Investeren in mens en werk

 

Zoeken

Home Over PREVENT In English Kennisbank Opleidingen Documentatie Forum 
 
GO
  
Onderzoek Details

Onderzoek

Laptopgebruik onderzocht

De preventiedienst van Kind en Gezin wilde een duidelijke kijk krijgen op de mentale en fysieke belasting bij het werken met laptops. Prevent ontwikkelde hiervoor een specifieke vragenlijst.


 
 
De vragenlijst
De vragenlijst is gebaseerd op enkele bestaande instrumenten. Gezien de specifieke taken van het grootste aantal deelnemers (verpleegkundigen die instaan voor huisbezoeken en consultaties) werd geopteerd voor een instrument dat zo goed mogelijk aansluit bij de activiteiten en de eigenheid van het werk bij Kind en Gezin. De vragenlijst hield rekening met de variatie van de werkplekken waar de deelnemers actief zijn en maakte een onderscheid tussen de hoofdwerkplek (meer dan 50% van de tijd) en de tweede werkplek.

Een eerste deel van de vragenlijst behandelt een aantal gegevens over de deelnemer (geslacht, leeftijd, hoogst behaalde diploma, functie bij Kind en Gezin en anciënniteit), op welke werkplek hij/zij actief is en het gebruikte type laptop. Om een beeld te krijgen van de kwaliteit van het werken met de laptop, bevraagt de vragenlijst vervolgens een aantal thema’s die verband houden met het gebruik. Een eerste groep thema’s houdt verband met de laptop zelf: beeldscherm, toetsenbord, muisfuncties. De tweede groep thema’s behandelt de werkplek: werkvlak, stoel, omgeving. Ook de arbeidsorganisatie komt aan bod: verplaatsingen met laptop,... Een laatste categorie vragen peilt naar de ervaren hinder ter hoogte van specifieke lichaamsregio's (hoofd, ogen, nek, schouders, rug,...).

Bij elk thema kunnen de deelnemers opmerkingen, vragen of aanvullingen formuleren.

De interne preventiedienst van Kind en Gezin organiseerde de afname van de enquêtes. Alle laptopgebruikers kregen de vragenlijst toegestuurd. De afname gebeurde schriftelijk. De respondenten bezorgden de ingevulde vragenlijsten aan Kind en Gezin of Prevent.

Verwerking
De vragen over de verschillende thema’s konden meestal beantwoord worden met "ja" of "neen". Bij de verwerking kregen alle positieve punten een score 1 en alle negatieve punten een score 0. Dit liet toe per thema het aantal positieve punten te berekenen. Resultaat is een globaal beeld over de inschatting van bv. het toetsenbord of het gebruik van de muisfuncties. In een eerste screening van de gegevens werd dan ook enkel hiernaar gekeken. In een tweede analyse werd meer in detail gekeken welke punten er concreet gescoord werden. Op die manier kan aangegeven worden waar de knelpunten in het laptopgebruik juist gesitueerd zijn.

De respondenten
607 van de 828 vragenlijsten werden ingevuld terugbezorgd (responsrate van 73%).
91% van de respondenten is vrouw, vnl. gesitueerd in de leeftijdscategorieën 30 tot 40 en 40 tot 50 jaar. 71% van de respondenten is regioverpleegkundige (RV) die meer dan 50% van de tijd huisbezoeken uitvoert. De overige respondenten voeren eerder administratieve functies uit en zijn vooral werkzaam op een kantoor van Kind en Gezin. Meer dan een kwart van de respondenten heeft een anciënniteit tussen de 21 en 30 jaar, 38% minder dan vijf jaar.

Laptop en hinder
In eerste instantie ging het onderzoek na of de respondenten hinder hebben van de manier waarop ze muisfuncties (moeten) gebruiken. Bij laptops bevindt de muisbediening zich immers op het toestel zelf door middel van een touchpad (rechthoekig matje) of een trackpoint (bolletje tussen de toetsen). Daarnaast werd ook onderzocht of er mogelijkheid is een afzonderlijke muis aan te sluiten, of de respondenten dit doen en of ze hinder hebben van de vorm van de muis. Bijna 80 % van de respondenten werkt met een trackpoint, de andere met een touchpad. 21 % heeft hinder van het gebruik van deze invoermiddelen maar er is geen significant verschil tussen het al dan niet hebben van hinder en het type invoermiddel. 64 % van de respondenten kan een afzonderlijke muis aansluiten, maar dat wil nog niet zeggen dat ze er een ter beschikking hebben. 22 % hiervan doet dat ook effectief.

