Werkende jongeren en hun welzijn. Een literatuurstudie  De Europese Week voor Veiligheid en Gezondheid op het werk 2006 staat dit jaar in het teken van de jonge werknemer. Jongeren hebben immers meer kans om het slachtoffer te worden van een arbeidsongeval. Lieven Eeckelaert van Prevent deed een literatuuronderzoek naar de risicofactoren voor arbeidsongevallen bij jongeren. Het blijkt dat verschillende aspecten een rol spelen in het verhoogde ongevalsrisico voor jongeren. De studies
Het welzijn van werkende jongeren (15-24 jaar) is een wijdverbreid onderzoeksthema. Dat blijkt uit een literatuurzoektocht van Breslin en collega’s (Institute for Work and Health, Toronto): hun studie leverde meer dan 6000 artikels op.
Al deze studies kunnen ruwweg ingedeeld worden in kwantitatief en kwalitatief onderzoek. In het eerste geval gaat het om het gebuik en analyse van statistische data zoals arbeidsongevallenaangiften, resultaten van vragenlijsten, etc. Kwantitatief onderzoek houdt zich bezig met gevalstudies, literatuurstudies en dergelijke meer.
Het welzijn van jonge werknemers kan op verschillende manieren worden benaderd. Onderzoek kan zich richten op diverse vormen van werk (bv. betaalde arbeid, beroepsopleidingen) en tewerkstelling (bv. deel- of voltijds werk, uitzendarbeid), specifieke sectoren (bv. de bouw), risicofactoren (bv. ongewenst grensoverschrijdend gedrag op het werk, drugs- of alcoholgebruik), werknemersgroepen (bv. stagiairs, minderheden) en gezondheidseffecten (niet-dodelijke en dodelijke arbeidsongevallen, beroepsgebonden aandoeningen of andere klachten).
Studies in dit domein kampen met een aantal methodologische moeilijkheden. Eerst en vooral is het niet eenvoudig om het begrip ‘werk’ eenduidig te definiëren en af te bakenen. Werk wordt in het kader van ‘jongeren en werk’ meestal in de enge zin geïnterpreteerd, namelijk als deelname aan de reguliere arbeidsmarkt. Verder is het goed mogelijk dat de analyseresultaten van arbeidsongevallen niet altijd een juiste weergave zijn van de werkelijkheid: vele onderzoeken zijn immers gebaseerd op het aantal voltijdse werknemers, terwijl velen - en daarbij vormen jongeren een grote groep - tijdelijk en/of deeltijds werken. Het gevaar voor onderrapportering bestaat ook als jongeren niet op de hoogte zijn van het melden van een arbeidsongeval of dit niet durven uit schrik hun job te verliezen. Ook studies naar de prevalentie van beroepsziekten bij jongeren kunnen een vertekend beeld geven: als gevolg van de groeiende flexibele tewerkstelling worden beroepsgebonden aandoeningen misschien niet herkend en geregistreerd.
Risicogroep
Jongeren vormen een risicogroep als het gaat over welzijn op het werk. Voor dit onderzoek werden geanalyseerd. kwam, op basis van een analyse van 63 studies over niet-dodelijke en 45 studies over dodelijke arbeidsongevallen, tot de conclusie dat jonge werknemers meer betrokken zijn bij ongevallen dan hun oudere collega’s. Jonge mannen vormen hierbij de grootste risicogroep. Dit zou te wijten kunnen zijn aan het feit dat zij vaker in gevaarlijkere sectoren en beroepen werken (zo zijn er bv. in België meer jonge mannelijke arbeiders, en anderzijds meer jonge vrouwelijke bedienden). De arbeidsongevallen van jongeren zouden wel minder ernstig zijn en minder vaak tot de dood leiden. Jongeren hebben dan ook algemeen gezien een hogere impactweerstand en een beter recuperatievermogen. Deze vaststellingen rond arbeidsongevallen en jongeren blijken ook op te gaan voor de Belgische jonge werknemers.
