersten die begin jaren tachtig op grote schaal onderzoek doet naar pesterijen in werksituaties. Hij omschrijft mobbing als treiterpogingen die regelmatig terugkeren en minstens een half jaar duren. In de praktijk kan het zowel gaan om bruut geweld als om subtiele pesterijen. Dit alles resulteert in mentale, psychosomatische en sociale problemen. Pesten is dus niet plagen. Als er sprake is van plagen, is er geen sprake van systematiek en van ongelijkheid tussen beide partijen. Iemand die geplaagd wordt komt voor zichzelf op. Iemand die gepest wordt is niet in staat voor zichzelf op te komen. Een ander verschil is dat plagen niet zo'n sporen nalaat als pesten. Gezien in België onderzoek omtrent mobbing zo goed als onbestaande is, lopen de theorieën en onderzoeken van Leymann als een rode draad door dit artikel.
Pesterijen
Pesten kan op verschillende manieren gebeuren. Denk maar aan kinderen op school: opmerkingen maken over het uiterlijk, systematisch boeken verstoppen, elkaar negeren,... Dat is niet anders op het werk. Het kan zelfs verder gaan: seksuele intimidatie (vooral bij vrouwen), beledigen, ongewenste grappen en opmerkingen maken, computerbestanden wissen, vervelend of helemaal geen werk geven. In uiterste gevallen kan het om fysieke bedreiging en ongelijke behandeling gaan.
Leymann deelt de mobbing-activiteiten op basis van hun effecten in vijf categorieën in: activiteiten
- die de communicatie beïnvloeden: verbaal dreigen, management geeft de kans niet om te spreken;
- die de sociale contacten lamleggen: collega's luisteren niet meer naar wat het slachtoffer zegt, hij/zij werkt in een ruimte ver van de anderen;
- die de persoonlijke reputatie beïnvloeden: roddelen, kwaadsprekerij, grapjes over het uiterlijk;
- m.b.t. het werk: het slachtoffer krijgt geen werk meer of enkel nutteloze taken;
- die het fysisch of psychisch welbevinden ondermijnen: gevaarlijk werk, fysieke bedreigingen, ongewenst seksueel gedrag.
Waarom
Velen hebben het vooroordeel dat er met pesten gestart wordt als een werknemer met karakterstoornissen bij de groep komt. Maar onderzoek heeft dit nog niet kunnen bevestigen, zodat Leymaan verder zoekt dan de persoonlijkheidstheorie.
Een eerste factor is volgens hem de werkorganisatie. Zo is het bij 800 cases aangetoond dat mobbing gebeurt in extreem slecht georganiseerde productie- en werkmethodes en dat het management zo goed als hulpeloos en ongeïnteresseerd was. De werkorganisatie in dergelijke ondernemingen leidt gemakkelijk tot conflicten en zorgt ervoor dat ze niet zomaar opgelost kunnen worden. Het management is er niet toe in staat.
De tweede factor die Leymann aanhaalt als oorzaak van pesten is een slecht conflictmanagement. Pesten zal veel gemakkelijker plaatsvinden in een onderneming waar het management actief deelneemt aan conflicten en dus aan de kant van bepaalde medewerkers gaat staan. Anderzijds kan ook conflicten negeren hetzelfde resultaat hebben.
Onderzoek over de oorzaken van pesten is nog niet ver gevorderd. Misschien daarom ziet de Nederlander Bob van der Meer het anders. Hij ziet een crisis, verstoord evenwicht, als eerste oorzaak van pesterijen. Dit verstoord evenwicht ontstaat door factoren binnen (machtsstrijd, jaloezie,...) of buiten (slechte leiding door directeur, machtsmisbruik,...) de groep. Ze leiden tot frustratie, die op haar beurt verzet of agressie uitlokt. De agressie kent een positieve uitlaatklep als men bijvoorbeeld gaat sporten. Op negatieve wijze kan mobbing het gevolg zijn.