Onder het thema beeldscherm konden de deelnemers aangeven of ze hinder hadden van onleesbare tekst, flikkeringen en trillingen of spiegelingen. Daarnaast werd ook gepeild naar problemen met het regelen van het contrast en de helderheid van het beeldscherm en de instelbaarheid van de weergave op het scherm. De antwoorden op deze vragen tonen een significant verschil tussen de groep regioverpleegkundigen (RV) en de "andere functies". Deze laatste groep heeft aanzienlijk minder opmerkingen dan de groep RV's. Hinder van spiegelingen in het beeldscherm is het belangrijkste knelpunt. 43 % van de RV's heeft hier last van, gevolgd door het niet kunnen instellen van de weergave op het scherm (39 %).

De vragen over het toetsenbord gingen vooral na op welke manier de respondenten plaatsnemen achter de laptop en op welke manier ze met de handen aan de laptop werken. Wat betreft het aantal aangehaalde problemen is er geen significant verschil naar functie, wel naar hoofdwerkplek. 74 % van de respondenten die geen ondersteuning hebben voor polsen en onderarmen, heeft als hoofdwerkplek huisbezoeken en andere consultaties. Ook thuiswerk scoort niet goed op dit punt. 70 % van de respondenten met als hoofdwerkplek "thuis" heeft geen ondersteuning voor polsen en onderarmen. Wie als hoofdwerkplek het kantoor heeft, scoort hier beter.

Eén op vijf respondenten zegt hinder te ondervinden bij het werken met het toetsenbord. Er zijn significante verschillen wat betreft het al dan niet beschikken over een afzonderlijk klavier. Van de 3 % die over een afzonderlijk klavier beschikt, werkt de meerderheid op een kantoor van Kind en Gezin (65 %).

Software en werkvlak
Om de mentale belasting bij de gebruikers zo klein mogelijk te houden, is het belangrijk dat de softwarepakketten goed functioneren. Vandaar dat in deze vragenlijst aspecten als gebruiksvriendelijkheid, efficiëntie, informatie over fouten, makkelijk afbreken en opstarten,... aan bod komen. Er zijn verschillende problemen m.b.t. de kwaliteit van de programma’s. Bijna een kwart van de Ikaros-gebruikers meldt meer dan vijf problemen. Voor Lotus Notes is dit 16 %. Bij beide programma's klagen de gebruikers vooral over ongewenste acties, het niet aangeven van fouten, het niet op elk moment kunnen afbreken en starten van het programma,... 94 % van de respondenten vindt over voldoende hulp te kunnen beschikken (helpdesk).

In de vragenlijst kwam ook het werkvlak uitvoerig aan bod. Dit levert informatie over de beschikbare ruimte, de positie van voeten en benen, de positie t.o.v. het beeldscherm,... De respondenten hadden heel wat opmerkingen op dit vlak. Analyse van deze opmerkingen toont significante verschillen tussen de verschillende hoofdwerkplekken. Vooral wie als hoofdwerkplek "huisbezoeken en andere contacten" en "thuis" heeft, heeft met werkvlakproblemen te kampen: de laptop kan niet op voldoende afstand geplaatst worden, er is onvoldoende plaats, het is niet altijd mogelijk om recht voor het beeldscherm te zitten,... 65 % van de thuiswerkers beschikt niet over een licht getint werkvlak en 47 % kan de laptop niet op voldoende afstand plaatsen. Thuis heeft eenvijfde van de deelnemers onvoldoende plaats en kan men niet recht voor het beeldscherm zitten. Verder beschikt slechts 8 % op de hoofdwerkplek over een documenthouder.