Beroepsgebonden aandoeningen en andere gezondheidsklachten kunnen eveneens ontstaan in de eerste arbeidservaring(en). Beroepsziekten komen echter niet steeds meteen tot uiting (bv. bij werkgebonden gehoorschade of musculoskeletale aandoeningen) en door de kortstondige aard van arbeid die vele jongeren verrichten, wordt de link tussen aandoening en arbeid dikwijls niet gelegd. Maar beroepsgebonden aandoeningen vergen niet altijd een cumulatieve blootstelling en/of latentietijd; zo zouden acute aandoeningen, zoals bv. bepaalde allergieën en astma, een hogere prevalentie hebben bij jonge werknemers. Dit is deels te verklaren door het ‘healthy worker’-effect: een werkende populatie bestaat normalerwijs uit mensen met de beste gezondheid en capaciteiten (werknemers met gezondheidsproblemen haken op termijn af). Jonge werknemers staan echter aan het begin van hun loopbaan, waardoor dit effect nog geen tijd heeft gehad om zich voldoende te manifesteren. Vandaar misschien dat acute beroepsziekten zich schijnbaar vaker zouden voordoen bij jonge werknemers.
Verder vormen jongeren ook een risicogroep voor ongewenst grensoverschrijdend gedrag op het werk, zoals (verbaal en fysiek) geweld, pesten en seksueel gedrag door klanten, collega’s of oversten. Dit is mede te wijten aan de aard van arbeid die ze verrichten (bv. nachtwerk, omgaan met geld, alleen of met weinig mensen werken). Een gebrek aan maturiteit en ervaring maakt hen daarbij extra kwetsbaar.
Tabel 1 - arbeidsongevallen op de arbeidsplaats volgens leeftijd (2002-2004)

Cijfers van arbeidsongevallen afkomstig van het Fonds voor arbeidsongevallen; tewerkstellingsgegevens op basis van de RSZ cijfers
Op zoek naar verklaringen
In de literatuur zijn heel wat verklaringen te vinden waarom jonge werknemers nu specifiek een risicogroep vormen. Ze kunnen worden opgedeeld in intrinsieke en extrinsieke risicofactoren.
De intrinsieke risicofactoren hebben te maken met de jonge werknemer zelf, die begint te werken op een moment dat hij/zij in volle (fysieke, psychische en sociale) ontwikkeling is en over weinig ervaring beschikt. In tabel 1 worden een aantal van deze factoren opgesomd.
De extrinsieke risicofactoren worden bepaald door de karakteristieken van de job en werkplaats en zijn dus veelal het gevolg van de werkgever die er niet in slaagt om een veilige en gezonde job te creëren voor zijn jonge werknemers (zie ook tabel 3).
Tabel 2 - Intrinsieke risicofactoren
- Gebrek aan ervaring, gebrek aan anciënniteit
- Typische persoonlijkheidskenmerken bij jongeren, die gevolgen kunnen hebben voor hun veiligheid en gezondheid (tabel 2)
- Perceptie van relatieve onkwetsbaarheid: zichzelf onkwetsbaar achten en denken dat een ongeval enkel anderen kan overkomen (ook wel het ‘superman’-complex genoemd)
- Geen vragen durven stellen of werk durven weigeren:
uit gebrek aan zelfvertrouwen of assertiviteit
uit schrik om job te verliezen
om oversten tevreden te stellen en een goede indruk te laten
om zichzelf te bewijzen
om erbij te horen en als volwassene behandeld te worden
- Sneller werken om mee te kunnen met en niet te moeten onderdoen voor de ervaren werknemers (mede het gevolg van groepsdruk)
- Geloof dat men niet gevraagd zou worden iets te doen als het echt gevaarlijk zou zijn
- Onveilig gedrag van collega’s imiteren
- Gebrek aan sociale vaardigheden om goed te communiceren met oversten over welzijnskwesties
- Door snelle groei van organen en speer-, pees-, botstelsel, is men als jongere extra kwetsbaar
- Drug- of alcoholgebruik op het werk |
Tabel 3 - Persoonlijkheidskenmerken als risicofactoren voor arbeidsongevallen bij jonge werknemers
| Persoonlijkheids-kenmerk | Beschrijving | Kan leiden tot... |
| Zoeken van sensatie | Nood aan gevarieerde, nieuwe en complexe gewaarwordingen en ervaringen; gaat gepaard met neiging om fysieke en sociale risico’s te nemen om dergelijke zaken te kunnen meemaken | Nemen van risico’s en negeren van veiligheids- en gezondheidsvoorschriften |