Bob van der Meer hecht ook belang aan het zondebokfenomeen of -mechanisme als aanleiding voor pesterijen op het werk. Door vijandig met elkaar om te gaan, ontstaan er vooroordelen die, als men er niets aan doet, tot discriminatie leiden. Verder vermeldt hij ook nog autoriteit, groepsdruk en karakter van de pester (er van genieten mensen te treiteren).
Gevolgen
Mobbing heeft gevolgen voor het slachtoffer. Dat is duidelijk. Maar wist u dat ook de pester en het bedrijf eraan moeten geloven Dit deel is gebaseerd op het werk van van der Meer?
Op basis van brieven van en gesprekken met slachtoffers, besluit van der Meer dat er veel mogelijke gevolgen zijn voor hen: zich passief of juist provocerend gedragen, een laag zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen, wantrouwen, negatiever toekomstperspectief, psychosociale problemen, eetstoornissen, verslavingen. Soms leidt het zelfs tot ontslag(name), zelfmoord(poging),... Het is wel duidelijk dat de gevolgen en hun intensiteit afhankelijk zijn van hoe het slachtoffer ermee omgaat en ermee kan omgaan. Zo is bijvoorbeeld een goede fysieke en psychische gezondheid van groot belang. Hetzelfde geldt voor de sociale ondersteuning, onafhankelijkheid en capaciteiten.
Als de pester niet afgeremd wordt in zijn gedrag, blijft hij dit voortdoen en gaat hij ook anderen, buiten het werk pesten. Volgens van der Meer blijven andere capaciteiten of vaardigheden dan onbenut of onderontwikkeld.
Het staat vast dat er ook gevolgen zijn voor de onderneming, maar die zijn nog niet duidelijk omschreven en onderkend. Zo heeft van der Meer het o.a. over de kosten (verzuim, minder prestaties, tijd die erin kruipt), groepmentamiteit (imago), juridische processen, motivatie, productkwaliteit, productiviteit, verzuim,…
Optreden
Het probleem, zoals het hierboven geschetst is, verdient acties. Maar dewelke? Is voorkomen voldoende? Ook als er al pesterijen zijn? En wat moet dan aangepakt worden, enkel het pesten zelf of ook de relaties tussen de collega's onderling? Eerst stelt er zich nog een andere vraag volgens van der Meer: Is het probleem wel op te lossen? Hij antwoordt zelf overtuigd positief, maar enkel op lange(re) termijn. Op kortere termijn ziet hij enkel een curatieve aanpak.
Leymann maakt een onderscheid tussen voorkomen, stoppen en herstel (rehabilitation). In eerste instantie hecht hij er veel belang aan te voorkomen dat conflicten escaleren. Het is daarvoor aangeraden alle niveaus van het management een opleiding conflictmanagement te laten volgen. Bijkomend zijn bedrijfsspecifieke regels nodig over wat mag en wat niet magen over het aanwenden van het conflictmanagement. De tijdige interventies (stoppen) houden in dat een manager in staat moet zijn tijdig mobbing te herkennen. Personen aanduiden bij wie men met problemen over pesterijen terecht kan, is geen overbodige luxe. Herstel, tot slot, wil volgens Leymann zeggen dat de bedrijfsleiding de persoon in gevaar moet beschermen. De gepeste werknemer moet in staat zijn weer te kunnen werken zoals voor het pesten.
Bob van der Meer gaat nog een stap verder en is van mening dat er ook hulp moet zijn voor de pesters in de vorm van een gedragscode en een duidelijk omschreven aanpak van en hulp aan pesters. Hij pleit ervoor dat in deze code ook sancties voor overtredingen zijn ingebouwd.
En in België?
Over pesten op het werk werd in België nog maar weinig onderzoek gedaan. Een zoektocht leverde een recente studies op: een scrpitie aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit van Gent (1997-1998).
