Mainstreaming [Integratie van arbeidsveiligheid en -gezondheid in het onderwijs] Werkgevers en werknemers moeten een goede kennis van veiligheid en risicopreventie in hun bagage meedragen. Die kennis deden ze best op vooraleer ze op de werkvloer stonden. Het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk bestudeerde in welke mate in de diverse lidstaten veiligheid en gezondheid zijn opgenomen in de onderwijsprogramma’s. Algemene situatie in de lidstaten
In de meeste lidstaten omvatten de onderwijsprogramma’s modules "veiligheid en gezondheid op het werk" in verschillende ontwikkelingsstadia. De wetgeving vereist doorgaans specifieke maatregelen voor de opleiding inzake veiligheid en gezondheid op het werk, maar ze kan ook verder gaan en voor de leerlingen een bescherming eisen vergelijkbaar met die van de arbeiders. Momenteel is er een reële innovatie in de benadering van deze kwestie (leerlingen aangeduid als "veiligheidsafgevaardigden", partnerships tussen diverse ministeries,...).
Volgens het Agentschap zijn de voornaamste succesfactoren van de nationale projecten:
- het onderricht van de noties risico en veiligheid als een prioriteit beschouwen;
- het onderricht reeds in de eerste schooljaren integreren;
- het aanleren van veiligheidsbegrippen beschouwen als iets wat levenslang vruchten zal afwerpen en er zoveel mogelijk actoren bij betrekken (leerkrachten, werkgevers, werknemers en afgevaardigden, ouders, leerlingen, deskundigen);
- in de leerprogramma’s een goed evenwicht bewaren tussen theorie en praktijk;
- een samenwerking tot stand brengen tussen alle professionals op het gebied van veiligheid, gezondheid en onderwijs;
- methodes ontwikkelen voor het doorgeven van kennis inzake veiligheid op een voor de leerlingen motiverende wijze.
Basisonderwijs
Het onderricht van de notie risico moet beginnen bij de bewustmaking van de kinderen van wat gevaarlijk is in hun omgeving (thuis, op school en tijdens het spel) en van wat ze moeten doen om hun eigen veiligheid en die van hun omgeving te verbeteren. Projecten voor jonge kinderen moeten een beroep doen op de verbeelding en een speels karakter hebben. De kinderen moeten leren de risico’s herkennen, beoordelen en beheersen, en niet alleen ze vermijden.
In Denemarken en Italië werden specifieke projecten voor de allerkleinsten ontwikkeld.
Denemarken
Veiligheid en gezondheid behoren tot de basisprioriteiten van het actieprogramma van de Deense regering getiteld "Een risicovrij arbeidsmilieu tegen 2005". Het doel van dit programma is onder meer de vermindering van het aantal ongevallen met slachtoffers jonger dan 25 jaar. Het adviseert ook de integratie van de "veiligheidsfilosofie" in de scholen, om de leerlingen de kans te geven een positieve bijdrage te leveren aan hun eigen veiligheid en gezondheid, en aan die van hun klasgenoten.
Het project "Ar en Mi op school", dat in het kader van dit programma werd ontwikkeld, voert twee trollen ten tonele. Ar en Mi spelen de hoofdrol in verschillende scenario’s en wijzen zo op de risico’s in de omgeving van de kinderen. Het project gaf aanleiding tot de ontwikkeling van een zeer volledige didactische set, met daarin een trollenhuis met diverse materialen, een verhalenboek, werkboeken voor de leerkrachten, een gezelschapsspel en een website (www.armi.dk).
De uitwerking van het project vereiste de samenwerking van talrijke actoren in de onderwijssector (het Deense ministerie van onderwijs, ouder-, leerlingen- en leerkrachtenverenigingen) en de arbeidswereld (vakbonden, werkgeversverenigingen, de Deense arbeidsmilieudienst). Uit de evaluaties blijkt dat het concept geïntegreerd is in het dagelijks onderwijs en dat het trollenhuis bijvoorbeeld bekend is bij en gebruikt wordt in meer dan 50% van de openbare scholen.
Italië
Het Italiaans Nationaal Instituut voor Preventie en Arbeidsveiligheid (Ispesl) zorgde voor twee didactische hulpmiddelen voor leerkrachten die werken met kinderen van 6 tot 9 jaar. Dit instituut meent immers dat scholen een belangrijke rol kunnen spelen in het doorgeven van basiswaarden inzake veiligheid aan de nieuwe generaties.