Stoel, omgeving en verplaatsing
Het valt op dat er in heel wat situaties geen stoel beschikbaar is. Het ligt voor de hand dat er tijdens huisbezoeken niet steeds een bureaustoel is, maar ook in de kantoren is dit vaak het geval. Wie wel over een stoel beschikt, heeft met problemen te kampen: geen lage rugondersteuning, geen armondersteuning, geen verstelbare zithoogte, geen schommelmechanisme,... De thuiswerkplek blijkt niet ideaal te zijn: zelden worden positieve punten aangegeven. Vermoedelijk beschikken dan ook weinig mensen over een bureaustoel thuis. Er werd ook gepeild naar het gebruik van de instel- en verstelmogelijkheden van de stoel. Ruim eenderde van de RV’s maakt hiervan gebruik op de hoofdwerkplek. Bij de "andere functies" is dit 70 %.
Niet alleen de stoel beïnvloedt de kwaliteit van het werken met een laptop, een heleboel andere omgevingsvariabelen spelen een rol. Daarom trachtte de vragenlijst de omgeving van de medewerkers in kaart te brengen. Er werd gevraagd naar de (inrichting van de) ruimte, het klimaat, de verlichting, het geluidsniveau,... Over het niveau van de verlichting is haast iedereen tevreden. Er is geen significant verband tussen de leeftijd en de inschatting van het verlichtingsniveau. Nochtans neemt de behoefte aan licht toe met de leeftijd. Over het algemeen zorgen de omgevingsvariabelen vooral in de regiohuizen voor problemen. Wat betreft de opstelling in de ruimte, heeft een groot deel van de respondenten collega’s of deuren in de rug, wat een gebrek aan privacy veroorzaakt. Verder zijn er problemen met reflecties/verblinding uit de omgeving. Er blijkt ook veel geluid te zijn, waardoor de concentratie afneemt.

73 % van de respondenten heeft bij verplaatsingen (meestal met de wagen of het openbaar vervoer) hinder van het gewicht van de laptop. Dit geldt vooral voor de verpleegkundigen.
85 % van de deelnemers stopt de laptop in een draagtas. Het gewicht van de laptop en deze draagtas op zich blijkt een probleem te zijn, maar het probleem stelt zich voornamelijk als er nog ander materiaal mee moet. Maar liefst 95 % van de RV’s meldt dat het totale gewicht een probleem is. Verder zijn ze bang te vallen en te struikelen. De deelnemers uit de groep "andere functies" hebben vooral last van angst om overvallen te worden. Dit kan te maken hebben met de ligging van bijvoorbeeld de kantoren en het onveiligheidsgevoel dat in die buurt heerst.

Arbeidsorganisatie
Met de gegevens uit de vragenlijst wilden de onderzoekers ook een beeld krijgen van de wijze waarop het werk met laptops georganiseerd wordt. Zo werd o.m. gevraagd naar het aantal uren dat de respondenten met de laptop werken, naar eventuele pauzes, afwisseling in de taken,... 48 % van de deelnemers werkt tussen 2 en 4u per dag met de laptop en 31 % tussen 4 en 6u. Werken met de laptop wordt meestal afgewisseld met korte pauzes of andere activiteiten. Een kwart van de RV's geeft aan dat er sprake is van repetitieve taken. Bij de andere functies is dit slechts 8 %. 83 % van de deelnemers heeft mogelijkheden om werktempo en -volgorde zelf te kiezen. Er blijken ook heel wat mogelijkheden te zijn om zelf te beoordelen of het werk goed en op tijd verricht is.

Lichamelijke hinder
De deelnemers werd gevraagd in welke mate ze lichamelijke hinder ervaren (0: geen hinder, 1: lichte hinder, 2: matige hinder, 3: last, 4: erge last, 5: onhoudbare last). Tabel 1 geeft een overzicht van de antwoorden op deze vraag.

Tabel 1 - Overzicht van de scores lichamelijke hinder (in % en volgens dalend gemiddelde)

Gemiddelde
score
Geen hinderLichte hinderMatige hinderLastErge lastOnhoudbare last
Schouders1.9324191724115
Nek1.922429192386
Onderrug1.84 30161920107
Ogen1.66 2623232774
Bovenrug1.31 4120161462
Hoofd1.25 4023272352
Benen.70 622010621
Polsen.68 65189522
Voeten.50 71166421
Handen.45 74166311
Vingers.4575155311
Ellebogen.4474165321
Buik.2484123100

Bij de verwerking van deze gegevens werden de gemiddelde scores met mekaar vergeleken in functie van leeftijd, geslacht, functie en anciënniteit in de functie.