| Negatieve affectiviteit | Subjectieve neiging om onrust en ontevredenheid te voelen; gaat gepaard met een gebrek aan emotionele stabiliteit | Gaten in aandacht en meer kans op verstrooidheid |
| Rebellie | Mate waarin men gefrustreerd en opstandig is wanneer men geconfronteerd wordt met regels, zijn/haar gedrag niet vrij kan bepalen of beslissingen kan nemen | Bewust negeren van veiligheids- en gezondheidsvoorschriften |
| Impulsiviteit | Neiging om zaken snel voor elkaar te krijgen en plots te handelen zonder lang stil te staan bij de eventuele gevolgen | Zich haasten om een taak te vervullen zonder de veiligheidsprocedures echt in acht te nemen |
Tabel 3 - Extrinsieke risicofactoren
- Karakteristieken van de tewerkstelling (zoals bv. tijdelijke arbeid, nachtarbeid)
- Eigenschappen van de sector en beroep
- Arbeidsomstandigheden (zoals bv. fysische of andere gevaren, werklast, gebrek aan orde en netheid)
- Taak of uitrusting die fysiek niet is aangepast aan de jonge persoon (antropometrie)
- Gebrek aan voorlichting, opleiding, training
- Gebrek aan toezicht
- Gebrek aan leiderschap en cultuur m.b.t. welzijn op het werk
- Afwezigheid van een welzijnsbeleid (geen opleidingsprogramma, geen procedures, etc.) |
Gebrek aan ervaring
Een belangrijke (intrinsieke) risicofactor i.v.m. veiligheid op het werk, is het gebrek aan ervaring en aan anciënniteit. Breslin & Smith Breslin FC & Smith P, ‘Trial by fire: a multivariate examination of the relation between job tenure and work injuries’, Occupational and Environmental Medicine, 2006, 63(1), p. 27-32. onderzochten de relatie tussen arbeidsongevallen en het aantal maanden tewerkstelling in een job (dus de anciënniteit), en stelden een sterk omgekeerd verband vast tussen de incidentiegraad en anciënniteit - onafhankelijk van factoren als leeftijd, geslacht, sector of beroep. De kans op een ongeval daalt dus naarmate men meer ervaring heeft in een bepaalde job - en dit op om het even welke leeftijd. Volgens deze studie zouden werknemers in hun eerste maand vier maal zoveel kans hebben op een arbeidsongeval dan werknemers die al meer dan een jaar een bepaalde job uitoefenen (zie figuur 1).
Deze bevindingen zijn belangrijk in het licht van de veranderingen op de arbeidsmarkt. Belgische jongeren werken namelijk steeds meer met flexibele arbeidscontracten (bv. tijdelijke arbeid, uitzendarbeid, vakantiewerk) en doen dit ook meer dan de gemiddelde beroepsbevolking. Dit impliceert dat jonge werknemers vaker van job veranderen en kortstondiger een bepaalde job uitoefenen, en dus een grotere risicogroep vormen. Flexibilisering kan dus nadelige gevolgen hebben voor het welzijn van (jonge) werknemers.
Uit figuur 1 kan eveneens geconcludeerd worden dat jongeren zich even snel aanpassen in een job als oudere werknemers: de incidentiegraad in alle leeftijdscategorieën daalt naarmate men aan ervaring wint. Dit verzwakt de veronderstelling dat intrinsieke factoren een allesbepalende rol spelen in het verhoogde ongevalsrisico bij jonge werknemers; zoniet zou voor de jongeren in figuur 1 een constante, hogere incidentiegraad te zien zijn geweest - zelfs na een tijdje te hebben gewerkt.

Figuur 1: Aangiften per 100 voltijdse equivalenten volgens leeftijd en anciënniteit (Breslin & Smith, 2006).
Extrinsiek versus intrinsiek
Breslin en collega’s1 gingen in hun studie vooral op zoek naar het bewijsniveau van een onafhankelijk verband tussen arbeidsongevallen en een aantal (intrinsieke en extrinsieke) risicofactoren. De belangrijkste resultaten van deze studie zijn weergegeven in tabel 4 Breslin FC et al, ‘Systematic review of risk factors for work injury among youth’, 2005, p. 35..
Volgens de onderzoekers zijn job- en werkplaatsgebonden factoren uiteindelijk van groter belang dan intrinsieke risicofactoren. Er waren meer bepaald voldoende bewijzen dat gevaren op het werk en de werkdruk sterk verbonden zijn met het risico op een ongeval.