Het eerste hulpmiddel is een interactieve cd-rom getiteld "Bij Lucas". Hiermee kunnen de kinderen zich bewust worden van de gevaren verbonden aan bepaalde situaties bij hen thuis. Ze leren dit door te reageren op aantrekkelijke animaties en grafische elementen. Via een speelse benadering herkent en elimineert het kind alle gevaarlijke situaties en leert het zich op een veilige manier te gedragen in diverse gezinssituaties. Een waarderingssysteem geeft een beeld van de graad van herkenning van risico’s en oplossingen. De tekst is volledig in rijm, om zo nog meer de interesse van de kinderen te wekken. Het tweede instrument is een videofilm getiteld "Een bril om beter te zien". Hier stelt een grootvader, als symbool van de waarden ervaring en veiligheid, vragen aan zijn kleinkinderen. De antwoorden verschijnen in de vorm van ondertitels en kunnen door de kinderen hardop worden gelezen, als een soort karaoke. De bril waarnaar wordt verwezen in de titel, is een metafoor om de kinderen te helpen bij het zien en dus bij het voorkomen van ongevallen in de huiskring, bv. het omgooien van een pot kokend water of het uitglijden op een natte vloer in de badkamer. De film wordt nu en dan onderbroken om de leerkrachten de kans te geven de risico’s en de oplossingen met de kinderen te bespreken.
In 2001 werden beide hulpmiddelen verspreid in de basisscholen in de streek van Molise. De leerkrachten kregen vooraf informatie en een opleiding inzake veiligheid en gezondheid. De kinderen reageerden positief op dit initiatief en begonnen zelfs aan hun ouders vragen te stellen over de gevaren en risico’s op hun werk. Na bijkomende gesprekken met de leerkrachten konden ze aan hun ouders zelfs praktische tips geven over veiligheid en gezondheid.
De resultaten van dit project waren positief, in die mate dat het ministerie van volksgezondheid besloot een plan uit te werken voor de nationale verspreiding van deze hulpmiddelen. De educatieve zender RAI (openbare televisie) ondersteunde de verwezenlijking van dit project door de 8500 distributiepunten van zijn netwerk ter beschikking te stellen.
Technisch en beroepsonderwijs
Naarmate een kind opgroeit moet het zijn kennis over de beoordeling en het beheer van risico’s verbeteren. Wanneer jonge mensen carrièrekeuzes maken, moet hun kennis inzake risico’s verfijnder worden, zeker wat betreft de mogelijke problemen inzake veiligheid en gezondheid in verband met hun toekomstige beroep. De veiligheidsopleiding moet dan ook praktisch zijn en steunen op ervaring vanuit de werksituatie. In Duitsland werd een project opgezet in de beroepsopleiding voor de landbouwsector.
Duitsland
In het kader van de Europese campagne voor veiligheid in de landbouw (1999) ontwikkelde de overheid van de deelstaat Brandenburg een project voor een verbetering van de integratie van de veiligheid in de beroepsopleiding van toekomstige land-, tuin- en bosbouwers. Voorheen hadden de leerkrachten weinig kennis inzake arbeidsveiligheid en -gezondheid, aangezien dit geen onderwerp uitmaakte van speciale lessen en er geen modern didactisch materiaal voorhanden was.
Een groep deskundigen koos aangepaste onderwerpen, stelde uiteenzettingen samen en presenteerde ze na een grondige voorbereiding. Deze uiteenzettingen werden gedocumenteerd en gesynthetiseerd in een handboek, zodat ze ook later gebruikt kunnen worden. De tweede editie van het handboek werd uitgewerkt met de hulp van de studenten en verscheen op cd-rom. De behandelde thema’s zijn: een overzicht van de basisprincipes van de wetgeving en van de Duitse en Europese systemen, de juridische bescherming van jongeren, problemen i.v.m. de veeteelt en het onderhoud van machines, het gebruik van gevaarlijke chemische producten in de landbouw, gezondheidsrisico’s in de landbouw en preventiemogelijkheden, veiligheid in de werkplaatsen, bouwwerken in de landbouwsector.
Er werd ook een doorgedreven vorming voor de leerkrachten van de beroepsopleidingen georganiseerd, waarvoor de opkomst zeer hoog lag. De leerkrachten waardeerden de technische ondersteuning, waardoor zij hun kennis op het gebied van arbeidsveiligheid en -gezondheid konden bijspijkeren.