Hieruit bleek dat RV's gemiddeld meer hinder hebben van hoofdpijn, last aan de schouders, last aan bovenrug, onderrug en buik. Verder is er een duidelijk verband tussen de hinderscores "ogen" en de leeftijd. De gemiddelde hinderscores nemen toe met de leeftijd. Er is ook een duidelijk verband tussen de gemiddelde ervaren hinder aan de onderrug en de leeftijd. Verder zijn er tussen de leeftijdsgroepen ook significante verschillen voor de hinderscores vingers, benen en voeten. Hoe ouder, hoe hoger de hinderscores voor vingers. Wat betreft de scores voor lichamelijke hinder aan de benen is er een verschil tussen de 31- tot 40-jarigen en de 51- tot 60-jarigen. Tussen dezelfde leeftijdscategorieën is er ook een significant verband voor de hinderscores voeten.

Vrouwen signaleren meer hinder van hoofdpijn, ogen, nek, schouders, bovenrug, onderrug en benen dan mannen.

Hoe groter de anciënniteit in de huidige functie, hoe hoger de gemiddelde hinderscore "ogen". Verder is er ook een verband tussen de anciënniteit en de hinder aan de onderrug. Hoe hoger de anciënniteit, hoe hoger de gemiddelde hinderscore. Niettegenstaande de zeer lage gemiddelde hinderscores blijkt er toch een verband te zijn tussen de hinder aan de vingers en de anciënniteit. Alle categorieën vertonen een significant verschil met de categorie "meer dan 30 jaar". De hinder aan de polsen neemt toe wanneer de anciënniteit toeneemt. Wie "minder dan 5 jaar", "tussen 11 en 15 jaar" en "tussen 16 en 20 jaar" anciënniteit heeft, ervaart significant minder hinder dan wie 30 jaar of meer actief is in zijn huidige functie. Wat de hinderscores voor de handen betreft, springen enkele verschillen in het oog. De scores zijn het hoogst in de categorie "meer dan 30 jaar". Wie "tussen 6 en 10 jaar" in de huidige functie werkt, scoort significant hoger dan wie er "tussen 16 en 20 jaar" werkt.

Conclusies en aanbevelingen
Op basis van een uitgebreid rapport met de resultaten werden enkele concrete aanbevelingen geformuleerd voor de laptopgebruikers bij Kind en Gezin. De eerste aanbevelingen gingen over de instellingen van het beeldscherm. Om verblinding te vermijden is een adequate opstelling van de laptop aan te bevelen: loodrecht t.o.v. de ramen of verwijderd van ramen. Verder werd aangeraden gebruik te maken van witte schermen met zwarte tekens. Deze reduceren de hinder van reflecties aanzienlijk. Nogal wat deelnemers weten niet hoe ze contrast, helderheid, tekengrootte moeten instellen. Informatie hierover is nodig.

Verder werd er aanbevolen waar mogelijk een extern toetsenbord aan te sluiten. Gezien dit bij verplaatsingen voor extra gewicht zorgt, is het aangeraden extra toetsenborden ter beschikking te stellen in de kantoren. Op die manier is verplaatsen van het toetsenbord niet steeds noodzakelijk. Het rapport suggereert ook de vaste hoofdwerkplekken verder te bekijken en te overwegen om daar een scherm, muis en klavier te voorzien (kantoor Kind en Gezin, regiohuis, thuiswerkplek, consultatiebureaus). Voor huisbezoeken is dit vanzelfsprekend niet altijd mogelijk. Hier kan bijvoorbeeld een afzonderlijke muis reeds een aanzienlijke verlichting van de belasting betekenen. Het toegenomen mee te nemen gewicht is verwaarloosbaar.

Ook opleiding i.v.m. de meest gebruikte softwareprogramma’s is welkom. Heel wat gemelde problemen kunnen te maken hebben met het niet adequaat kunnen werken met de programma’s. Opleidingen kunnen heel wat fouten voorkomen.

Wat betreft de zitproblemen bij de huisbezoeken, werd geadviseerd dat RV's best zelf aandacht besteden aan de plaats die ze kiezen bij een huisbezoek of een contact. Er moet hen expliciet uitgelegd worden waarom het belangrijk is aandacht te schenken aan een goede lichaamshouding. Voor de personen die als hoofdwerkplek een kantoor hebben, is een eigen bureaustoel aangewezen. Deze moet stabiel zijn, bewegingsvrijheid en een comfortabele werkhouding verschaffen.

Een advies betreffende het werkvlak is na te gaan op welke manier langdurig gegevens worden ingebracht en of het relevant is om hierbij gebruik te maken van een documenthouder.