Voor één intrinsieke risicofactor is voldoende bewijs gevonden, namelijk het behoren tot een (etnische) minderheidsgroep. Deze jongeren blijken een verhoogd ongevalsrisico te hebben, ook wanneer werkgebonden factoren onder controle worden gehouden. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat deze jongeren vaker in gevaarlijk werk terechtkomen. Verder zouden factoren zoals verschillen in training op het werk en taalproblemen een rol kunnen spelen.
Tabel 5
| Risicofactoren | Graad van bewijs van onafhankelijk verband met ongevalsrisico bij jonge werknemers |
| Demografische en individuele factoren |  |
| Geslacht | Voldoende bewijzen van geen verband |
| Leeftijd | Voldoende bewijzen van geen verband bij tieners |
| Anciënniteit | Onvoldoende bewijzen |
| Minderheidsgroep | Eerste (preliminaire) bewijzen |
| Persoonlijkheid | Voldoende bewijzen van geen verband |
| Drug- of alcoholgebruik op het werk | Onvoldoende bewijzen |
| Job- en werkplaatsfactoren |  |
| Industrie | Voldoende bewijzen van een verband, maar variabiliteit over welke industrieën/sectoren hoge risico’s inhouden |
| Gevaren verbonden aan het beroep/werk | Voldoende bewijzen van een verband |
| Werklast | Voldoende bewijzen van een verband |
| Werkuren | Voldoende bewijzen van geen verband |
| Toezichtsmogelijkheden | Onvoldoende bewijzen |
| Veiligheids- en gezondheidsopleiding | Onvoldoende bewijzen |
Besluit
Figuur 2 geeft een overzicht van de intrinsieke (rood) en extrinsieke (blauw) risico- en preventieve factoren m.b.t. het welzijn van jongeren op het werk. De beheersing van de risicofactoren en dus de preventie van negatieve gezondheidseffecten bij jonge werknemers, begint op het beleidsniveau. Vanuit de algemene arbeidsreglementering en specifieke wet- en regelgeving rond jongeren kan de bescherming van de veiligheid en gezondheid van jonge werknemers op twee manieren worden bereikt. Aan de ene kant moet de integratie van welzijn op het werk in het onderwijs verbeterd en bevorderd worden. Door welzijnsaspecten integraal te laten deel uitmaken van het leerprogramma (ook wel ‘mainstreaming’ genoemd), kunnen jongeren een preventiecultuur meekrijgen. Anderzijds ligt de verantwoordelijkheid bij de ondernemingen en organisaties om een degelijk welzijnsbeleid te voeren, waarbij er voldoende aandacht gaat naar de situatie en kenmerken van de jongste medewerkers...

Bronnen
- Breslin FC, Day D, Tompa E, Irvin E, Bhattacharyya S, Clarke, J, Wang A, ‘Systematic review of risk factors for work injury among youth’, Toronto, Institute for Work and Health, 2005, 101 p
- Debruyne M, Eeckelaert L & Verjans M, ‘Portret van de jonge werknemer. Statusrapport: stand van zaken in België’, Prevent, 2006. 98 p. http://www.safestart.be/nl/pdf/Statusrapport_Prevent.pdf., Renneson B, ‘Arbeidsongevallen bij jonge werknemers - Statistieken’, Fonds voor Arbeidsongevallen, 2006, 15 p. http://www.safestart.be/nl/pdf/arbeids_ongevallen_bij_jonge_werknemers_statistieken.pdf.
- Eeckelaert L, 'Het welzijn van werkende jongeren', Leuven, Katholieke Universiteit Leuven, 2006
- Nuffel K, Vettenburg N, Elchardus M, Walgrave L & De Bie M (Eds.), ‘Jeugdonderzoek belicht. Voorlopig syntheserapport van wetenschappelijk onderzoek naar Vlaamse kinderen en jongeren’, 2000-2004, p. 1-2.
http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/publicaties/werk.PDF.
- Salminen Salminen S, ‘Have young workers more injuries than older ones? An international literature review’, Journal of Safety Research, 2004, 35, p. 513-521.
- Sinnaeve I, ‘Jongeren en werk. Over mogen, moeten, willen en kunnen werken’, 2004. In: Burssens D, De Groof S, Huysmans H, Sinnaeve I, Stevens F, Van
|