Universitaire opleidingen
Het is zeer moeilijk de overheden verantwoordelijk voor hoger onderwijs te overtuigen van de noodzaak veiligheid en gezondheid op te nemen in het lesprogramma. Een verklaring is misschien dat het "risico" niet wordt beschouwd als een theoretisch onderwijsconcept en dat er een gebrek is aan bevoegde lesgevers. Het welslagen van de integratie hangt wellicht af van het feit of men professionals en professoren kan warm maken voor dit idee. Toch vormen de professionals een belangrijke doelgroep aangezien ze niet alleen verantwoordelijk zijn voor hun eigen veiligheid maar ook voor die van de anderen. In het Verenigd Koninkrijk loopt momenteel een project voor de integratie van arbeidsveiligheid en -gezondheid in de eerste cycli van de opleiding geneeskunde.
Verenigd Koninkrijk
De Health and Safety Commission (Commissie voor Veiligheid en Gezondheid) van het Verenigd Koninkrijk ontwikkelde een programma gericht op de integratie van het begrip risico in het onderwijs in scholen en instellingen die toegang geven tot risicogevoelige beroepen. Dit programma past in het kader van de overheidsstrategie "Revitalising Health and Safety" (veiligheid en gezondheid weer in de kijker zetten).
Het thema van de veiligheid werd geïntegreerd in de doelstellingen van de eerste cyclus van de opleiding geneeskunde en het programma wordt nu uitgevoerd. Het medisch personeel kreeg doorgaans geen enkele opleiding op het gebied van arbeidsveiligheid en -gezondheid, terwijl deze mensen toch zijn blootgesteld aan talrijke risico’s (geweld, infecties, manuele manipulaties, stress,...).
Ondersteuningscampagnes op nationaal niveau
In Portugal besloten de regering en de sociale partners dat de uitwerking van maatregelen voor de verbetering van de arbeidsomstandigheden een van de prioriteiten was. Het thema "veiligheid" werd geïntegreerd in de lesprogramma’s voor algemene en technische studies, om zo de oorzaken van de arbeidsongevallen en beroepsziekten aan te pakken. Bij dit programma horen een bepaald beeld en een logo. De slogan luidt: "Veiligheid en gezondheid op het werk: wat u vandaag leert, is voor altijd." Sinds 2000 hebben zo’n 500 leerkrachten de opleiding gevolgd.
Wetgeving als hulpmiddel
De wetgeving kan de integratie van de veiligheid in het onderwijs vergemakkelijken via de verplichting de studenten effectief te behandelen als werknemers (bv. door bepaalde studenten de functie van "veiligheidsafgevaardigde" te geven, door hen te laten deelnemen aan de risico-evaluatie of door hen op te nemen in een verplicht verzekeringssysteem voor arbeidsongevallen).
In Denemarken bestaat dergelijke wet. Ze is gebaseerd op de volgende principes: alle studenten kunnen het recht opeisen te beschikken over een goed werkmilieu in hun school; het onderwijs mag geen risico’s teweegbrengen; de studenten moeten meewerken aan de organisatie van de veiligheid in de school om zo een goed werkmilieu tot stand te brengen; de studenten moeten deelnemen aan de organisatie van de veiligheid in de school; er moet worden toegezien op het onderhouden van een aanvaardbare fysieke, psychologische en esthetische omgeving. Deze wet is gedeeltelijk gebaseerd op een experiment in de lagere en middelbare scholen van het gewest Roskilde. In het kader van dit experiment hadden de leerlingen geleerd een risico te evalueren. Ook hadden zij het veiligheidscomité van de leerlingen geïnformeerd over bepaalde veiligheidsproblemen en hadden zij onder elkaar veiligheidsafgevaardigden verkozen. Dankzij hun inzet hadden deze leerlingen goede resultaten behaald: via de verbetering van hun "arbeidsmilieu" waren zij beter voorbereid om een positieve bijdrage te leveren aan het arbeidsmilieu van het beroep waarvoor zij gekozen hadden.
Prevent werkte mee aan de projecten van het Europees Agentschap. Zo verzorgde het instituut de proceedings van het seminarie over dit onderwerp en de uitgave Forum nr. 8. Lees meer op de pagina De integratie van veiligheid en gezondheid in leerprocessen.
|