De vragenlijst
Op basis van bestaande literatuur en een vooronderzoek werd een vragenlijst, bestaande uit twee luiken, opgesteld. Het eerste luik peilt grotendeels naar een aantal demografische gegevens van de respondent. Het tweede luik gaat uit van de LIPT-vragenlijst (Leymanns Inventaris van Psychologische Terreur). Het gaat om 45 negatieve handelingen die tijdens het 'pestproces' kunnen voorkomen.
Demografisch
Voor het onderzoek selecteerde de onderzoekster at random een onderzoeksgroep uit de Vlaamse bevolking (273). Uiteindelijk namen 174 personen deel aan het onderzoek.
Tabel - Enkele demografische gegevens van de onderzoeksgroep
| Variabele | n | % |
Geslacht
Vrouw
Man | 96
78 | 55,2
44,8 |
Leeftijd
26
26 - 35
36 - 45
46 - 55
55 | 16
36
57
60
5 | 9,2
20,7
32,8
34,5
2,9 |
Werktijd
Fulltime
Parttime | 152
22 | 87,4
12,6 |
Functie
Zelfstandige
Kaderlid/leidinggevend
Arbeider
Bediende | 3
43
22
105 | 1,7
24,7
12,6
60,3 |
Gepest?
Van de totale steekproef van 174 respondenten gaven 17 (9,8%) personen aan dat ze op hun werk gepest werden. Het gaat hier om de subjectieve inschatting van pesten. Dit in tegenstelling tot het aantal personen dat beantwoordt aan Leymanns definitie van pesten op het werk. Dat zijn er 63 (38,9%). 24,4% was ooit getuige van pesterijen op het werk en 19,2% is op de hoogte van pesterijen binnen de organisatie waar ze tewerkgesteld zijn. 56,4% beweert dat er naar hun weten niet gepest wordt op hun werk.
Verband
Eén van de belangrijkste resultaten van het onderzoek is het significant verband tussen de leeftijd en al dan niet gepest worden op het werk. Het grootst aantal gepesten (40%) is ouder dan 55 jaar. Binnen de leeftijdsgroep 26 jaar wordt binnen de onderzoeksgroep niemand gepest op het werk. Binnen de leeftijdscategorie van 46 tot en met 55 jaar wordt 15% van de respondenten gepest.
Ook de sector waarin men werkt heeft een significante relatie met al dan niet gepest worden op het werk. Het grootst aantal gepesten werkt in de volgende sectoren: transport (42,9%), maatschappelijke dienstverlening (40%) en de schoonmaaksector (33,3%). Niemand van de gepesten is tewerkgesteld binnen de horeca of de gezondheidszorg.
Daarnaast was er geen significant verband tussen pesten op het werk enerzijds en anciënniteit, positie, werktijd, grootte van de organisatie of afdeling waarin men tewerkgesteld is anderzijds.
De pestkop
De respondenten hebben ook vragen over de pestkop beantwoord. Uit de antwoorden blijkt dat het om ongeveer evenveel mannen (52,9%) als vrouwen (47,2%) gaat. 41,2% van deze pestkoppen situeert zich in de leeftijdscategorie 26 - 35 jaar. 52,9 van alle pestkoppen bekleedt een functie, hoger dan die van de gepeste. Opmerkelijk is dat ze een hoge anciënniteit hebben: 29,4% werkt tussen 10 en 20 jaar en 29,4% heeft een anciënniteit hoger dan 20 jaar.
35,3% van de respondenten wordt door zijn of haar directe chef gepest. Die directe chef is in dit onderzoek steeds een man. Geen enkele vrouwelijke chef werd als pestkop gerapporteerd.