Voor het transport van de laptop, ten slotte, zou iedereen minstens een draag- of rugzak moeten hebben. Dit kan tevens het risico op vallen verminderen. Een alternatief is een tas op wielen. Organisatorisch is het best eens stil te staan bij de vraag of de RV's steeds alles nodig hebben bij een huisbezoek. Kunnen brochures op een andere manier bezorgd worden (consultatiebureau), kan men gerichter materiaal meenemen,…?

De voornaamste resultaten
- 21 % van de respondenten die werken met een trackpoint of touchpad, heeft hinder van het gebruik van deze invoermiddelen;
- één op vijf respondenten ondervindt hinder bij het werken met het toestenbord;
- 65 % van de thuiswerkers beschikt niet over een licht getint werkvlak;
- 47 % van de thuiswerkers kan de laptop niet op voldoende afstand plaatsen;
- 73 % van de respondenten heeft bij verplaatsingen last van het gewicht van de laptop;
- een kwart van de regioverpleegkundigen zegt repetitieve taken uit te voeren;
- 83 % van de deelnemers zegt over voldoende regelmogelijkheden (werktempo en –volgorde) te beschikken;
- vrouwen signaleren meer hinder van hoofdpijn, ogen, nek, schouders, boven- en onderrug en benen dan mannen;
- hoe hoger de anciênniteit, hoe hoger de gemiddelde hinderscores "ogen", "onderrug", "vingers" en "polsen".

Laptopgebruik en de wetgeving
Het KB Beeldschermwerk (KB van 27 augustus 1993, BS 7 september 1993) is niet van toepassing op draagbare systemen die niet aanhoudend worden gebruikt op de werkpost. Maar de arbeidsinspectie hanteert het gelijke risicoprincipe voor personen die een bepaalde tijd beeldschermwerk doen, onafgezien of het gaat om een desktop of een laptop. De aankoop en het regelmatige gebruik van laptops ontslaat de werkgever niet van de plicht te voldoen aan het KB Beeldschermwerk. Bovendien moet een werkgever steeds toezien op risico’s in de onderneming, ook al zijn ze (nog) niet in een specifieke wetgeving beschreven.

Evaluatiecriteria
De wetgeving bevat tal van bronnen die kunnen dienen als evaluatiecriterium voor het laptopgebruik:
- richtlijnen voor de leesbaarheid van tekens:
° tekenhoogte: 0.5 tot 0.8% van de kijkafstand, nooit minder dan 3 mm (komt overeen met 8 tot 12 punt lettertypes);
° regelafstand: 1.5 tot 2 maal de tekenhoogte;
° woordafstand: 1 tot 1.5 maal de tekenbreedte;
- eisen toetsenbord:
° los van het beeldscherm en met een kabel verbonden;
° licht hellend (5°);
° stroeve onderzijde, niet makkelijk verschuifbaar;
° matte toetsen, in lichte tinten met donkere opdruk;
° raakvlak van toetsen is rond en hol;
° bedieningskracht niet te licht of te zwaar;
- minimale eisen werkvlak. Het KB Beeldschermwerk geeft de volgende minimale eisen op:
° het werkvlak moet een reflectiearm oppervlak hebben;
° het moet voldoende groot zijn;
° het moet een flexibele opstelling van alle beeldschermapparatuur en accessoires mogelijk maken;
- het KB Beeldschermwerk geeft minimumcriteria op voor stoelen: de stoel moet stabiel zijn, de gebruiker bewegingsvrijheid geven en hem een comfortabele werkhouding verschaffen. De ISO-norm 9241-5 vertaalt dit o.m. als volgt: de basis van de stoel is voldoende groot (5 of 6 poten), de stoel is verrijdbaar en heeft meerdere instelmogelijkheden om de bewegingen van de persoon op de stoel zo goed mogelijk te begeleiden;
- de minimale instelmogelijkheden voor stoelen volgens het KB Beeldschermwerk zijn: verstelbare zithoogte en verstelbare hoogte en hellingshoek van rugleuning. De ISO-norm 9241 vraagt heel wat meer instelmogelijkheden: verstelbare armleuningen (in hoogte, diepte, breedte), verstelbare zitdiepte (eventueel zitbreedte), schommelmechanisme. De bedieningsmiddelen moeten gebruiksvriendelijk zijn.


 
Meer info?

Gerelateerde producten

Verder in de kennisbank

 
© PREVENT vzw