Duur en frequentie
Ruim drievierde (76,5) van de pesterijen duurt langer dan twee jaar (47,1% 2-5 jaar, 29,4% meer dan 5 jaar). Bij 40% van de respondenten die reeds meer dan 5 jaar gepest worden, gebeurt dit verschillende keren per maand. Van diegenen die tussen de 2 en 5 jaar gepest worden, rapporteerde 37,5% dat dit bijna dagelijks gebeurt. Alle respondenten die ongeveer een jaar gepest worden geven een frequentie van één keer per week aan.
Mijnheer X: "Ik ben reeds twee jaar in ziekenverlof. Ik ben depressief omdat mijn bazen mij pesten. Ik werk in een overheidsinstelling waar opleiding een grote rol speelt. Men verbiedt mij die opleidingen te volgen. Gewoon omdat ik mijn werk goed wil doen. Momenteel loopt er een rechtszaak tegen mijn baas."
Prof. S. Lievens van de RUG: "Een aantal types van mensen wordt gemakkelijker het slachtoffer van pesterijen. Zo zijn er bijvoorbeeld de mensen die in zichzelf gekeerd zijn, de meer zwakke figuren die volgzaam zijn, die werkslaaf zijn en die over zichzelf een negatief zelfbeeld hebben of die met teveel zin voor perfectie hun werk doen. Anderzijds zijn er de uitblinkers en de ambitieuzen. Tot slot zijn er ook allerlei groepen van minderheden: etnische of seksuele minderheden, ex-gedetineerden,…"
Hilde: "Ik werd gepest omdat er in mijn kledij een reuk hing die afkomstig is van het gebouw waar ik woon. Ik werd daarom naar huis gestuurd. De arts heeft vastgesteld dat er geen lijfgeur was. Ik heb het probleem aangekaart bij de directeur-generaal. Hij heeft de pesters aangemaand ermee te stoppen. De pesterijen zijn gedaan, maar het probleem blijft toch hangen."
Mevrouw Z: "Ik werd gepest in een firma waar ik 40 jaar werkte. Ik was 58 jaar en kreeg het te verduren van nieuwe jonge collega's. Het was drie tegen één. Ze maakten koffie voor iedereen behalve mij, ze draaiden de verwarming dicht,… De directie had er geen oor naar, want ik moest er maar twee jaar meer werken, maar met de nieuwelingen moesten ze nog jaren verder."
Myriam: "Ik werkte in een grootkeuken en werd daar gepest. Die pester is ziek. Hij heeft mijn leven verpest. Hij deed het licht uit terwijl ik op toilet zat, stond in het donker te hijgen, bracht me in verlegenheid in het bijzijn van klanten, drukte een natte spons tussen mijn benen."
Een pestkop: "Mijn collega's en ik proberen een chef te pesten, maar we krijgen hem niet weggepest. Niemand durft tegen zijn beslissingen in te gaan, dus proberen we hem klein te krijgen door kritiek te geven op zijn werk, ook al doet hij zijn werk goed. Dat pesten geeft innerlijke voldoening. De chef weet niet vanuit welke richting het komt."
Willy: "Ik word als taxichauffeur wel eens gepest door mijn collega's. Ze zetten hun wagen vlak tegen de mijne, geven adressen van mensen die geen taxi aangevraagd hebben,… Het is op de duur pesten om elkaars brood af te nemen."
Marc: "Ik ben de pester van de pester. Een collega pestte al maanden een vrouwelijke collega in alle opzichten. Ik wou gewoon zijn eigen argumenten tegen hem gebruiken om dat op te lossen. En dat is gelukt. Ik persoonlijk word nooit gepest, maar ik heb er genoegen in de pesters te viseren." |
Bronnen :
Pestende bazen en collega's, Gezond in Bedrijf, juni 1996
The Mobbing Encyclopedia, Heinz Leymann, http://www.leymann.se
Pesten op het werk, Bob van der Meer, 1997, 86 pp., ref. PREVENT: PSOH 9873
Citaten: "Groot Gelijk", radio 1, 21 januari 1998, Pesten op het werk
|